Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-12-23 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Godsdienst of God dienen?

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mal 3:16 Mal 3:13-18

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 Een grote mond (13-15)
2 Een groot boek (16)
3 Een grote dag (17)

We zijn bijna door Maleachi heen vanmorgen en Oudjaarsdag nog. Het zesde en laatste gesprek tussen de Heere en het volk. Tempelgangers en God door Maleachi gaan een gesprek aan.

Waar ging het over – de liefde van God, de eer van God, de trouw aan God en elkaar, de komst van God. 5e over het recht van God. En nu het zesde de dienst aan God.

Het is nutteloos God te dienen – wie God echt dient en wie niet.
Vers 14 – nutteloos. Wat koop je daar nou voor – als je naar de kerk gaat. De vromen worden niet beloond en de goddelozen worden niet gestraft. Wat baat het mij om God te dienen. De Heere Jezus draait het om – wat baat het een mens als je de wereld wint, maar schade lijdt aan je ziel, dan verlies je alles. De arme Lazarus was rijker dan de rijke man. Alles bezitten en toch niets hebben.

William Booth, oprichter van het Leger des Heils: “Vergeet je je ziel niet?” zei hij tegen een journalist die na een interview wegging. Goed je tanden poetsen kinderen,nagels knippen – wellness centrum, maar wie zorgt er voor zijn ziel?
We hebben ogen en oren, en benen, met één oog minder ben je nog niet blind, maar een ziel - daar heb je er maar één van. Wat koop ik ervoor? Harde woorden tegen / over de Heere. God wordt er een beetje moe van, zo gezegd. Er komt een grens, dit is dan ook het laatste gesprek. Wat durft een mens allemaal over God te zeggen.
In de wereld zeggen ze het hardop, in de kerk denken we het vaak. Altijd maar vragen of verwijten. Als het goed gaat, denken we niet aan God, als het slecht gaat, krijgt Hij de schuld.

Maar de Schrift: Ik heb tot het zaad van Jakob nooit gezegd zoek Me tevergeefs; ik roep God niet vruchteloos aan. Als je zegt het is nutteloos dan heb je geen band met Hem.
Het alternatief – we dienen onszelf of de zonde, schiet je daar mee op, dan? Het loon van de zonde is de dood en de metgezel is vaak de schande. Achan pakt die staaf goud in Jericho en die spleet de band tussen God en zijn ziel. Achab ging zijn zondig hart achterna. Hij zette zijn hart op de wijngaard van Nachab. Judas was een dief - wat baat het je nu – die dertig zilverlingen? Het is nutteloos om jezelf te dienen...

Voelt u de heftigheid van dit gesprek? En zijn drie soorten mensen in de verzen 14-15-16
15- de hoogmoedigen, de goddelozen, zij worden geklukkig geprezen – zelfs als ze God tarten komen ze er mee weg – de “buiten kerkelijken”. Het gaat heb voor de wind. Ze gaan met God om als met éénnachtsijs – kijken of het houd – en steeds een stukje verder. Ze tarten God, nog een stapje verder en het gaat nog goed ook. Ze leven maar raak en lang en gelukkig.

Wat heeft dit jaar ons gebracht, misschien kent u wel iemand die begin dit jaar nog een beetje aan God deed en in een jaar tijd los kwam, je vervreemdt van God. Dan zeggen we: Denk er om, ik wil niet dreigen, als je God verlaat heb je smart op smart te vrezen – Maar Maarten 't Hart zegt dan: wie God verlaat heeft helemaal niets te vrezen. Niet al dat dreigende, lekker, bevalt goed. Dat trotse, hoogmoedige.

Dan de tweede groep: vers14 – de kerkelijke mensen. God dienen is nutteloos, zeggen ze. We gaan zelf in het zwart. We leven netjes en stipt, gaan naar de kerk. Die buurjongens gaan zondags leuke dingen doen – ze hebben een kerstboom met pakjes eronder, en vieren een geweldig feest.
Godsdienst is buitenkant ze doen hun taak. De verpakking is degelijk, maar die groep is jaloers op die onkerkelijken. Wat een verschrikkelijk zaligspreking. Ze zitten niet in over hun eeuwige zaligheid. Gewoon voor het hier en nu.
Je moet mee naar de kerk, van je ouders en vindt er, eigenlijk niets aan en je ziet het nut er niet van. Nou dat is precies deze situatie.

