Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-03-10 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Sterren in de nacht doopdienst van Anna Deborah Ruth van Delft, en Naomi Johanna Oosse

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Phip 2:15 Phip 2:12-18 De brief aan de Filippenzen
Doopdiensten

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1. uitwerken
2. uitzeggen
3. uitstralen



Jezus zegt, dat Hij hier van ons verwacht.
Dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht .
En Hij wenst, dat ieder tot zijn ere schijnt .
Gij in uw klein hoekje en ik in 't mijn.

Jezus zegt, dat Hij ieders kaarsje ziet .
Of het helder licht geeft, of ook bijna niet .
Hij ziet uit de hemel, of wij lichtjes zijn .
Gij in uw klein hoekje en ik in 't mijn .
Jezus zegt ons ook, dat 't zo donker is,
overal op aarde zonde en droevenis.
Laat ons dan in 't duister held're lichtjes zijn .
Gij in uw klein hoekje en ik in 't mijn .


In zo'n donkere tijd zijn jullie geboren. Lichtjes die schijnen in de nacht. Schijnen als sterren in de wereld. Er zijn in de wereld ook popsterren, filmsterren, etc. Al Gods kinderen zijn sterren voor Hem. Om te schijnen in deze donkere wereld. Sterren zie je het beste als het donker is.

Filippi was een heidense stad vol bijgeloof. Door Gods genade komt daar een christelijke gemeente door de zendingsarbeid van Paulus. Lydia komt tot bekering terwijl ze zit te luisteren met haar hele hart. Spoedig daarna wordt een slavinnetje bevrijd van een boze geest. Daarna de stokbewaarder middels een aardbeving. Zijn hele gezin wordt gedoopt, ook de kinderen. Ook het gezin van Lydia. Epafroditus, Clemens wordt gedoopt. Euodia en Syntiche komen tot geloof. De Heere was daar een goed werk begonnen. Ze worden niet alleen tot geloof gebracht, ze worden ook gedoopt. Wat is dat eigenlijk?
Overgaan van het ene naar het andere terrein. Ze worden daar symbolisch door de doop gezet. Door het geloof kom je daar innerlijk, door de doop kom je daar uiterlijk. Dat is de betekenis van de doop. De ene dopeling heet Ruth, de andere Naomi. Naomi en Ruth gingen door de Jordaan en ze kwamen op het terrein waar God werkt. Je gaat door het water heen en komt op het terrein van het koninkrijk van God. Een andere Heere, een betere Heer.

Paulus schrijft die brief aan de gemeente van Filippi. Laat Christus een voorbeeld voor u zijn. Laat die gezindte zijn die in Christus was. Dan komt die tekst: werkt uws zelfs zaligheid met vrezen en beven. De Heere Jezus zocht nooit Zijn eigen belang maar cijferde zich zelf altijd weg. En dan komt de tekst. Werkt aan uw eigen zaligheid met vreze en beven. Moet ik daar dan ook nog wat bij doen? Gaat het hier over de bekering? Moet ik zelf aan het werk gaan voor mijn eigen bekering? Is het niet alleen Gods werk maar ook een beetje mijn werk? Gaat het hier over Gods genade of over onze eigen verantwoordelijkheid? Doet God het nou of doen we het samen?
In vers 12 zou je zeggen: je moet het zelf doen. In vers 13 : het is toch God! Afhankelijk van je achtergrond trek je of aan het ene of aan het andere touw. Handelt nou God of handelen wij? Dat is kort door de bocht het verschil tussen evangelisch of reformatorisch, las ik ergens in de Waarheidsvriend. Hoe zit het nou?
Jaren geleden stond er een interview van een journalist met een evangelist. De journalist vroeg: Wat is er nou eerst, geloof of wedergeboorte? De evangelist zei: het geloof natuurlijk. Fout, zei de journalist, jij bent een Arminiaan, want de wedergeboorte komt eerst... Ze hebben beide ongelijk. Het is als een medaille met twee kanten. Als een deur, waar aan de ene kant boven staat: geloof in de Heere Jezus, en je zult zalig worden! En aan de andere kant: Ik heb u uitverkoren. Niet: de Heere mocht je nog eens tot geloof mogen brengen....Het is beide waar. Werk uws zelfs zaligheid. Een medaille met beide kanten. Opvoeding is ook zo. Je hebt een akkertje van het hart. Je moet ploegen zaaien, werken. Maar de wasdom geeft alleen God. In de middelijke weg. Je neemt ze mee, vertelt, brengt ze bij het Woord. Daar wil de Heere in meewerken.

