Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 Dankbare verwondering vanaf de eerste dag (v5)
2 Trouwe volharding tot op deze dag (v5)
3 Blijde verwachting van de laatste dag (v6)
14 brieven heeft Paulus geschreven. Nu ziet hier in de gevangenis – deze keer weinig dogmatiek – heel practisch dagelijks als christen te leven. Met Hem in het leven van elke dag. Een vader in Christus is hij hier. Vol van Hem. Een oud man noemt hij zich, 60 jaar – 62 na Chr. ongeveer geschreven. Veel ervaring opgedaan met God. Het gaat vier hoofdstukken lang over Hem.
H1 – Christus is mijn leven, v21. H2 Christus is ons voorbeeld, H3 dat ik Hem mag winnen. Christus als doel. H4 Christus als kracht. Hij is zo Christusgezind en daarom rustig en nederig. Dat is wat anders dan 'Christus leeft in mij' – dat kan ieder baby'tje zeggen. Maar dit: het leven is alleen maar Christus – als je opstaat t/m dat je naar bed gaat , je gedachte zijn bij Hem. Ik verlang om U te dienen zolang U mij op aarde laat leven, dan is de Heilige Geest tot Zijn doel gekomen. Laat mensen maar op me stappen, als Hij maar groot gemaakt wordt.
Het woord zonde komt in deze brief niet voor – geen strijd tussen geest en vlees. Romeinen: ik ellendig mens – hier: ik gelukkig mens. Heeft hij mazzel, gaat het voor de wind ? Nou hij zit in Rome in de gevangenis. De gemeente van Filippi heeft Epafrodides gezonden met een gift voor Paulus, maar hij wordt ziek. En er zijn dwaalleraren en een begin van verdeeldheid. Om de omstandigheden – droefheid op droefheid – maar naar boven kijkend - verblijd u. Mijn geluk hang niet af van de situatie. Maar mijn geheim, mijn bron ligt bij God in Christus. Ik gelukkig mens - is het refrein. Paulus heeft geen reden tot moedeloosheid, moedeloos is goddeloos. Niet happy – dat hangt af van de happenings, maar Joy. Vreugde in de Heere. Rejoice in the Lord always.
Dat is een les. Hoe gaat het met u? We zeggen – naar omstandigheden redelijk goed. Dan laten we het afhangen van de omstandigheden. Hoe gaat het Paulus? Naar omstandigheden redelijk slecht.. Maar Paulus normeert het daar niet naar, maar naar Gods genade. Naar Gods genade gaat het opperbest.
De toon is heel vriendelijk en hartelijk. Een hechte band, v8 Want God is mijn Getuige hoe vurig ik naar u allen verlang, met [de] innige gevoelens van Jezus Christus.” Het is eigenlijk een bedankbrief. Neem die mee, Epafrodides.
1
vers 3 en 4. Ik dank mijn God. Bijna elke brief begint met danken. Voordat we gaan vragen aan de Heere, gaan we eerst danken. Waarom was deze dag een tikkeltje bijzonder, kinderen? Telkens als ik aan u denk. Hij dankt voor de gemeente. Lag op zijn hart. Mijn gemeente is mijn blijdschap en mijn kroon. Welke voorganger zeg dat van zijn gemeente. Wat een les voor mij en de ambtsdragers – wat een grote wijk! Nee begin met: Heere dank u wat ik gekregen heb. Bent u dankbaar dat u lid bent van de Maranathakerk bent, dankt u daar God voor? Dank U dat ik vanmorgen naar de kerk mocht gaan. We zijn zo vleselijk – zijn zo weinig dankbaar. Als je dichtbij leeft, heb je veel te danken – ik dank u voor deze medegelovige – hij is niet altijd zo sympathiek – maar ik merk dat U om hem geeft.
We beginnen niet met de goede dingen die er zijn, maar wat we missen. Ik heb wat gemist dominee, achteraf in de consistorie. Dan begin je aan de verkeerde kant. Als je de zegeningen niet telt – maar alleen wat je aanstaat. Ik dank mijn God.
Paulus had direct kunnen beginnen over de verdeeldheid - wat heb ik nou gehoord.. - ga er ermee aan de slag – is de kerkenraad te slap of wat ook maar – begin met te danken. U mag best een briefje aan de kerkenraad schrijven, maar schrijf eens – ik dank mijn God voor... dat zou ons zo goed doen.
Ik maak me ernstig zorgen of, – ik dank mijn God.
