Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 de verlossing uit barmhartigheid
2 door gerechtigheid
3 tot heerlijkheid
Engeland, 19e eeuw, een verschrikkelijke schoolklas, leraren hielden het niet lang uit. De eerste moest naar een psychiater, de tweede werd zwaar overspannen, een 3e koos een ander beroep, de 4e belandde als snel in de ziektewet.
Een nieuwe kwam – we pakken hem jongens! De nieuwe zei: we zijn nu een keer tot elkaar veroordeeld – we moeten wat afspraken maken: wat mogen we niet? Je mag niet pikken! Riep er een, de leraar schreef het op het bord. Er stonden uit eindelijk 20 regels op het bord. Nu een straf als je die overtreedt – 20 stokslagen riepen ze. Met de stok waarmee u aan wijst. Dat schreef hij ook op. En het werkte, want niemand die de eerste zijn voor de stokslagen. Een week later zei de directeur – hoe doe je dat? Die regels hebben ze zelf opgesteld. 2 weken later – ze hebben m'n brood gepikt! Tassen op tafel. Een klein miezerig mannetje – en juist bij hem lag dat brood. Heeft een ander het er in gestopt? Heb je het zelf gedaan? Ja. Er moet geslagen worden! Dat gaat niet goed, dacht die leraar. Ik stel voor één mep en dan nooit meer doen - 20 stokslagen, brulde de klas. Nou dan moet jij het maar doen – het was jouw brood. Sla maar. Hij keek naar dat miezerige ventje en zei - meneer slaat u mij maar, want er móet geslagen worden, alleen ik kan er beter tegen dan hij.
Dat miezerige ventje zijn wij. En die regels zijn de regels van God. En die hebben we allemaal overtreden, die straf: vervloekt is een ieder die niet blijft wat in de wet geschreven staat. Vader slaat U Mij maar. Want ik kan er beter tegen dan zij. Reken het Mij maar toe. De zwaarste straf op de sterkste schouders. Daar gaat het in in art 20. Dat wonder van de plaatsvervanging. Mijn Jezus ik hou van u, want u nam de straf op U die ik had verdiend.
Voor mij de genade, onverdiend, een stokslag voor U. God heeft Zijn rechtvaardigheid bewezen tegen zijn zoon. Dit is het hart van het evangelie. Ik voor u, ten behoeve van u. daar gij anders het niet overleefd had.
God heeft de Heere Jezus die onschuldig was, tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem. Plaat van de brede en smalle weg, aan het begin staat een kruis – er boven een onweerswolk en onder het kruis gutst het water, en een zondaar mag drinken, Gods rechtvaardigheid en barmhartigheid stroomt naar mij. Twee karakterkenmerken van God.
Plaatsvervanging. Ik verdien het om verloren te gaan. Gods straft niet twee keer, “ne bis in idem” het geldt vandaag nog in het strafrecht. Of je zal het zelf moeten dragen of een ander heeft het gedragen. Als de Heilige Geest in jouw leven gaat werken. Dan weet je – zonder God ga je naar de hel. Als ik vannacht sterf – als ik zo doorga, gaat het voor eeuwig fout met me. Als de Heilige Geest je instaat stelt om te geloven in de Heere Jezus ga je met zekerheid geloven, dat je zonden vergeven zijn.
Tussen verloren en behouden worden, ligt een gebed: Heere behoud me... dan wordt Uw genade verheerlijkt. Als een dokter een ernstig zieke patiënt weet beter te maken – dat is een goede dokter! Ik pleit op Zijn bloed en dat gebed komt aan. Zo word je verlost, door Zijn recht en barmhartigheid.
'Wij geloven dat God'. Hij handelt. Als God er toch eens niet was.... God is liefde en daar volgt Zijn barmhartigheid uit en God is ook licht en daaruit volgt zIjn rechtvaardigheid. Je wordt zalig op een rechtsgrond, niet ten koste van, op grond van. Dat zie ik de hele Bijbel door. Dat is Gods handelen:
Noach – de Heere is uiterst geduldig. Hij moet straffen naar Zijn recht. Maar Zijn barmhartigheid zorgt voor een grote ark.
Een gaaf lammetje moet de dood in, voor mij als overtreder. Maar Gods barmhartigheid zorgt ervoor dat Hij zelf dat Lam gaat geven. En je krijgt er deel aan door je hand erop te leggen. Er is een Lam, dat komt van God. Grote Verzoendag – die zondebok werd beladen met de zonde – de dood moest gestorven worden. En op grond daarvan kon de Hogepriester het hele volk zegenen. Vrijsteden – als je iemand had doodslagen zonder opzet – dan zou jij ook moeten sterven – Gods rechtvaardigheid – maar Gods barmhartigheid zorgde voor de vrijsteden, zodat je toch gespaard bleef.
Bij het kruis zie je het het mooist, daar kun je het alleen maar aanbidden. Menselijk uit te leggen – Gods rechtvaardigheid moest de zonde straffen, God bemint het recht, maar Gods barmhartigheid wil de zondaar behouden.
Gods volk wordt een rechtlievend volk (niet een rechthebbend). Als ik mijn zonde belijd, en dat Hij getrouw en rechtvaardig is, op grond van het sterven van een Ander. God doet daarmee recht.
