Edit|
EditReeks Samenvatting:
Deze gelijkenis is niet een van de moeilijkste die in de Bijbel staat, geen moeilijke beelden; je hoeft niet op zoek naar de betekenis. Een ieder die zich zelf verhoogt zal vernederd worden en andersom, zo vat de Heere Jezus het samen. Over de hoofden van de omstanders heen richt de Heere Jezus zich ook tot ons. We kunnen er niet om heen. Het is een omkering van alle verhoudingen. Niet slechts een `mooie gedachte`, maar het gaat om een gebeuren, waar we zelf bij op het spel staan. Het is gericht op de verandering in ons leven. Zonder pistool op de borst, maar door overreding. Dus eerst maar eens goed luisteren.
We kunnen alleen bij God in genade vallen als we ons vernederen. In het dagelijks leven zouden we dat niet pikken. We leven voor het eigen gelijk. Niemand heeft zeggenschap dan ik zelf. Misschien uit jaloersheid, maar met name uit angst voor zoveel invloed van een ander. Aangetast in onze eigenwaarde. Krijgen we via een achterdeur dan nu weer binnen waar we ons in het dagelijks leven tegen verweren? Een plaatsje aan de zijkant voor ons zelf.
De sleutel ligt bij de tollenaar. Wat is `je zelf vernederen` eigenlijk. Het plaatje wordt voor het grootste deel gevuld door de Farizeeër, heel klein er achter staat de tollenaar, gebogen. Een bang en schuw vogeltje dat erop rekent elk moment weggejaagd te worden. De Heere Jezus wijst echter op de buigende gestalte en het slaan op de borst. Daar waar het hart zit en dus onze wil, onze verlangens. Waar de verantwoordelijkheid voor ons leven wordt gedragen. Je neemt je verantwoordelijkheid voor God. God neemt ons serieus. Misschien wel meer dan ons lief is. De volle verantwoordelijkheid voor ons leven moeten we nemen. "Ik had willen komen, maar" "Ik wilde je niet kwetsen,maar". Excuses die misschien bekend klinken. De verantwoordelijkheid nemen voor héél ons leven. Ook wat Hem buiten de deur houdt. Durven wij die verantwoordelijkheid aan?
Dus neem je verantwoordelijkheid en belijdt schuld. Maar er is meer. Hoe komen wij op het punt om onze schuld voor God te erkennen? Het gaat gezien de Farizeeër niet alleen om regels. De Farizeeër wist precies wat mocht en wat niet.
Ook je naasten kunnen je niet tot verootmoediging brengen. De Farizeeër kijkt om zich heen en meet zich er aan af. `Natuurlijk zijn we niet volmaakt, maar zo slecht als die daar gelukkig niet`. Of: `Ik ben een zondaar, maar dat zijn we natuurlijk allemaal`. Geen verantwoording voor het eigen leven.
De Farizeeër vast meer en geeft meer dan de wet van hem vroeg. Is dat fout? Nee. Maar waarom doe je dat? Het kan heel mooi zijn als je zomaar een bos bloemen geeft aan je vrouw, maar het wordt verkeerd als je denkt je eerdere schuld niet te hoeven erkennen. Ook dat is voorbij hollen aan schuldbelijdenis.
De tollenaar staat onbeschermd voor God. Geen mensen, geen regels; in die ontmoeting daar gebeurt het. Er komt niemand tussen.
Petrus wordt aangesproken als discipel, en hij ontkent. Pas als Jezus zich omdraait en Petrus het gekwetste gezicht van Jezus kan zien, loopt hij huilend naar buiten. Berouw. Je hebt er naast gezeten. En in de persoonlijke ontmoeting met de Heere. Het besef dat je God te kort hebt gedaan. We praten elkaar geen schuldgevoel aan. We noemen hier geen dingen fout die anderen goed noemen. Het gaat ergens om: Van binnen uit voelen we ons gedrongen door de ontmoeting met God zelf.
Judas maakte een einde aan zijn leven. Moet het zover komen? O God wees mij zondaar genadig, zegt de tollenaar. Een schuldbelijdenis in elk geval. Maar het bijzondere van het gebed is: wees mij zondaar genadig. Er zit beweging in naar God toe. Niet: ik ben een zondaar in Uw ogen. Het moet weer goed komen. Berouw is nodig, niet als boetedoening, of voor God om Zijn gram te halen. Je raakt God kwijt door je zonde: Berouw is geen sombere muur, maar de eerste blije stap terug naar God. Terug naar de lichtkring. Wie zich vernedert zal verhoogd worden.
Jezus is erop gericht om ons leven te veranderen. Kennen wij tevredenheid in ons leven, of onrust, moeite en verdriet, of matheid? We dwingen vanmorgen elkaar nergens toe. Geen sentimenten. Maar we leven voor het aangezicht van God. Een leven waarom geworsteld wordt, waar tranen over vloeien als het zich aan God blijft ontrekken.
Laten we verantwoordelijkheid nemen. Afstand nemen van wat ons van Hem scheidt, thuis te komen bij de Vader. Wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden en wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden.