Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-02-10 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Mijn enige troost in leven en in sterven

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Phip 1:21,23 Phip 1:12-26 De brief aan de Filippenzen

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 Levensdoel
2 Stervenswinst
3 Hiernamaalsblik

Stel je voor je gaat winkelen en je ziet een spandoek: waar leef jij voor? Ze proberen een praatje te maken. Wat is je antwoord? Wat zouden de mensen antwoorden?
Gewoon bij de dag, voor mijn natje en droogje. Het leven is een zuurstok, een materialist. Je leeft voor het hier en nu. Of idealisten; ik leef voor het behoud van het milieu, mensenrechten, actief in de politiek. Aan een weduwe, in een rolstoel – tot last van anderen, of ik leef voor mijn kleinkinderen. Of jongeren – die gepest worden, die het leven niet meer zien zitten, een diepe teleurstelling, je verkering staat onder spanning, je verloving is uit. Wat leef je nog voor. Op een grafsteen zie je wel eens – zijn leven was werken. Of: Haar leven was dienen.
Paulus had kunnen zeggen – mijn leven is leiden. Gestenigd, schipbreuk, gegeseld. Maar hij zegt: het leven is voor mij Christus, een bijzonder en prachtig antwoord.

1 Levensdoel
In de gevangenis schrijft Paulus aan zijn geliefde Filippi. Zij zijn bezorgd over hun geliefde Paulus. Ook mijn zijn in de gevangenis heeft tot nut van het evangelie gediend. Hij is een optimist. Hij moppert niet – hij twijfelt niet – ik moet toch preken? Zo is het evangelie gehoord door mensen die het anders nooit hadden gehoord, alle gevangenen, het gerechtshof, Felix, Festus, Koning Agrippa. Zelfs bij de lijfwacht van keizer Nero weten ze nu wie Jezus Christus is. Die had ik als vrij man nooit kunnen spreken.
V14 Het merendeel heeft door mijn gevangenschap juist de vrijmoedigheid gekregen – anderen nemen het over. Geen mens is onmisbaar. Anderen, die anders in de schaduw hadden gestaan. Soms overlijd een broeder, die veel te vertellen had en daarmee bloeit de zuster “er achter” helemaal op geestelijk.

Er zijn ook valse broeders. Paulus in de gevangenis – nu ga ik het maken. Ik kan ze niet vermanen – de een oprecht de ander omzelf op de voorgrond te staan – Christus wordt verkondigd. En daarover verblijd ik mij. Hij, de Heere Jezus wordt verkondigd. Hij laat zijn gevoelens niet afhangen van de omstandigheden, van de prognose – ik kan wel eens eens de martelaarsdood sterven.
Het doet je wel wat, maar je laat je er niet meer door overheersen, ik verblijd mij in de Heere. Er is een verhaal van een ijsvogel, die bouwt zijn nest boven open water, dat ie dan beschermd wordt door God. Hij zit rustig op zijn nestje.
Prins Willem van Oranje hoorde die legende, hij liet een penning slaan, op de voorkant de ijsvogel – op de rand stond: rustig te midden van de woelige wateren ('saevis tranquillus in undis'). Een lichtbundel schijnt op die ijsvogel.

Door jullie gebed en de bijstand van de Geest van Jezus Christus. Die Geest kunnen de soldaten me niet afnemen. Hulp troost zodat ik overeind blijf.
V20 – mijn reikhalzend verlangen – als Christus maar groot gemaakt mag worden. Dat is mijn liefste wens. Wat is die van u? Niet dat Paulus vrij komt.
Het was niet meer ik, mijn godsdienstig mening. Bij jou gaat het licht op – zo is het en niet anders. Paulus heeft dat afgeleerd. Maar dat Christus wordt groot gemaakt. Door jou heen kan het alleen als jij klein gemaakt wordt, hoe kleiner ik ben in eigen oog hoe groter Hij is.

Ik wilde een verrekijker meenemen, zo'n grote. Daar kijk je niet naar maar erdoor heen. Je wilt een ster bijv. dichterbij halen. Hij wordt groter – nee alleen voor jou oog. Dat is het wat Paus bedoel – Christus is niet klein en ik moet hem groot maken - maar groot maken. Magnify betekent beide in het Engels – dat anderen gaan zeggen: wat heb jij een rijke Heiland – dat zie ik aan je.

Een toerist in Londen ging naar een groet spreker - en onder indruk van hem kwam hij de kerk uit. En na Spurgeon zei hij: wat een machtige Heere hebben we. Christus werd groot gemaakt, Spurgeon was een verrekijker voor hem.

