Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-01-20 10:00:00
ds. A. van Vuuren (Amstelveen)
De bevelhebber

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 7:4,6,9 Luc 7:1-10

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 Wat mensen van hem zeggen
2 Wat hij van zichzelf zegt
3 Wat Jezus van hem zegt

Dat is nu de klassieker vanmorgen – niet in Amsterdam vanmiddag, maar een klassieke geschiedenis. Veel rijkdom komt naar ons toe langs die drie lijnen - wat anderen zeggen, wat hij zegt van zichzelf en wat Jezus van hem zegt.

In Giesenburg staat op een dak van een boerderij: “Jezus redt”. Zo maakt de boer reclame voor Jezus. Daar is veel over te doen geweest. Het gevolg was alleen nog maar meer aandacht. In Capernaum was Jezus' thuisbasis; daar had Hij verschillende tekenen gedaan, bezetenen bevrijd, de schoonmoeder van Petrus genezen en de man met de verlamde hand. Wonderen in Capernaum – nu klopt zelfs een heiden bij Jezus aan. Wie is hij?

1
Wat hebben de mensen over hem te zeggen. Wat geeft Lucas door. Een militair bevelhebber, geen gewoon soldaat – een officier. Je hebt vast wel eens een officier gezien, strak in het pak, sterren, strepen op schouders, eremedailles op zijn borst. Op TV of computer, in volle wapen uitrusting – hij straalt gezag uit. Hij is de bevelhebber over een compagnie soldaten. Een centurio, honderd man onder zich. In Capernaum waren er veel, het was een garnizoensstad, het gebied moest bewaakt. Het gebied waarover Herodes koning mocht zijn.

Een commandant. Misschien denkt een jongen vanmorgen – dat wil ik ook, anderen bevelen geven, liefst zo hoog mogelijk in rang – dat is een zware training en gedegen opleiding. Je moet ook durven alleen te staan als christen. Het militaire wereldje is doorgaans hard en ruig. Deze hoofdman staat ook alleen. Hij heeft liefde gekregen voor het Joodse volk en geloof. Warm, sociaal en gelovig mens. Een van zijn huisslaven is ernstig ziek, er wordt gevreesd voor zijn leven. Uit Mat 8:6 weten we hem ernstig verlamd. Het lijkt een aflopende zaak, hij waardeert hem zeer, als mens. Hij noemt hem zijn jongen. Hij geeft om zijn personeel. Dat is uitzonderlijk in die dagen, een slaaf is een goedkope werkkracht. Deze bewogenheid is opvallend. Men trok normaal wel een nieuw blik slaven open. In onze maatschappij is toch ook geen liefde meer – functioneer je niet meer ? Dan voor jou een ander. Stress en prestatiedruk in onze maatschappij. Een mens is nog altijd niet veel waard. Uitzichtloos lijden – ik wil een stervenspil, vele artsen bewillig daarin. 'De dokter heeft hem of haar opgegeven' – alsof bidden voor een ernstig zieke geen zin meer zou hebben.

De centurion is een Filemon avant la lettre. Gaat u in liefde om met uw personeel? Bent u barmhartig naar anderen toe? Als u van barmhartigheid leeft.
De hoofdman gelooft dat er geen grenzen zijn aan Jezus' macht. De Heere kan herstel geven. Hij stuurt enkele oudsten naar de Heere Jezus toe. Redt u mijn slaaf. Jezus redt, dat had die hoofdman goed begrepen. Oudsten, van de Joodse gemeente. Als in Jac 5, de ouderlingen worden erbij geroepen.
En die oudsten smeken de Heiland om hulp. Zijn ondersteunen zijn verzoek – hij is het waard, want hij heeft ons volk lief en heeft de synagoge gebouwd. Dat is wat, iemand van de bezettende macht. En u – heeft u Israël lief? Wij zijn geroepen om hen tot jaloersheid te verwekken. Liefde omdat uit dat volk de Messias is voortgekomen.
Hij heeft de synagoge, om gebouwd - daar heeft hij dus ook liefde voor. Uit eigen zak heeft hij de synagoge betaald – de fundering is in Tel Hun te vinden, zeggen de archeologen. Zo'n grote gift, een vrijwillige bijdrage vanjewelste. Dit jaar geef ik maar wat minder zeggen sommigen – van deze men geldt dat niet, de kerk is bij hem geen sluitpost.

Wat zeggen de mensen van ons? Kunnen ze veel goeds vertellen? Laat het u allemaal koud? Of zeggen ze van u – dat is een goed mens, een gulle hand, een warm hart. Het gaat er niet om wat mensen ten onrechte van u beweren, maar je hebt wel een Naam hoog te houden... Maken wij reclame voor Jezus? 'Wee u wanneer alle mensen wel van u spreken ' – dan misbruik je die tekst. Jezus had gunst bij het volk en dat werd van de gemeente ook gezegd.

Zijn de argumenten van de oudsten doorslaggevend? Jezus gaat mee naar zijn huis. Maar Hij gaat daarom niet mee. Niet op grond van onze goede werken. Prachtig als er na je overlijden een positief in memoriam kan worden gegeven, een lieve, zorgzame vader, gul en behulpzaam. Harde werker, fijne collega, gewaardeerd door zijn chef, vriendelijk, bekwaam, betrouwbaar – maar ben je daarom behouden? We weten toch wel beter?

Het lot is voor eeuwig besloten bij een begrafenis; uit genade bent u zalig geworden. Zo min als zonden je uit de hemel kunnen houden, zo min kom je er door goede werken. In genade ligt de grond. Dat beseft de centurio.