Voorwaardelijke dankbaarheid – als ik dat meisje krijg – als ik rijk ben – als ik vrijgemaakt wordt , nee Paulus begint met dankbaarheid – anders is er altijd nòg een voorwaarde.
Vanwege uw gemeenschap aan het evangelie vanaf de eerste dag tot nu toe. Ze hebben dus deel gekregen aan het evangelie – ze kwamen tot geloof. Ze hebben de vrede ervaren.
Hoe is dat gegaan? Filippi is de eerste stad op Europese bodem waar het evangelie klonk. Daar ontstond een gemeente. De eerste was Lydia. Lydia uit Filippi. Een vrouw. Hoe ging dat? Er was geen synagoge, geen tien Joodse mannen. Ze kwamen bij een riviertje samen op sabbat ochtend – vrouwen ochtend. Ze waren bezig met de Bijbel en toen kwam Paulus. Die preek van Paulus – een pijl die haar trof. De Heere opende haar hart. De preek ging niet als water langs haar heen. Zoals een eend niet nat, wordt in het water. Maar dwars door haar heen.
Ze werden opgepakt, gegeseld en toen die cipier. Hij viel op zijn knieën – geloof in de Heere Jezus Christus. En zijn huisgezin en Lydia en haar huis – daar kwamen ze samen. Bevrijding van een demon – slavinnetje. Een wonderbaarlijke verlossing uit de gevangenis – op de eerste dag, tot nu toe.
Ze hebben ook deelgenomen een de evangelieverbreiding. Ze steunden Paulus. Meegestreden in de voortgang van het evangelie. Meegedaan, meegebeden. Ze kwamen niet alleen tot geloof, hadden niet alleen Gods liefde beantwoord, maar ook doorgegeven. Hart voor de mensen om hen heen, ze hebben zich laten inschakelen in de dienst van het koninkrijk.
In H4: Euodia en Syntyche hebben medegearbeid en Clemens, een medearbeider. Een missionaire gemeente, hoe klein die ook was. Dat leg ik voor u neer, we zijn niet gezond, als we alleen maar op onszelf gericht zijn. Als je die liefde in je hart hebt, wil je daar ook van doorgeven. Licht op Zuid en Echo – een zegen, maar er moeten weer nieuwe mensen komen. Wie heeft het op zijn hart om mee te helpen de eerst volgende alfacursus gaat anders niet door. We zijn gered om te redden, zie William Booth. Daar zit wat in. Je hoeft niet allemaal de straat op – de een kookt, de ander doet kinderwerk. De derde kan goed luisteren. U kunt u opgeven bij Jan Metske. Heeft u het niet op uw hart? Wie bekeert is, krijgt een toeter, zei William Booth ook. Je mag ook mee blazen, doe wat. Bid daar om. De liefde van Christus drong hen.
Spurgeon – als alle mensen christen waren, en een man in Siberië nog niet, dan zouden alle mensen naar die man toe gaan om te vertellen dat Jezus leeft. De liefde van je hart dringt je.
2
Vers 6, wat is dat goede werk? Het geloof in de Christus, zeggen de KT. Je wilt het ook doorgeven. Hoe is God begonnen in Filippi? Het begon met een droom. Kom over en help ons. Het begin is niet altijd te traceren, maar God begon. Paulus stak over. Stond er iemand te wachten? Paulus ziet die man niet. Dit was wel een droom van God. Hij gaat de stad in, hij ziet er van alles en nog wat – “Welkom Paulus in Filippi”, geen fanfare corps. Geen koster, die zei – de mensen zitten er al. De Filippenzen waren niet begonnen, Paulus ook niet, God gaat beginnen. Paulus zaait en Hij geeft de wasdom – dat geeft ontspanning. U doet het Heere. Tot op deze dag.
Paulus moest daar weg, maar God ging verder. De Heere opende het hart van Lydia. En de vrucht van het goede werk zie je aan haar, zij opende haar huis. Je gaat goede werken doen. Zo bij de cipier. Hij stond met het zwaard aan de borst. Stel je vertrouwen op de Heere Jezus.
Hij gaat de bebloede ruggen van Paulus en Silas wassen.
Ik vertrouw dat God begonnen is – Hij maakt het af. Ik vertrouw op Gods trouw. Ontspannen.
Wij zijn angstig – hoe gaat het morgen, overmorgen, zal er over een jaar een Licht op Zuid zijn – over 5 jaar een Maranathakerk? Heidense invloeden – ik vertrouw erop dat wat God begonnen is, Hij dat voltooit.
