Edit|
EditReeks Samenvatting:
God heeft de doodstraf niet afgeschaft maar gehandhaafd. Het is goed om dat in de lijdenstijd te bedenken. Jezus kwam onder het oordeel van de dood terecht toen Hij uw en mijn zonden op zich nam. Hij onderging wel het oordeel van de Joodse wet, maar niet de Joodse doodstaf (steniging), maar werd gekruisigd naar Romeinse zin. Dat was Gods bedoeling, want Zijn verzoenend sterven gold niet alleen Israël maar alle volkeren van de aarde. Heel de Schepping is in Zijn dood betrokken. Hij is niet onzichtbaar onder stenen bedolven. Dan zou Zijn laatste ademtocht voor de wereld verborgen gebleven zijn. Jezus is gekruisigd, in het openbaar, ten aanschouwen van Jood en heiden. Dat kruis werd hoog opgericht. Zichtbaar, hoorbaar voor iedereen. Ook voor de engelen en demonen. Hij heeft in het openbaar getriomfeerd; ze verslagen en ontwapend. Hij heeft zelf Zijn sterven aangekondigd als een oordeel over de vorst van deze wereld. Het lijkt alsof de duivel binnengehaald wordt en Christus buiten geworpen, maar het is andersom.
De heerlijkheid van de hemel, van de Vader, daalt op Christus neer. Dat is het mysterie. Dat is niet te doorgronden, maar alleen te aanbidden. Dat geheim heeft Johannes ontdekt. Ik heb Hem verheerlijkt, en zal Hem opnieuw verheerlijken. God heeft Hem verheerlijkt bij de Jordaan. Deze is Mijn geliefde Zoon; in Hem heb ik een welbehagen. Hij sloeg daar de lijdensweg in. Daarna gaf God Hem weer heerlijkheid, bij de verheerlijking op de berg. Toen sloeg Jezus de doodsweg in. Nu staat Hij voor de deur van Zijn sterfkamer, Golgotha. Daarom gaat God Zijn kind nu opnieuw verhogen en verheerlijken.
Grieken komen naar hem toe. Een profetie wordt vervuld, namelijk dat heidenen tot Hem zullen komen. Nu gaat Zijn publieke verheerlijking een aanvang nemen. De weg naar de hemel door de diepte van de hel. Het tarwegraan zal in de aarde geworpen worden en sterven. Wie huivert daar niet voor? Hij ook. Hij raakt in tweestrijd tussen angst en gehoorzaamheid. Verlos Mij uit dit uur, alstublieft......Hier stokt mij de adem in de keel. Mijn zonden zijn de oorzaak van Zijn benauwenis....Hoe beschamend en beangstigend. Als Zijn ziel al in ontroering raakt als de dood op Hem afkomt.....hoe zal het dan met ons zijn als wij de dood in de ogen zien? Als wij Zijn weg niet willen gaan, hoe zal dan de ontroering van Jezus ons aanklagen......Wij worden vandaag gedrongen ons over te geven om door Zijn angst en dood bevrijd te worden. Hoe zullen wij anders ontvluchten als wij geen acht slaan op Hem?
Tegelijk ben ik ook blij. In Zijn ontroering komt mijn ziel tot rust. Zijn bloed geeft mij een schuilplaats om veilig te zijn in het oordeel.
Waarom zou je bang zijn voor de dood? Omdat je bang bent voor God. Maar als je een schuilplaats hebt bij God, hoef je niet bang te zijn immers?
Zijn ontroerde ziel kwam tot rust in de overgave aan Zijn vader... De Vader zegt: in Hem heb ik Mijn welbehagen. En de Zoon zegt: Ik kom om uw wil te doen.....
Daar gaat het om. Hij gaf zich over, zodat wij vrede vinden in Hem. Zodat ook in het sterven van Gods kind, God verheerlijkt wordt. Zo iemand Mij dient, die volge Mij en waar Ik ben zal ook mijn dienaar zijn. En waar Ik ben, de Vader zal Hem eren. Dat is troost in de dood mij toegezegd. Dat was de kracht van de christenmartelaren die in de gemeenschap met het lijden van Jezus tot de dood toe hebben volhard.