2
Hijzelf zegt iets anders: hij laat zich niet voorstaan op zijn liefde of daden. Oude kerken: prachtige ramen, geschonken door een rijke, maar wel graag met de naam erbij. Maar deze centurio zegt: ik ben het niet waard, ik verdien de hulp niet. Neem de moeite niet – mijn goede naam en faam bij de mensen maakt mij niet aangenaam bij God. Wordt het verzoek om hulp ingetrokken – nee, maar Jezus bij mij in huis, dat kan toch niet. Bij een onreine kan een rabbi toch niet binnen komen? Maar zijn onwaardigheidsbesef gaat dieper – vanwege mijn zonde. De echte ootmoed. Zelfkennis door de Heilige Geest. De heilige Jezus en ik passen niet bij elkaar.
Daarom stuurde hij een gezantschap. Het onwaardigheidsbesef neemt toe, nu Jezus dichter bij komt – kennis van jezelf en van Jezus. Majesteit en verhevenheid van de Grote Koning, en het besef van wie wij zijn. Over geestelijke groei gesproken – 'een geestelijk kanjer!' Nee ik ben ver beneden de maat. Kent u dat gemeente – en erkent u dat? “ik ben onwaardig” dat rolt er bij ons refo's makkelijk uit. Maar is het echt? Met de ogen van een ander – dan vallen we onszelf nog mee – ik doe het toch best aardig. Als ik naar de complimentjes luister.
Maar in de spiegel van Gods recht – man, man wat breng je ervan terecht. Ik ben niet waardig.
Het is dat de heilige God ook de genadige God is, anders zou ik me geen raad weten - al waren uw zonden als scharlaken, Ik zal ze wit maken als sneeuw.

In mijn gemeente zijn er, die niet aan het avondmaal durven – en anderen zeggen dan, 'jo waarom doe je daar zo moeilijk over, dat begrijp ik niet' – heb je het dan zelf wel goed begrepen – is die terughoudendheid niet heel begrijpelijk – daar moet je niet in blijven steken – we mogen het zondebesef ook niet los maken van het genade besef.

Ik ben het niet waard – maar, spreek slechts een woord – zulke ja-maars hoort de Heere graag. Maar bij U is vergeving. Maar ik zal uitzien naar de God van mijn heil en Hij zal mij horen. De Heere zegt daarvan:

3
Dat hij een groot geloof heeft. Doordat geloof is hij wel waardig voor God. Vertrouwend op Jezus en op zijn werk. Want de beoordeling van de Heere is doorslaggevend.
Heb je een groot geloof met veel Bijbelkennis, met veel ervaringen: meer pk's dan anderen, als je veel hebt gedaan voor anderen? Nee, als je groot denkt van de Heere. Hoe meer je van de Heere verwacht, hoe groter je geloof is. U hoeft ook niet in mijn huis te komen – U bent zo machtig – U hoeft maar één woord te spreken en mijn slaaf zal genezen. De hoogste bevelhebber van hemel en aarde, zo spreekt hij Hem aan.

Ik ben een kleine bevelhebber – hoeveel te meer geldt van U dat gezag. Genees! is genoeg. Er zijn geen grenzen aan Jezus' macht, voor elk die wonderen van Hem verwacht.

Ik heb in heel Israël zo'n groot geloof niet gevonden. En de moeder van de Heere Jezus zelf dan? Toen Gabriël kwam? Maar dit is groter – een enkel woord van de Heiland is genoeg.

Een groot geloof denkt groot van de Heere en een kleine geloof denkt klein van Hem. Veel fiducie in de Heere. En Zijn macht is groter dan het het grootste geloof. En daarom is er hulp te vinden voor de grootste hulpeloze, voor de verst afgedwaalde ziel in deze stad.

Je kunt nog meer van Hem verwachten dan deze man. Een doodziek mens beter. De Heere Jezus is zo groot. Hij spreekt en het is er. Zijn wil gebied.
Hij is nu ver weg – maar afstand is geen enkel probleem! Hij kan elke afstand overbruggen, zelfs vanuit de hemel naar jou.
De goddelijke bevelhebber – met nog meer verwachting mag U zijn genade inroepen.

Hij die niets heef gedaan dat de doodstraf waardig was – hij deed het om ontelbaren zalig te maken – voor eeuwig genezen van hun zondekwalen. Hij heeft alles overwonnen, een grote verwachting mogen we van Hem hebben, een Zaligmaker, die uw ziekte kent en liefderijk geneest.

Het is zo waar wat er op dat dak staat: Jezus redt. Maar maak er haast mee. Als u weet een zondekwaal te hebben die naar het verderf voert, die uw ondergang wordt en zonder Hem niet kunt sterven, als het niet goed afloopt. Wat Hij dan van u zegt en u eeuwig toekomt –
hoe staat het nu, uw geloof. Een heiden – daar in het kerkelijk leven was het toch eerder te verwachten. Onder mensen met zoveel bijbelkennis.
Twee keer verwondert de Heere Jezus zich over geloof, van mensen van buiten. Is dat niet beschamend? Pril geloof dat dat van doorgewinterde kerkmensen te boven gaat. Een groot geloof bij jonge mensen – ik kom het tegen.

Dat de Heere Jezus zich zelf nu verwondert.. Hij is er aangenaam door verrast. Dat is toch Gods gave, dominee? Hij prijst Zijn eigen gave – maar de nadruk ligt hier op de menselijke verantwoordelijkheid, het geloofshandelen. Je moet het wel zelf doen, zo gezegd. Geloof Zijn woord, laat u leiden,
dat is het bevel van de grote Opperbevelhebber.

In Nazareth verwonderde Hij zich over het ongeloof van de mensen daar. En hier over het grote geloof van deze man – en dat doet Hij een wonderteken.

Waarover moet Hij Zich vanmorgen verwonderen bij u? Over uw geloof of over uw ongeloof?

Edit