Als de oudste zoon in de gelijkenis. Hij diende zijn vader – geen hommeles, maar heimelijk jaloers om de jongere zoon – die gaat feesten en ik zit hier. Buiten-kerkelijken of buitenkant-binnenkerkelijken.

We hebben gekerkt en zijn naar de JV geweest en dan heb ik wel verdiend, dat de poort later open gaat.

Een monnik nam een fakkel en een emmer water mee, de dorpelingen vroegen wat doe je ermee - met de fakkel ga ik de hemel in brand steken en de hel blussen met de emmer – jullie moeten leren om God lief te hebben, om wie hij is, al was er geen hemel en hel. Al was er geen hel tot straf en geen hemel tot beloning – zou je dan nog naar de kerk komen?
Zou je dan nog komen – ik zal u hartelijk lief hebben Heere, om wie U zelf bent?

Dan de derde groep v16. Weer 3:16, vaak hele treffende verzen in de Bijbel – Joh 3:16 bijv! Dan spreken zij die de Heere vrezen, dat is kennelijk een andere groep. Binnen de binnenkerkelijken heb je dus dat handje vol getrouwen. Daar moet u goed van doordrongen zijn. Een massa en een getrouw overblijfsel.
Heere, klaagt Elia – ik ben alleen overgebleven – nee er zijn er nog 7000. Een genadig overblijfsel – die getrouwe rest, God ziet ze wel. God maakt een scheiding, Hij trekt een grens. En niet tussen 14 en 15; nee, aan de ene kant 14 en 15 en de getrouwen aan de andere kant. Dat gaat dus dwars door de kerkgangers heen. God zorgt altijd voor die rest. God zal altijd in elke eeuw voor zo'n getrouwe rest zorgen. Toen de Heere Jezus geboren was, waren er die de verlossing van Jeruzalem verwachtten.
In de donkerste tijden, ook in de eindtijd, God zorgt voor een rest. Ook bij ons. Trouwe en toegewijde mensen die werkelijk willen leven zoals God het bedoeld – ik ben opzoek naar die rest ook in onze kerk. Samuel – de lamp van God was bijna uitgeblust – ze zoeken elkaar op. Niet die verdorven massa, die steeds wereldgelijkvormiger wordt. We willen echt voor God leven.
Ze worden hier beschreven
a) ze vrezen de Heere. Ze kennen hun persoonlijke zonden en weten die vergeten. Ze hebben ontzag voor Hem. Ze hebben er smaak in, dienen niet omdat het moet. Een geopende fontein – dat is niet saai of lang – die vreze is mij meer waard dan wat ook.
Die vromen worstelen ook met die vraag. Waarom gaat het met Gods kinderen vaak zo moeilijk? Asaf. God is Israël goed, voor hen die rein zijn van gemoed – maar ach.... geen harde woorden tegen de Heere, maar ze brengen in het gesprek tot God, maar ze bemoedigen elkaar. Ze vrezen de Heere
b) ze spreken tot elkaar, geen massa's , ze vuren elkaar aan, God dienen is niet nutteloos; we blijven naar Hem vragen. De trouwe kern. Trouw te zijn in hun huwelijk, in het geven van de tienden, in het dienen van de Heere. Al is de tijd nog zo tegen.
c) ze achten Zijn naam hoog. Ze gedenken Zijn naam zegt de SV. Onderling, spreken van de dingen van de Heere is zo kostbaar. Diepte gesprekken. Als de Heere Jezus het voorwerp van je hart is, is Hij ook het onderwerp van gesprek. Waar je hart vol van is..
Hoe kan het dat je onderling zegt christen te zijn en je praat er nooit over? Je bent samen op reis en praat nooit over die bestemming? Stel je voor, je zegt dat je van de Heere Jezus houd en nooit over Hem praat?
Waarom vindt u het zo fijn om over Hem te praten? Waarom bent u heel de dag blij als u een goed gesprek hebt gehad met iemand die behoefte had van de Heere te horen – omdat ze door die Naam zijn gered. Daarom kom ik samen – daarom kerk ik – ik hoor zo graag horen van de Heere Jezus – wat je zingt en hoeveel en hoelang de dienst duurt, is allemaal bijzaak.
Als jij denkt aan de naam van de Heere Jezus, dan denkt God aan jou.... Er is een gedenkboek, voor degenen die Hem vrezen. Niet alleen met Zijn hoofd, maar ook met Zijn 'pen'.Hij denkt aan ons.