Hoe weet je dat God in jouw leven begonnen is? In jou? Het werk van de Heilige Geest. Die werkt het persoonlijk geloof d.m.v. het evangelie. Joh 6:29 Dit is het werk Gods dat u gelooft in Hem die Hij gezonden heeft. Vrucht: van gerechtigheid, dat uw liefde nog overvloediger wordt. Hij die in u een goed werk begonnen is. Houdt u een faithbook bij? Wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe.
Wie is er begonnen – Hij. Wanneer, hoe oud was u? De een was jong, de ander nog single. De derde wat ouder.
En waar gebeurde het? De waterkant – tijdens een conferentie, tijdens een kerkdienst, een gebed. In het ziekenhuis, daar brak God de muren van mijn hart af.
En wat gebeurde er? De Naam van de Heere Jezus moet je dan horen. Anders is het misschien een gevoelig werk, maar nog geen Gods werk.
En hoe ging dat dan?
3 Hij zal het voltooien. Ik rust daar niet op – ik bid ook: verlaat niet wat Uw hand begon. Mijn houvast is dat God mij vasthoudt. En wat Hij vastgrijpt laat Hij nooit vallen, wat Hij liefheeft, heeft Hij lief tot het einde – Hij blijft getrouw, ondanks mijn ontrouw.
Moedeloos, vrees soms, verslapping – Hij zal zijn werk voleinden. Het hangt van Hem af, niet van mij. Die prachtige woorden aan het begin van elke kerkdienst: Onze hulp is van... – die nooit laat varen het werk van Zijn handen...
Het kan wel eens schudden. De duivel zit maar te rukken en trekken aan de handen van Christus – Hij zal het voltooien. Het werk van God is niet in een dag klaar- er moet veel geschaafd, maar Hij werkt aan mij. Door de Geest werkt Hij in mij, aan mij, om mij gelijkvormig te maken aan Christus.
Het gaat steeds meer lijken op wat Hij van mij wil maken. Daar heeft Hij een heel leven voor nodig.
Als je jarig bent, is het feest, dan krjig je cadeautjes, taart, je hoeft geen klusjes te doen Je mag je lekker laten verwennen:Vandaag is het jouw dag. En als je zoon gaat trouwen – dat is jullie dag. De dag van Jezus Christus is de dag van Hem, waarop Hij Zijn bruid zonder rimpel voor Zich zal hebben. Zijn dag. Naar die dag zie ik uit. Op die dag zal Paulus zeggen – ik dank mijn God dat ik de gemeente van Filippi heb mogen dienen. En Filippi zal zeggen, ik denk U dat U Paulus hebt gezonden naar ons. En op die dag zullen allen zeggen; dank u Heer, dat U zo'n Heiland bent, dat U het afmaakt, dat U het doet. Gij toch – het goede werk.
Hugo de Groots laatste woorden: Door veel te begrijpen, heb ik niets af kunnen maken. Een bolleboos. Half af. Als het mensen werk is begin je enthousiast, en dan heb je een excuus, en dan mislukt de studie. Een mislukt leven – een mislukt geestelijk leven. Ik ben begonnen en heb de keus gemaakt – Demas, een tijdgelovige, een hoop geblaat, klatergoud, en het was schijn en geen zijn. Omdat jij begonnen bent en God niet. Als de Heere begonnen is, dan zal het straks over je leven klinken – het IS volbracht, de Heilige Geest: het is voltooid. Ik heb het tot het einde kunnen brengen, en we zullen zonder verschrikking staan in een wit kleed bij de troon, de Redder op de Rechterstoel – dan wordt er loon uitbetaald. Wat heb je met je bediening gedaan? Kan ik het beeld van Mijn Zoon in je leven terug zien?
Je kunt er niet meer veroordeeld worden, wel beoordeeld. Hij pakt een foto van de Heere Jezus. Hij zal aan je vragen, welke kans heb jij Mij gegeven in je leven om jou te maken als Mijn Zoon?
Zal Ik dan beschaamd staan – Ik geloofde wel, maar had de ander niet op het hart – als er weinig plaats was voor Hem, heb je maar weinig plaats voor de ander – ik wil graag zoveel mogelijk van U ontvangen, zodat het gaat overlopen.
Ik heb een begin gemaakt met de brief – het goede werk is begonnen - het begint met: wat moet ik doen om behouden te worden? Ik zou wat dichter bij willen staan. Soms zie je jongelui slapen in de kerk – soms zie je die kopjes omgaan – en ze gaan met aandacht luisteren - zou dit het begin zijn van het goede werk? Hij zal Zijn werk voltooien to taan die dag.