Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-01-13 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Wees eeuwig ons Tehuis Doopdienst van Fleur Heijkamp (Fleur) Kristin Margriet van Rhee (Kristin) Anna-Fleur Maria Visser (Anna-Fleur)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Deu 33:27 Deu 33:1 Deu 33:25-29 Doopdiensten

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Fleur, Kristin en Anna-Fleur – alle drie eerstelingen, meisjes, worden vanmorgen gedoopt. De geboortekaartjes bulken van de verwondering. Op die van Fleur staat Psalm 139, Anna-Fleur, geloof, hoop, liefde. Kristin: Deu 33. Dat pakte mij. Dat is dooptekst geworden.

Toen wij op kraambezoek waren, zag ik een beeldje met een parel en een hand eronder. Een baby'tje – kostbaar pareltje, ook met een vlekje, maar wat God maakt is mooi. Die dragende God, een sterke en milde hand. Daarachter zit een eeuwige arm. Een liefhebbend hart zit daarachter. Daarom heeft deze tekst al zoveel troost gegeven. God is voor mij, naast mij, om mij heen, elke dag.
Een Engelse hymne – O God die droeg ons voorgeslacht. Dat zit er ook vanmorgen, ouders, grootouders. In tegenspoed en kruis – wees eeuwige eeuwig ons een home.

Wees eeuwig ons tehuis.
1 God boven ons (v26)
2 God rondom ons – woning
3 God onder ons – armen
4 God voor ons

1
Mozes is aan het woord, vlak voor zijn sterven. Deut. is een prachtige eindfase. In Deu 32: het lied van Mozes, een zingende oude man. Deu 33 is een zegenbede, in H34 sterft hij.
Het volk staat voor het land van melk en honing, voor een nieuwe periode. Verloofd, getrouwd, en dan op eens dan ben je niet meer man en vrouw, maar vader en moeder en er begint een hele nieuwe periode in je leven. Het volk gaat hun wens verkrijgen, maar ze zijn verdrietig want Mozes sterft. En er wacht ook een strijd in Kanaän. Zoals Jakob zijn zonen zegent, zegent Mozes de stammen. De Heere Jezus zegende de kindertjes en ging zegenende heen. Breng de kinderen maar bij Hem.
V26:in jubbelende aanbidding – niemand is er als God. Dat die onvergelijkelijke God nog steeds zegend – 40 jaar verdriet heeft Hij gehad van hen in de woestijn. Wie is als U!
Hij rijdt langs de hemel – Hij is boven ons. Toen jullie huwelijk bevestigd werd – Hij wilde Zijn hulp geven. Een van de voorrechten van een christelijk huwelijk – je hebt altijd een externe hulp waar je een beroep op kunt doen. Ook bij de opvoeding van jullie kleine.

2
Dan komt Mozes nog tot een algemene zegen. Vers 27. De eeuwige God – ik ben maar een voorbijganger. Hij blijft. Wat een liefelijk beeld. God als een home. Sweet Home. Niet: Kanaän zij jullie tot woning. 40 jaar in tenten, het had voor de hand gelegen. Nee, het volk heeft meer nodig dan een dak boven het hoofd. De eeuwige God zei jullie een woning.
Je ziet nog wel eens wat huizen, huisjes, studenten kamers – je verhuist verschillende keren. Nergens is het blijvend. Relinqenda – 'het moet verlaten worden'. Alles wat je hebt, moet je verliezen, maar die woning, die God is, hoef je nooit uit vertrekken. God is jullie tot een woning. Eeuwig ons tehuis. Wat een mooi beeld.
Dat God nu een welgevallen heeft, om mensen te verlossen en bij Hem te doen wonen. En de deuren kleuren rood van het bloed van het Lam. De meuren van Gods almacht. Daar ben je save. Omringd door een doornen haag van Zijn lijdende liefde, onder het plafond van de eeuwige trouw. Daarbinnen brandt het vuur van Zijn zondaarsliefde, die je doorgloeit. De ramen geven uitzicht op het land van de eeuwige heerlijkheid.
De steunbalken zijn de kruisbalken.

