Edit|
EditReeks Samenvatting:
1. de Zon gaat op
2. Vraag komt op: wie zal de steen wegrollen?
3. Zoon staat op: vs Hij is opgewekt
Ten eerste: de Zon gaat op
Eerst een inleiding. Jaren geleden stond er een man voor een etalage naar een schilderij te kijken. Het was de stille week. Op het schilderij stond Jezus aan het kruis op Golgotha. De man was jaren niet in de kerk geweest. Er stond een jongen naast hem die het tafereel ging uitleggen. De man gaat vervolgens weg. Het jongetje rent achter heem aan. Hij zegt: Ik ben wat vergeten; Hij is niet dood hoor Hij leeft. Dat is ook de boodschap vandaag: Hij is opgestaan, Hij leeft! In het oude testament lees je over Jozef. Hij is zogenaamd omgekomen. Jacob heeft 22 jaar Jozef niet gezien. Dan komen de broers uit Egypte terug en zeggen: Jozef leeft nog. Toen Jacob dat hoorde werd zijn geest weer levendig. Voor jou misschien ook wel vanmorgen. De steen is weg en de weg is vrij. Jezus leeft.
Wat gebeurt er? De sabbat is voorbij. Zeer vroeg op de morgen gaan de vrouwen naar het graf om Hem te zalven. Hoe gaan ze op weg? Treurig, droevig. Ze gaan naar het graf. Waarom? Er is geen hoop, geen verwachting. Jezus is dood. Hun geloof? Dat was er niet meer. Hij had gezegd na drie dagen sta Ik op. Maar het kwam niet door bij hen. Was er geloof, dan hadden ze geen specerijen meegenomen. Ze gaan echter toch, door de liefde. Dat drijft hen. De liefde zoekt wel de juiste persoon, alleen niet op de juiste plaats.
Er staat: toen de zon opging. Een hoopvol paasteken. Die dag wordt de dag der roem der dagen. Groter dan de scheppingsdag. Er komt iets nieuws onder de zon. Jezus ontsnapt niet aan de dood. Hij keert ook niet terug. Ook geen lijk dat levend wordt. Nee meer. Hier komt een extra dimensie. Zijn lichaam is getransformeerd. Hij sterft nooit meer. Dat is ongekend. Waarom staat er dat de zon opging? Ten eerste: de natuur getuigt mee. De natuur barst van het leven. De zon is een teken van Pasen. De zon verreist in de morgen en komt op uit de nacht. Ten tweede: de zon staat niet direct in volle kracht te schijnen. Hij komt geleidelijk op. Dat gebeurt ook met Pasen: de zoekende vrouwen leren Hem gaandeweg kennen. De paasvreugde is er niet direct. De Heere gaat zacht om met de Zijnen. De reactie van de vrouwen: beving en ontzetting. Het kost tijd en strijd.
Ten tweede: de vraag komt op
De vrouwen praten niet veel met elkaar. Ze zijn bedrukt. Er komt ook zorg bij: wie zal die zware steen kunnen wegrollen? Het wordt onmogelijk om bij Jezus te komen. De steen was zeer groot en zwaar. Dan zie ik weer de liefde. Ze willen in ieder geval dicht bij Hem zijn. Het was nog veel onmogelijker dan ze dachten. Er was ook nog een zegel van de keizer en de wachters. Een drie dubbele onmogelijkheid. De schriftgeleerden dachten: die halen ze er nooit meer uit. Kijk hier wat Jezus doet. De steen is weg, helemaal weg. Die steen en de dood gaan vaak samen. Denk aan de piramides of de Hunebedden. Alsof de dood een gevangenis is. Ondoordringbaar. De steen doet ook denken aan ons hart. De ongerechtigheden maken scheiding tussen God en mijn ziel. De stenen van de wet klagen ons aan. Wie zal Mij verlossen van die steen; van het stenen hart?
Ten derde: de Zoon staat op.
De steen blijkt weg. Een hoopvol paasteken. Geen teken van onheil, maar van Gods heil. Geen roof, maar overwinning. De macht van Jezus was groter dan de kracht van de steen. Denk aan Daniël in de leeuwenkuil. We lezen dat de koning een steen op de kuil doet. Heel de nacht kan de koning niet slapen. In de ochtend gaat de steen er af en zegt Daniel dat hij leeft. We lezen dan dat de koning zeer verheugd was. Het evangelie van de afgewentelde steen is: geen steen te groot. Of hij nu rust op het graf of op je ziel. Hij komt door de dikste muren van je stenen hart. Stenen zijn voor hem geen probleem. Ook de stenen van de wet niet. De Heere weet er raad mee. Hij geeft i.p.v. een stenen hart een vlezen hart.
Op de zondagsbrief staat een plaat van het graf. Daar staat: Hij is hier niet, Hij is opgestaan. Toen ik er vorig jaar was bloeide de amandelboom. Het is de eerste van alle bomen die ontslaapt uit de winterslaap. De natuur getuigt mee. Ook op de stok van Aaron bloeide de amandeltak.
Er staat niet dat de steen weg is. Hij is er nog wel. Maar het is geen barrière meer. De dood is er nog wel, maar is overwonnen. Teken van Zijn macht: een engel zit er bovenop. En er onder? De slangenkop, helemaal verbrijzeld. De steen was weggerold. Om Jezus er uit te laten? Nee. Jezus kon er ook uit als de steen er nog voor stond. De steen was weg om ons in het graf te laten, zodat wij zouden worden overtuigd: Hij leeft. Echt!
Deze opstanding is een onderpand. Pasen doet mij denken aan straks. Op die grote morgen van Zijn wederkomst zal het net zo zijn als op deze paasmorgen. Hij komt als de Koning der Koningen. De zon zal opgaan; de zon de gerechtigheid. De aarde zal beven en de engelen zullen neerdalen. Alle goddelozen zullen bang worden als de soldaten. De graven zullen open gaan en de gelovigen zullen met Hem meegaan. Geen stenen meer tussen mij en de Heere. Wanneer? Overmorgen. Op de derde dag. Dan is het Pasen, dan zal de overwinning zichtbaar worden. De doden slapen nu tot Hij komt. Dan zullen we eeuwig met hem verblijd wezen. We zullen opstaan met een getransformeerd lichaam dat aan Hem gelijk zal zijn. Geloof is niet meer nodig, hoop is dan vervuld en de liefde zal dan eeuwig blijven. Het wordt feest. Treurigen worden vertroost, de resten van de nacht zijn er nog. Maar het licht is al gaan schijnen en gesloten graven worden geopend.
Ik eindig met een gedicht van ds. A.F. Troost:
De Vader laat niet in het graf
Zijn kind dat zoveel vreugde gaf,
Hij tilt het uit de kille grond –
het gaat als vuur de wereld rond.
Zie hoe God vergevend is
en dat Zijn liefde levend is.