Want het leven is mij Christus. Voor mij is het leven Christus. Wij zouden misschien zeggen - het leven is voor mij verschrikkelijk en de dood angstig. Het moet er maar op aan komen. Een doodsvonnis van Nero of van de specialist, door dat knobbeltje en dan op eens komen dood en leven ontzaglijk op je af.
Laat God maar in de hemel en de satan in de hel en mij op aarde blijven leven – hoeveel mensen zouden dat niet zeggen.

Paulus zegt niet 'maar'. Het leven is Christus èn het sterven winst. Geen contrast, maar een climax. Als het leven Christus is, gaat het omhoog.

Een jongetje zat op de zondagsschool. De juf sprak over de rijke en arme lazarus. Hij zei: ik zou willen leven als de rijke man en sterven als Lazarus – wie wil dat niet?

Niet Christus leeft in mij – dat kan elk kind van God zeggen – maar hier gaat het verder. Niet het nieuwe levensbeginsel – maar mijn hele bestaanswijze draait om hem – meer heb ik niet en wil ik ook niet hebben.
Je hebt een stadsleven, een dorpsleven – een hondenleven als je het slecht hebt – of een prinsenleven – maar Paulus zegt; ik heb een Christusleven – Als ik opsta, dank U wel Heere, wat wilt U dat ik vandaag voor U kan doen? Als ik naar bed ga neem ik de dag met Hem door. Jezus voor en Christus na.
Als ik daar over denk, word ik heilig jaloers – zo met Hem te wandelen – bij elke behoefte, die je hebt Hem nodig te hebben, met Hem over alles te praten, over iedere stap die je onderneemt met Hem te praten – vind U het goed Heere.
Al je zorgen en verdriet voor Hem uit te storten, te delen in alle vreugde – alles te doen alsof Hij er is. Dat is het leven is voor mij Christus. Die Jezus, die hem tegemoet kwam op weg naar Damascus. Door Zijn genade ben ik gered, door Zijn woord wil ik me laten leiden.

Het leven is – mij werk en preken? Nee – nee die ene Naam. Mensen betekent veel maar Christus alles.

2 Stervenswinst
Als a waar is, dan b ook – als leven Christus is, dan is sterven winst – lucratief, winstgevend. Die zijn groter voor een christen dan de verliesposten. Je laatste dag is je beste dag. Het dichtste bij je Heiland, nog even en je bent bij Hem.
Paulus, ben je niet bang voor je verleden - je had een hekel aan Jezus - denk je niet dat het terug komt voor de rechterstoel – dat is bedekt door het bloed van Christus, die blinkende zonden zijn bedekt door het bloed van mijn dierbare Heiland.

Heb je al eens voor een echoput gestaan – het klinkt heel lang na. Ik roep: leven! – 'even','even'. Sterven! 'erven' 'erven'.. het leven is maar even en sterven is erven, winst.
Van harte gecondoleerd met het verlies van.. dat is ook waar. Je verliest je goede vader. In het sterven verlies je je gezondheid, je gewicht, je schoonheid, je kracht, je laatste adem. De hand van je liefste moet je loslaten. Maar het is winst, zegt Paulus.

Zal het wèl zijn, als je moet sterven? Dat is eigenlijk een verkeerde vraag – ik weet dat antwoord niet. Ik heb geen stervensgenade in mijn zak – die heb ik nu niet nodig – wel om te preken, en die krijg ik ook. Wat een betere vraag is: is jouw leven vandaag Christus?
Vertel me niet hoe iemand gestorven is, maar vertel me hoe iemand geleefd heeft.

Ik weet niet veel van muziek, maar bij Bach kun je veel verdrietige muziek vinden, maar tegelijkertijd klinkt er hoop door. Er is een prachtige cantate, “Ich habe genug”. Ich freue mich auf meinen Tod. Wie zegt hem dat nu na? Dat schrijft hij in een allegro – snel, vrolijk tempo. Ik geloof dat ik hem pak.
Niet in mineur, want hij weet – sterven is winst, geen angst, geen dreiging, maar hoop en trouw spreekt daar uit.

Christinnereis: bijna aan het eind van haar reis – door de Doodsjordaan moet ze – het is eb, ze gaat niet kopje onder. Het is bitter voor het gehemelte, koud voor de maag, maar de gedachte aan de plaats waar ik naar toe ga is een gloeiende kool, en ze wordt helemaal warm vanbinnen. Ik ga nu dat Hoofd aanschouwen. Dat gelaat dat bespuugt is voor mij – nu mag ik Hem straks gaan zien. Haar gelaat veranderd en ze ging op en in door de schone poort van het hemelse Jeruzalem.