Wat is een home, mee dan een huis. Thuis – dat moet je vragen aan iemand die geen ouders meer heeft. Je denkt met liefde en warmte eraan terug, de plaats van rust. Zo wil God voor je zijn. Dicht bij het hart van God. Thuis is een plek van liefde en geluk en vreugde – als je dat kunt bieden aan je kinderen. Nog nooit is er een kind geweest, met een goed huis, die klopt – mag ik binnen komen maar je weet niet of je welkom bent. Dag en nacht kun je naar binnen. Thuis waar je verhalen kunt doen, waar pa en ma luisteren en raad geven, waar je je verdriet kunt uithuilen. En je wordt getroost. Zo dichtbij wil God zijn, zo wil God je troosten. Thuis hoef je niet te presteren om je doelen te halen. Je mag zijn wie je bent, geaccepteerd.
Intimiteit, geborgenheid, warmte, open verhoudingen. Waar je met je broers en zussen bent, geen bejaardenhuis, geen schippersinternaat, maar er is maar een plek. Buiten is het koud en nat en gevaarlijk. Maar God wil onze woning zijn.

Geniet u daarvan? Zeg niet dat is niet voor iedereen – dat snap jet het niet. Geniet nou eerst eens dat God zo dichtbij wil komen!

Zou u er in willen wonen, er in willen komen – er staat toch : opdat het wederhorig kroost altijd bij U zou wonen – daar is zelfs plek voor. Mensen die dwars liggen. Zelfs daar staat de deur voor open. Henri Nouwen schreef “Eindelijk thuis”. Zonder de Heere Jezus ben je ver van huis ook al zit je in de kerk. De Vader staat te wachten – eindelijk thuis, in een weg van terugeer. Bekering is thuis komen bij God. Daar mag je niet alleen komen, logeren, maar voor altijd zijn.

Een schuilplaats, een woonplaats. Het paleis van de Koning der koningen – verboden toegang voor onbevoegden – het heeft een deur! Een genadedeur en die staat open, dat is de Heere Jezus! Door Hem heb ik toegang tot God. Daar is vreugd, vreugd, vreugd.
Gods adres geef ik op als mijn woonadres.

Bij lichte of zware godsdienst, daar kun je niet op blijven risten. Geen plek waar je eeuwig kunt zijn. De wereld is mijn home niet. De wereld is gevoelloos, daar moet je presteren, maar bij de Heere kun je jezelf zijn.

3
Je houdt het baby'tje met twee armen vast, op de trap houd je het stevig beet. Onder u zijn armen – velen herinneren zich de sterke armen van mijn papa. Die mij als kind hebben gedragen en gewiegd. Opgevangen – spring maar. Dan vangt pap je op. Elke volwassen gelovige kan zich ook eenzaam en zwak voelen – wat een vreugde als ik die eeuwige armen van God de Vader om me voel, geborgen bij Hem.
Eeuwige, want onvermoeibaar. Hij wordt niet moei van het tillen. Er komt een tijd dat die kleine groter wordt en toch gedragen wil worden. Je wordt te zwaar. Je armen zouden gaan trillen. Maar Gods armen zijn eeuwig, sterk krachtig. De Heere wordt niet moede of mat. Vaderlijke gevoelens.

Deu 1:31 “en in de woestijn, waar u gezien hebt dat de HEERE, uw God, u gedragen heeft, zoals een man zijn zoon draagt, op heel de weg die u gegaan bent, totdat u op deze plaats gekomen bent.”
Gods vinger – daar kregen de tovenaars in Egypte mee te maken. Stof werd luizen, dat konden ze niet nadoen. Gods hand - daar kreeg het volk mee te maken toen ze verlost werden, de opgeheven hand van God.
Maar Gods armen daar heeft de Heere het volk 40 jaar in gedragen. Zoals een man zijn zoon draagt. Ik nu leerde Efraïm lopen. Ik nam het op in Mijn armen. Stapje voor stapje. Het valt wel eens – pleister erop. Ik verbond het liefderijk, droeg het en koesterde het. Knuffelt – niet als of je een zak aardappelen op pakt. Wang tegen wang. Dat is het beeld, dat hier gebruikt wordt? Zo teer gaat God om. Hij drukt je aan Zijn hart. Begrijpt u nu waarom deze tekst zo teer is? In Zijn arm de lammeren.
Niet langer meer los willen worden – maar je laat je dragen, en niet alleen lammeren – ook afgedwaalde volwassen schapen. Het zit in een put of struiken. Hij tilt het op, met de armen onder, dieper dan onze diepte, en die reddende armen tillen het beestje op. En nemen het mee.