Let op de volgorde. Barmhartigheid gaat voorop. Een oude puritein zei: God is rechtvaardig en barmhartig. De twee handen van God. Maar God is rechtshandig: met zijn rechter hand doet Hij het meest. En bij steekt pas als hij wordt uitgedaagd.
Het is niet zo dat God woedend is en dat de Heere Jezus moet komen om Hem een beetje te kalmeren, dat is een heidense voorstelling. De Heere Jezus maakt God niet barmhartig – Hij IS barmhartig. En daarmee zond Hij Zijn Zoon – wij hoeven God niet te smeken om barmhartigheid – hoe word je bekeerd? Smeek maar veel om een nieuw hart – 2Cor 5 – God smeekt; ik hoef God niet te bewegen – God smeekt door zijn gezanten. Geen smekende zondaar, maar een smekende God, dat is het Bijbelse beeld. Hij wil en kan je redden!!
Van zo'n boodschap word ik warm, ik hou me er aan vast.
2
God heeft Zijn rechtvaardigheid bewezen tegen Zijn Zoon. Voor ons gevende. In dat zeer bittere lijden. De straf die ons de vrede aanbrengt. Tres rigoreux zegt het oospronkelijk Frans – erg bitter. Het was rigoureus van God. De zonde als een pak. Een pak met zonde weegt al zo zwaar. Hoe meer de Heilige Geest je ontdekt aan wat zonde is, hoe zwaarder het gaat wegen. O God hoe moet het? Hoeveel te meer die last van een heel mensengeslacht? Niet te dragen, het drukte Zijn schouders naar beneden. Gods toorn – die ijzeren rode sloeg Hij op de rug van Zijn Zoon stuk zodat Hij mij de gouden scepter kon geven – daar aanbid ik Hem voor...
Misschien zit er hier een verdwaalde en bekommerde ziel – die op zoek zijn naar vrede en geen zekerheid hebben. Dat je mag weten het is wel met mijn ziel – Heere uw genade word er in verheerlijkt als ik zalig word, dan bent U die grote Zaligmaker – meer dan dat ik voor eeuwig verloren zou gaan. Hoe meer onderdanen die Koning heeft hoe groter zijn glorie.
3
Tot onze rechtvaardigheid, onsterfelijkheid en eeuwig zalig leven. Dat is de bedoeling. Door een zeer volkomen liefde. Gods goedheid, amour, als De Brès hier een keer over begint, dan rollen de woorden over elkaar heen. Aan worden te kort - oneindige barmhartigheid. Onuitputtelijke liefde. Dat Gods liefde voor mij opgaat, dat is niet te begrijpen. Toen hij deze in opschreef moet zijn pen getrild hebben van blijdschap en aanbidding, barmhartig over ons, die schuldig en strafwaardig zijn door een zeer volkomen liefde - liefde was het, onuitputtelijk. Ere aan God de Zoon. Toen de Levensvorst op aarde tot ons heil Zijn bloed vergoot. Heilige Geest u hebt mij bekend gemaakt met die wonderbare boodschap en hebt plaats gemaakt voor deze wonderbare Jezus.
Uitgestort. Dat gutst eruit. Veel, vol, overvloedig. Ik mag blijven leven en zonder verschrikking voor de rechterstoel verschijnen; ik zal worden vrijgesproken. Hij is mijn gerechtigheid, als ik aangeklaagd wordt, de stem van het bloed van Christus: die is harder. Die spreekt van Verzoening.
Straks krijgen we nog mee – onsterfelijkheid een lichaam zonder zonder, zwakheden en gebrek. Je kunt je lekker in je vel voelen, je word er wel eens boven uit getild. Soms ben je moe en de Heere neemt je mee en voor je het weet zie je dat het half zeven is – straks verlost van dat lichaam dat snel moe is. Eeuwig mag je luisteren en eeuwig mag danken …
Anderen hebben een zwak hart. Ik zou zo veel willen doen, maar er zit een rem op. Daar bent u straks van verlost – vol van zijn liefde en rechtvaardigheid –
Een ernstige ziekte die je langzaam sloopt. Straks verlost van zonde en pijn – geen misselijkheid meer, geen moeite, geen reuma meer, mijn vingers trekken krom dominee. Ik kan mijn eigen kleinkind niet oppakken dominee - als ik het vast houd moet een ander er bij zijn. Straks geen reuma meer maar recht van lijf en leden – met een palmtak in je hand.
En eeuwig zalig leven. Door Hem. Ik krijg het door Hem. Daar gaat het me om. Het gaat me om de weldoener. Dat de bruidegom rijk is, is fijn – in gemeenschap van goederen getrouwd, dat is mooi; maar dat ik Hem mag hebben...
Christus en zijn weldaden. Het mag niet om de weldaden alleen gaan – dat is plat gezegd hoerenliefde, dan gaat het om de centen...
opdat ik niet hoop'loos sterven,
maar uw heerlijkheid zou erven,
duizend, duizend maal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer!
Gij, o Jezus, hebt gedragen
lasteringen, spot en hoon,
om van schuld en eeuwig lijden
mij, verloor'ne, te bevrijden,
Als ik in uw glorie, uw eeuwigheid kom,
dan buig ik mij vóór U, in uw heiligdom.
Gekroond met uw heerlijkheid, zal 'k zingen voor U:
'k Heb van U gehouden, maar nooit zoveel als nu,
maar nooit zoveel als nu.