Leg mal 3:16 naast Mat 18- waar twee of drie in Mijn Naam vergadert zijn, daar lijkt dit erg op. Daar ben Ik in hun midden, 2 of 3, die enkeling. In Mijn naam, die aan Zijn naam gedenken. Er is een oude Joodse traditie – die de Heere Jezus gekend heeft. Die zegt: waar twee of drie zich met de Torah bezighouden, daar is de Sjechina in hun midden aanwezig. Om aan Mij te denken, Mij te danken, warme gevoelens van hoogachting en eerbied op te zenden – daar ben ik aanwezig. Daarom ga ik naar de kerk.

Het avondmaal is het brandpunt, om Zijn naam te gedenken, daar, heel bijzonder, wil Hij ervaren worden.

2
Een gedenkboek - een herinneringsboek – vroeger dacht ik altijd, dat daar alle dingen van alle mensen instaan. Hier gaat het over (Psa 69) het levensboek der vromen, een gedenkboek waarin de daden van Zijn kinderen beschreven staan. Dat is open voor Zijn ogen. Wat staat daar allemaal in? Je kunt het ook zo lezen. De Heere luistert naar wàt die vromen tot elkaar spreken – en die woorden zelfs opvangt en opschrijft. Mooie gedachte.

Als ik nou spreek, en de Heere Jezus luistert mee, waar gaat het dan over? Wat arm als het niet verder gaat dan de kerk en de dominee, de kerkenraad, de liturgie; als dat allemaal het onderwerp is – dan hoort u niet tot die groep die zijn Naam gedenken..
Gedenkboek – dat was duidelijk voor de tijd van de luisteraars van Maleachi – Perzië was een wereldrijk. Het was een gewoonte van die koningen om rijksannalen aan te leggen, registers met gebeurtenissen, – denk maar aan koning Ahasveros, die niet kon slapen en dan vraagt hij voorgelezen te worden uit de annalen. De rijksgebeurtenissen. Zo kwam Mordechai weer in zijn geheugen – is hij wel beloond? Dat gaan we dan alsnog doen.

Een gedenkboek – de koning treed op om recht te zetten wat nog niet recht is. Om te handelen naar die herinnering. Zo heeft de Heere ook een boek.
Wat staat er in?
Namen van Gods kinderen. Staat u er in? De discipelen kwamen enthousiast terug – ze hadden duivelen uitgeworpen – verblijd je maar dat je naam opgeschreven staat in het Boek des levens. Er staan positieve dingen in. De woorden, gesprekken; onze daden - als die van Mordechai, wat gedaan werd uit liefde tot Jezus. Ook al doe je het verborgen, als niemand het ziet. God ziet het wel. Je kunt niet veel meer doen en alleen bidden – die worden genoteerd. Ze komen aan. Je aalmoezen; gegeven uit liefde voor de arbeiders. Een ander hoeft dat niet te weten, maar God wel. Een warme maaltijd, een bezoekje. De Heere kent je motivatie. Straks zullen die boeken open gaan. En je zult zeggen – hè? Wanneer hebben wij U dan te eten gegeven.... wanneer hebben wij dan een gevangene bezocht – ze weten et niet meer, maar de Heere wel. Mordechai werd beloond.
Ook onze tranen, Hij weet wat we ondergaan. Stille tranen, dat mag niemand zien, je veegt het weg en komen in de nacht op. De Heere vergaart de tranen in zijn fles en schrijft ze in Zijn boek. Hij telt ze. Ze zullen worden afgeveegd maar de Heer zal ze niet vergeten.
En heel ons leven van het prilste beging. Eer iets in mij begon te leven.