Toen ik afscheid nam van Goudswaard kreeg ik een beeld van een schaapje en twee handen. Het wordt beet gehouden door een Ander. Zou je daar in willen rusten, in die armen? Veilig in Jezus armen, veilig aan Jezus hart. daar rust de ziel....
Andrew Murray had een moeder, een godvrezende vrouw. 1889 stierf zij. Kinderen rondom haar, Zuid Afrika. Ze lazen uit de Bijbel en baden. En ze zei na elk gebed amen, amen. Dochter Helen vroeg: mama, zijn de eeuwige armen onder u? Ja, kind en rondom mij. De Heere houdt me zo vast. Hij tilt me en neemt me op in Zijn eeuwige glorie.

Ook als de laatste strijd komt. Door de doodsjordaan – daar moet Israël doorheen. Zelfs dan, morgen de begrafenis van je opa. En je ziet de kist zakken – wel in het graf maar niet dieper, die eeuwige armen verhinderen, dat ik dieper zak in de hel. Ik heb heel wat begrafenissen gehad – één grafschrift – als ik sterf, word ik opgevangen. Genade als je dat boven je graf mag zetten. Wie wacht me op? Die milde handen, die ik heb leren kennen in dit leven? Een vangnet van liefde en erbarmen.

Er was een jongetje dat mee mocht op visite met zijn vader. In de polder, ze moesten een beekje over via een smalle plank. Hij klemde zich aan papa vast. De plank is sterk genoeg hoor, jongen. Het lukte net. Maar 's avonds moest hij terug en in het donker.... dat vergalde de middag. Hij was zo moe, dat hij in slaap viel. Pa wilde vertrekken en wilde hem niet wakker maken – hij droeg hem slapend naar huis, naar boven – hoe ben ik in het donker over het water gekomen, was het eerste dat hij vroeg toen hij wakker werd. In mijn armen, jongen.
Ik denk aan de opa's en oma's. In Sonneburg hangt een mooie tekst: Jes 46. Tot in de ouderdom zal Ik dezelfde zijn, tot in de grijsheid toe zal Ik u dragen.

Jullie in de PKN leren algemene verzoening? Nee, dat doen we niet. Die zelfde armen zijn naar u uitgestrekt. Ik ben het die U mijn vriendschap biedt – wat doe je daarmee? Sla je ze af? Dan heb je gelijk – dan is het vreselijk om straks te vallen in de handen van de levende God. Omdat je die genade-arm hebt weggewuifd in je leven.

Misschien is er een tobber in de kerk vanavond. Dominee, ik voel die armen niet – volgens mij zijn ze er niet. Ik voel wel de last op mijn schouders. Voor Mozes was het ook anders de ene of de andere dag – maar ga eens mee naar Golgotha – de Zoon van Vaders eeuwige liefde in die drie uren van duisternis toen heeft God op dat moment Zijn armen onder Zijn geliefde Zoon weggetrokken. Toen viel Hij in de godverlatenheid. Waarom? Om verloren zonen en dochters thuis te halen, zo diep ging Hij. Als God Zijn armen van Zijn geliefd Kind heeft teruggetrokken zou Hij u dan niet alles gunnen? Ook al voel je het niet? Je mag het weten. Ziende op Hem. Hij ging de hel in, om ons eruit te halen.

Ondersteunende genade, als je in de zwaarste periode van je leven zit. De Heer kijkt jou vol liefde aan – Mijn lieve kind, toen het zo moeilijk, was heb Ik jou gedragen.

Mozes gaat sterven – na drie maanden moest zijn moeder hem afstaan aan de Nijl. Zij heeft dat kindje gelegd door het geloof. In de armen van de Vader – wilt U er maar voor zorgen, Heere? De 1e 40 jaar beschermden Zijn armen hem, het hof was vol afgoderij.
Nu zullen die armen Mozes door de dood heen dragen. Deu 34:5 zo stierf Mozes de dienaar van de Heer “naar des Heeren mond” zegt de SV. De rabbijn zeggen: toen Mozes stierf aan de mond des Heeren, gaf de Heere hem een kus, waardoor Hij in slaap viel in de armen van God. En de Heere begroef hem. Zoals een moeder een kindje instopt. Tot op de dag waarop Jezus terug komt.

Wie is gelijk die God, in wiens naam je gedoopt bent. Zeg het maar tegen je kinderen.
God boven je, helpend boven je, als een woning rondom je en ondersteunend onder je. Deze God is onze God, eeuwig en altoos.

Edit