Laat uw hart niet in beroering komen, want mijn ziel was beroerd...Proeft u het geheim, ontdekt u de troost? Hij weerstond de verzoeking van de duivel. Hij heeft gehoorzaamheid geleerd, ook in Zijn doodsangst. Zo wordt de duivel bij het sterfbed van al Gods kinderen weggejaagd. Hij is de oorzaak geworden van eeuwige zaligheid. De duivel heeft niks meer in te brengen.
Dan zal Hij mij in alle angst en verzoeking bewaren, zelfs bij het naderen van de dood. Rust mijn ziel want Hij is Koning... Hij trekt in Zijn gehoorzaamheid al de Zijnen met zich mee.
Zo openbaart zich de kracht van het kruis. Dat oordeel van Golgotha betekent niet alleen de uitwerping van de vorst der duisternis, maar ook de inzameling van allen die Jezus naar zich toetrekt. De trekkende kracht van het kruis. Bijvoorbeeld Paulus op weg naar Damascus. Het kruis velt hem tegen de vlakte. Jezus brengt hem onder Zijn kruis. Mensen die eerst van het kruis niks willen weten, leren roemen in het kruis. Ze gaan het Lam volgen, door het lijden tot heerlijkheid.
Dat kruis ligt mij niet. Het zegt ook dat God mijn zonden niet ongestraft laat. Het kruis is het oordeel over deze wereld. Niet de wereld zoals die geschapen is, maar de wereld die van God is afgevallen. Waar de duivel zijn macht uitoefent. Die geschonden wereld heeft Hij op het oog, want in die wereld kwam Hij. Hij kwam in die wereld die van God niet weten wil. De wereld buiten God, de tegenwoordige wereld noemt Paulus dat. De wereld, dat bent u en ben ik. De wereld die in het boze ligt, in dè boze. Waarin de boze geesten te keer gaan, de geest van de kinderen der ongehoorzaamheid. Waar de duivel niet het recht heeft, maar wel de macht die hij tegen God uitoefent.
Zoals iemand die ernstig ziek is ten dode of ten leven kan wankelen. Zo is het ook met Jezus. Het is ten leven of ten dode. U acht het bloed van Jezus rein, of u veracht het. Als u nog niet geschuild hebt achter het bloed van het Lam, dan moet ik u dat zeggen. God heeft de doodstraf niet afgeschaft, maar wel vrede bewerkt door het kruis. Het kruis verdoezelt uw schuld niet, maar het verzoent uw schuld.
De duivel is van de troon gestoten en Jezus is verheerlijkt. Hij trekt mensen uit deze tegenwoordige wereld, uit de macht der duisternis en zet mensen over in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde. In Jezus' laatste woorden spreekt Hij over het feit dat Hij mensen naar zich toe zal trekken.
De Heilige Geest doet het kruis als een schatkamer open en toont de schatten die daarin verborgen liggen en deelt ze uit.
Als ik van de aarde verhoogd zal zijn, zal Ik ze naar Mij toetrekken, zegt Jezus. Verhogen en trekken. Daarmee heb je het werk van Christus samengevat. De slang in de woestijn moest verhoogd worden, zodat iedereen Hem zou zien. Als een zichtbaar teken van de zonde, maar ook zichtbaar teken van behoud en een profetie van wat komen zou. Het vergif van de zonde, het slangengif dat in mijn bloed stroomt, dat wordt weggezogen door het bloed van Christus. Wie in het geloof op Jezus ziet, die vreest voor dood en helle niet...
Als u tot Hem zult opzien, met verlichte ogen en een verlicht hart, dan zie ik de schuldbrief aan het kruis genageld, en ik onderteken met mijn eigen hand. Ik veroordeeld door God. Jezus word mij kostbaar en onmisbaar. Dan word ik om Hem verlegen.
Paulus verlangt ernaar om Hem meer en meer te leren komen en de kracht van Zijn opstanding.