Staat uw naam erin? – dat kun je weten, als jij Gods naam in ere houdt, de Heere Jezus lief hebt, staat jouw naam in Zijn boek.

3
De grote dag.
Opnieuw – vroeger zagen jullie dat in Egypte – het verloste volk en de Egyptenaars, was er bloed, aan de deurpost. Licht en verlossing. En je zult dat opnieuw, bij de komst van de Messias het onderscheid zien. Tussen buitenkanters en degene en die de Heere echt vrezen. Die dag – dat komt vaak voor aan het eind bij Maleachi. De Heere ziet de vraag: ik zie er niets van... Maar straks zul je het zien dat het wel degelijk nut heeft gehad om Mij te vrezen. Tussen de rechtvaardigen en goddelozen – er zijn maar twee soorten mensen. Nu zie je het niet – samen gaat het op tarwe en onkruid. Straks zie je onderscheid en zal er een scheiding vallen, voor goed – de Heere zal dat gedenkboek openen; als je leven en tranen er in staan...
De Heere zal er uit gaan voorlezen.

Die Hem dienen – zoals een vader zijn zoon spaart die Hem dient. Niet een knecht – een huurling – wat krijg ik er voor? Maar een kind dat Hem dient. Goed gedaan jongen. Ik zie dat in de pastorie – bijna drie jaar. Ben ik aan de afwas, (ik zeg het met gepaste trots, die doe ik elke dag). 'Ook afwassen' zegt het meneertje – kliederen met de borstel. Goed gedaan Manoach! Papa geholpen, je bent blij met wat hij deed. Zo doet een zoon dat en een vader knikt goedkeurend – lacht eens naar hem. Zoals een man zijn zoon spaart die hem dient - ze proberen het – het is vaak klad en niet net en schoon – niet zoals die oudste zoon – ik heb nog geen bokje van u gekregen. Niet uit liefde gediend.
Straks kunnen we Hem dienen in de hemel m,aar dan volmaakt...

Ziet u dat woord 'een persoonlijk eigendom' – KT hebben iets prachtigs daar staan: zij zullen Mij ten eigendom zijn als Mijn aller dierbaarste juwelen, Segula, een meisjesnaam in Israël – de kostbare, de waardevolle sieraad. Heel teer woord. King James: My Jewels, kroonjuwleen, Gods eigendom. Hij heeft er duur voor moeten betalen. Ik ben zijn bijzondere schat, zijn unieke bezit. Kostbaar kleinood zegt de psalmen. Er zijn van die sieraden – dat kom bij mijn oma vandaan, ik ben er naar vernoemd; daar hecht je bijzonder aan. Emotionele waarde. Dan gaat het me zo duizelen. Dan wordt God zo aanbiddelijk.

Dit zijn nu mijn juwelen – zegt de Heere Jezus dan... Hij geeft ze nu al verborgen zijn goedkeuren – straks zal Hij er mee gaan pronken. Niet een zal er verloren gaan. Ben ik kostbaar voor Hem. Als Hij kostbaar is voor u – dan weet je dat! Zo simpel is dat. Ongelofelijk wonder. Dat Hij arme zondaars waar niets aan is – vies en vuil maakt tot kroonjuwelen. Hij kocht mij waste mij en polijstte mij en er gaat er niet een verloren. Verlossing is niet alleen uit de hel; verlost worden - dat is negatief – maar hier zie je het positieve – verlossen tot. Tot Zijn eeuwige bezit. Zijn bijzonder eigendom – ik heb voor Hem meer waarde dan die hele wereld. Daar hecht Hij niet aan, maar jij bent Mijn kleinood. Ik ben niet meer van mezelf maar van Hem en ik wil Hem dienen, geheel en al voor altijd voor Hem.
De Heere doet eerder afstand van de hele wereld dan van één van Zijn kroonjuwelen.

Houd u Zijn naam hoog? Is Hij kostbaar voor u – dan mag u meezingen – kostbaar kind van God. Een kind dat Vader mag dienen uit liefde, niet om loon. Niet uit angst, als slaaf maar omdat de Vader zo liefdevol is en zo teer met Zijn kinderen om gaat.

Edit