Werkt uws zelfs zaligheid. Letterlijk staat er: werk uw eigen behoudenis uit. God was het goede werk in hen begonnen maar ze moeten het uitwerken in de lijn van Christus. Langs de lijn van de gezindheid van Christus. Niet meer alleen gericht zijn op jezelf maar op de ander. Met vrezen en beven: maar dat is geen angst voor God. Daar worden ze geestelijk ongezond van. Breng ze wel angst voor de zonde bij. Hoe verschrikkelijk dat is en God dat vindt. Maar geen angst voor God. Zo van: Zal ik nou wel of niet behouden worden.... Al ben je Zijn kind geworden, die zondige natuur blijft erin zitten en wees daarvoor op je hoede. Bij het volk Israël, verlost uit Egypte, was er wel strijd in de woestijn met Amalek. Als ik naar mezelf kijk, dan beef ik, maar als ik naar Christus kijk, dan leef ik. Het is God die in u werkt beide het willen en het werken. Je hoeft het niet in eigen kracht uit te werken, maar God is het die in jou werkt zowel het willen als het werken. Werken= de energie. Een mens van nature wil niet. Je vlees gaat er dwars tegen in. Maar door de Heilige Geest geeft God in je de wil, de lust en Hij heeft ook de energie om te leven tot Gods eer. Hij verandert je wil.
Als God alleen het willen zou werken en de rest moest ik zelf doen....dan ging het niet. ....Hij geeft niet alleen de kracht maar ook de energie. God geeft het allebei. Heiliging is ook gave en opgave tegelijk. Werk uw eigen behoudenis uit, want het is God die u in u werkt beide het willen en het werken. Als je het alleen wil doen, dan loop je vast. Dan raak je in de kramp.

Uitzeggen
Paulus zegt: doen alle dingen zonder mopperen zonder meningsverschil zonder discussiëren en mopperen. Want als je dat gaat doen, zit je weer op het terrein van de oude mens. De Heere Jezus mopperde nooit, schold niet, dreigde niet en klaagde niet. Laat die gezindheid in u zijn die ook in Hem was. Deze brief is heel praktisch uit het leven gegrepen. Hoe vaak mopperen we niet bij de dingen die we moeten doen? Als je altijd ontevreden bent, ben je ongeschikt om God te dienen. Christenen zijn vaak op van alles tegen. We hebben behoefte aan christenen die blijmoedig in het leven staan.

Uitstralen
We hebben behoefte aan sterren in de donkere nacht. Een ster kan het donker niet verdrijven. Ook een heleboel sterren bij elkaar niet. Maar als de zon opgaat wel. Je kunt het duister niet verdrijven, maar je kunt wel licht geven. Vroeger waren sterren ook wegwijzers. Als je de weg niet wist, keken de mensen naar de sterren. Heere mag ik een wegwijzer zijn voor de mensen om me heen? Een stimulans, geen struikelblok.

Het is makkelijker om een belletje te zijn dan om een licht te zijn. Er was eens een tandarts die het geluid van de zoemer zat was. Hij wilde liever een lampje hebben dat brandde bij de volgende patiënt. Maar dat systeem werkte niet goed. Die zoemer werkte op 12 volt, maar het lampje werkte alleen op 220 volt. Moraal van het verhaal: Om een hoop lawaai te maken, koude drukte, heb je niet veel geestelijke energie nodig. Maar om een lichtje te zijn in de donkere nacht, moet je aangesloten zijn op de energiebron. Daar heb je licht van boven voor nodig. Laten we eens wat minder praten en wat meer een lichtje zijn in onze omgeving. De stad Filippi was net zo donker als nu in Rotterdam. Alles draaide om zichzelf. Een krom en verdraaid geslacht, afgodendienst, tempelprostitutie. God heeft Zijn kinderen neergezet opdat Hij trots zou kunnen zijn op Zijn lichtpuntjes. Gezinnen waar het licht en de warmte van het Lam van God zichtbaar is. En dan mag jij een lichtje zijn. Als het licht van God in je leven is aangegaan, dan gaat dat licht door alle ramen van je leven schijnen. Als het van binnen aan gaat, gaat het naar buiten stralen. Ik zie het aan je ogen. Ik zie iets van vrede, rust in je ogen. Het is zichtbaar in je gedrag op school, op je werk, bij blijde en droeve gebeurtenissen. Als die glazen van je leven nou rein zijn, des te helderder gaat het naar buiten. Sterren worden nooit gedoopt, die gaan niet uit 's nachts. Ze staan stil te stralen, voor Hem. Voor de naaste. Hier zijn we als christenen bij elkaar, daar zie je de sterretjes niet zo helder, maar als je die sterren in de donkere stad zet, dan zie je het wel. God zet je nou juist daar op die donkere plek. In die keiharde zakenwereld, in die medische wereld, in de bouw. Als ik nou geen sterretje aan de hemel kan zijn, mag ik dan wel een lampje thuis zijn? Een klein lichtje in je eigen kring? Als het dan geen geweldige ster is, door miljoenen te zien, als het dan zelfs geen klein lampje in eigen kring is, laat me dan zijn als een klein kaarsje in de nacht, als een glimwormpje. Ik durf niet veel te zeggen, maar laten ze het aan mij mogen zien. Een kaarsje is soms als genoeg om één uitgebluste ziel te bemoedigen, hoop te geven. Een telefoontje, één vriendelijk woord, één schouderklopje, één bloemetje. Eén emailtje en dat eenvoudige kinderversje wordt waar: en Hij wenst dat ieder door Zijn wil, tot Zijn ere schijn , jij in jouw klein hoekje en ik in het mijne.

Edit