Ik trek de paleisdeur voorgoed achter mij dicht en ga de smaadheid van Christus dragen. Jezus verhoogd aan het kruis. Als je iets omhoog houdt, dan wil je het duidelijk laten zien. Je stelt het ten toon. Zo is Jezus verhoogd. Hoog, zichtbaar, hoog in Zijn offer, maar ook hoog in Zijn macht. Het lijkt alsof het kruis het einde is, dat dachten mensen ook, maar ze vergisten zich. Toen Golgotha nog niet gepasseerd was, was Gods werk nog niet klaar. Dat welbehagen van Jezus ging verder. Want de schuld was verzoend. Het weerklonk luid op deze wereld: het is volbracht.
Dat hoorde de duivel en hij sidderde. Maar de Vader hoorde het ook en daarmee was Zijn toorn gestild. In de duisternis van de dood breekt het licht door. Die verhoging, oneindig veel hoger dan de verhoging aan het kruis, komt de Heere Jezus toe. Wij zoeken Hem niet meer op Golgotha, maar wij gaan in in het hemels heiligdom waar Hij nu is. Als Ik van de aarde verhoogd ben, eerst aan het kruis en dan in de hemel, dan zal ik ze naar Mij toe trekken. Hij trekt al de Zijnen naar zich toe, uit Israël en uit de volken, dichtbij of ver weg. Mensen zonder hoop en zonder God in de wereld. Ze worden naderbij gebracht door het bloed van Jezus. Daar kwamen de Grieken; wij wilden Jezus zien. (Johannes 12:20) Jezus trekt ze naar zich toe.
Ze zijn naar Jeruzalem gekomen voor het Paasfeest, om de God van Israël te aanbidden, Jezus ziet in hen de voorbode van heel die ontelbare schare die Hij trekt en die door Zijn kruis naar Hem toegebracht worden. Zoals Lydia die in de kerk zit en plotseling zijn trekkende kracht ervaren. Of zoals de stokbewaarder, door een aardbeving. Het hangt er maar van af wat u nodig heeft. Trekken is zwaar werk. Dat vraagt kracht. Omdat er een tegenkracht is. Wij trekken namelijk terug. Ik vind dat kruis niet aantrekkelijk, maar afstotelijk, maar toch: daarmee trekt Christus mensen naar zich toe. Door natuurlijke mensen die zich er tegen verzetten te herscheppen. Tot geestelijke mensen die het kruis gaan dragen. Dat kruis word nooit aantrekkelijk. Ook mijn kruis betekent sterven als de tarwekorrel in de aarde. Maar door de overwinnende kracht van Jezus' liefde betrokken bij Zijn kruis en behouden door Zijn dood. Jezus stierf voor mij. Hij heeft het waar gemaakt. Ik zal hen allen tot Mij trekken. Uit de macht van de zonde. Uit mijn twijfelmoedigheid, uit mijn ongeloof, uit mijn schijngeloof, uit alles. En Zijn trekkracht kan de duivel niet tegen houden, de wereld niet en ik zelf niet. Door Jezus getrokken, dan ben ik in Hem geborgen.
Waarheen trekt Hij? Naar zichzelf toe. Waar is oma nu, vraagt een kind. In de hemel...? Maar zo staat het hier niet. Wel: bij Jezus.
Ik wil dat waar ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt.
De liefde wil bij de ander zijn. Het gaat de bruid toch niet om de bruiloft, maar om de bruidegom. Zegt uw ziel vanmorgen amen? Als Jezus aan u trekt, dan merkt u dat zeker. Want dan wordt u voor Hem ingewonnen en de wereld gaat het verliezen. Net als die boom. Hij wordt omver gehaald naar één kant. Niet naar twee kanten. Naar de goede kant. Trekkracht voel je.
Getrokken uit de macht der duisternis en overgezet in het koninkrijk van de Zoon van Gods liefde. Dat is de grondtoon van het Evangelie. Roemen in het kruis.
(Johannes de Heer 586a)
Houd hoog Uw kruis voor mijn verdonk'rend oog,
Licht in de schemer, leid mij naar omhoog!
De morgen daagt, de schaduw gaat voorbij:
in dood en leven, Heer, blijf mij nabij!