3
hoe zal het daar zijn – voor een christen. Voor een niet-christen is het eeuwig verlies.
Dan zal ik bij Christus zijn. Zijn gezicht te mogen aanschouwen. Die handen te mogen zien die me hebben vastgehouden. Zijn stem te mogen horen. Vaak wordt het vaag geschilderd. Maar in het hiernamaals zal Hij zijn. In Zijn volle glorie zal ik Hem zien, verreweg het beste.

Hier blijven en vrij komen en jullie te dienen, of mijn Heiland te mogen begroeten - dat begeer ik. Maar ik laat de Heere kiezen.

Verlangt u er ook naar ontbonden te zijn met Christus? Ds H. Lichtenberg werd gevraagd: verlangde hij daar wel eens naar? Eerlijk gezegd niet. Want mijn vrouw en ik hebben het nog heerlijk samen. Je zult maar jong zij – dit jaar wil je trouwen, binnenkort een baby – verlang je dan ontbonden te zijn – bezig met de wieg -je gaat afstuderen. Prima. En toch had Lichtenberg ook ogenblikken dat hij verlangde naar boven, nar beter – als je dat nooit hebt is het niet goed. Niet uit levensmoeheid, maar omdat hij zoveel van de Heere Jezus hield. Als je logeert en nooit verlangt naar thuis is er iets niet goed. Verlang je als bruid niet naar de bruidegom – onderweg, en je verlangt nooit naar de eindbestemming? Je wilt toch ook naar de haven? Als kind moet je naar huis verlangen.
Maar het is moeilijk, niet, gemeente? “Jeruzalem, o stad zo hoog gebouwd,
naar u verlangt mijn hart!
Van verre reeds heeft u mijn oog aanschouwd.” zingen we uit volle borst, maar o wee als het eens in zicht komt. Zingen we dan nog zo hard, ik zou het liefst in mijn eigen huisje blijven - ik verlang naar mijn moestuintje – ik heb het best hier.
Henk Binnendijk schrijft ergens - een buurman ging nooit naar de kerk, zijn vrouw was overleden. En hij zei – jullie hebben het vaak over de hemel en zingen erover, maar als het er op aankomt wil er niemand naartoe.
Ik heb er maar zelden meegemaakt.

We nemen afscheid – en zeggen “het beste”. Ik wens je het allerbeste toe – een kind van God zei: als dat waar is, zie je me niet meer terug op aarde! Het paradijs. Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. In Zijn heerlijke gezelschap. Paulus: Cor 5, dat ik in mag wonen bij de Heer.

Wat is dat paradijs? Hij is er, dat is genoeg en er is rust, ik mag getroost zijn. Paulus is er wel eens opgetrokken geweest – onuitsprekelijk woorden heeft hij er gehoord. Hij moest er getuige zijn geweest van de gesprekken van de ontslapen gelovigen met elkaar en de Heere Jezus.

Ik geef huiswerk mee - dat paradijs is maar tijdelijk – maar het is er niet volmaakt. Hoezo? Wel zielen, maar geen lichamen. Dat ligt nog in het graf. Het is een tussentoestand, zij wachten op de wederkomst van Christus, Hij is er, maar toch wachten ze. Als wij. Totdat de Heere Jezus terug komt en hen een verheerlijkt lichaam zal geven. Dat zijn bij Christus, maar het is nog niet de volmaakte toestand. Een voorlopige gelukzaligheid, een ouverture. Want nog zonder lichaam.
Als ik ook nog een verheerlijkt lichaam krijg, zal ik het vaderhuis worden ingevoerd. Het heerlijkste is, daar zien wij Jezus, en beter dan hier op aarde. Geen zonde en verzoeking en toegeven aan de verzoeken, verdorven vlees, dat is alles over in het paradijs.

We hebben veel overdacht. We bidden om jongeren en ouderen, die het ook begeren te zeggen – het leven is voor mij Christus. In mijn doen en laten, dat ik het mag uitstralen. Blij vooruitzicht dat mij streelt, als ik hier mijn ogen dicht doe – daar zal ik ontwaakt Uw lof ontvouwen, U in gerechtigheid aanschouwen, verzadigd met uw goddelijk beeld.

Wat zal dat zalig zijn!

Edit