Er wordt een huis gebouwd in Israël. Twee mannen praten, Abraham en Levi, over de stenen die ze gebruiken zullen. Wat denk je van deze? Gisteren gekomen uit de steengroeven. Laat eens kijken. Hij klopt er op en schuurt erover – hij gaat rond, de een vind hem te zwaar, de ander te smal, te dik . Tte poreus – als het eens goed gaat regenen – ze komen tot het oordeel, deze wordt afgekeurd. Rommel. Maanden gaan voorbij, het huis is klaar en dan zeggen ze: hé, dat was toch die steen die wij hadden afgekeurd - ik zie hem nu op een plek waar de muren het meeste hebben te verdragen. Tot verbazing van de experts. Dat beeld gebruikt David hier.
Psalm 118, bekend en geliefd in zowel de Joodse en als christelijke gemeenschap – bij het Pascha – het halleel - wordt het gezongen en bij het Succot in de synagoge. Met Pasen en Pinksteren zingen wij hem, Loof de Heer. Vers 1 en 29. De grondtoon die telkens terug komt. En het loopt er daarheen. De goedheid van de Heere wordt bezongen, een Paaspsalm.
Vers 17 – ik zal niet sterven, maar leven. Luthers lievelingspsalm. Ik zal niet sterven, maar leven en de daden van de Heere vertellen. Welke psalm (of welk lied) raakt u, inhoudelijk? In Ikazia wordt altijd Wat de toekomst brenge moge opgegeven, begrijpelijk.
David is verworpen door Saul, maar door God gemaakt tot hoeksteen van Israël – hij had al tien keer dood kunnen zijn. Dit is de dag die de Heer gemaakt heeft, als lied, komt hier ook uit.
Het is een profetie over de Heere Jezus en Hij heeft het zelf op Zijn lippen gehad. Ze zongen de lofzang. Vlak voor het lijden in de laatste nacht van je leven. Wat zal er in het hart van de Heere Jezus zijn omgegaan- ik al niet sterven – maar Hij wel.
Wat zal een nuttig mens mij doen – Judas staat op het punt Hem op te pakken – bang voor het oordeel van God over de zonde. Wonderlijk om de Psalm te lezen in het licht van wat Jezus meemaakt in die laatste dag.
De Heere Jezus haalt de tekst zelf ook aan. Mat 21 bijv. onrechtvaardige pachters. De eigenaar stuurt ten laatste Zijn Zoon. Die zullen ze toch ontzien. He, daar komt de erfgenaam, laten we hem doden... hebt u niet gelezen, de steen die de tempelbouwers verworpen hebben heeft God tot hoofd gemaakt – en de Farizeeën begrepen dat Hij van hen sprak.... opruimen die steen. Petrus zegt het ook in 1Pet 2.
1
verachtelijk een plaats ontzegd -Zijn lijden. Dat was in Bethlehem al. Bouwlieden – leidinggevenden. Ze keuren Hem af. We kunnen Hem zelfs niet gebruiken als een gewone steen – Hij eet met zondaars i.p.v. de Romeinen het land uit jagen. “Mijn Koninkrijk niet van deze wereld”? Afgekeurd. Helemaal weg, zelfs niet als een van de vele steentjes in het Joodse volk. De Zijnen hebben een aanstoot aan Hem genomen.
Gedood en in het graf , steen ervoor, opgeruimd, weg.
Hoe doen wij dat? Bij de Heere Jezus is het of-of. Neutraal lukt niet. Je gaat van Hem houden of je krijgt een hekel aan Hem. Ongelovigen ergeren zich aan Hem. Als je Hem blijft verwerpen, verwerpt God je ook. Van Zijn aangezicht wegslingeren. De consequentie van jouw afwijzing van Hem.
Verachten kun je op twee manieren doen. Als een koning kwam werd dat aangekondigd. Een koningsgezind dorp hield feest, ze hielden van hem. Een man, een smid gaf niet om hem, mocht hem niet. Hij werkte door, hield zijn werkkloffie aan. Die smederij was op de route waar hij langs zal komen. Onverschillig ging de smid door. Even verderop was er ook iemand zonder feestkleren, die woonde ook aan de route. Maar toen de koning langs ging, kwam hij wel uit zijn huis, hij liep op hem toe, drong door de lijfwacht heen, spuwde in zijn gezicht en zei: ik heb alleen minachting voor je.
Het een is veel ingrijpender dan het ander – wat pijnlijk voor het hart van de koning – ik wou dat ik je nooit gezien had. Vijandig, meer dan onverschillig.
Hoe komt het toch dat mensen zo'n heftige reactie hebben op Jezus als Zoon van God. Je kunt hem niet links laten liggen, bittere haat. Hij trok hun godsdienst aan flarden, hij laat je voelen dat buitenkant godsdienst niet kan bestaan, Hij kijkt door je heen, en dat moeten we niet. Men laat die steen niet gewoon links liggen, maar we slingeren hem weg. Jezus past niet in onze bouwplannem en alles wat aan Hem herinnert, moet achter de gevels. Wetenschapper met Christus – die geloven in genezingswonderen – dan moet je je professoraat neerleggen.
Er zijn stenen gevonden uit de oudheid, in marmergroeven, met REPR erop (=verworpen), onbruikbaar. Andere hebben IMPR (improbatum ) – dan kon die nog wel gebruikt, maar mocht geen dragende functie hebben.
Op de Messias is REPR gezet, geen enkele plaats – Hij paste niet in het plaatje, hij laat zich ook niet inpassen, Hij schikt zich niet naar mijn theologie. Daarom is Hij zo irritant.
2
Stopt het hierbij? De Heere heeft Hem tot een hoeksteen gemaakt. Verworpen door mensen en nu verhoogd door God. Uitermate verheerlijkt. Die geen enkel plekje mocht krijgen. Op de plaats waar Hij was weggeroepen op die plaats heeft God ingegrepen. Gemaakt tot fundament van een nieuw gebouw. De eerste steenlegging, plechtig. Dat is Pasen. Niet door de vrouwen of volgelingen, maar de Heere wekte Hij op. Luther (bij vers 23): God wordt de nieuwe bouwmeester. Hij zegt – ho even, ik weet die steen heel goed te gebruiken., niet alleen om een gat mee dicht te stoppen. Niet als metsel steen, maar een hoeksteen.
De Heere als fundament waarop je bouwt. Michelangelo houwde koning David uit. Een blok marmer werd verworpen door de leerlingen van Michelangelo. Hij ging eens kijken op d afvalhoop. Hij pakte het afvalblok op en maakte daar het beeld van David van. Dat gebeurt hier ook.
God heeft de steen getest en goedgekeurd; een zondaar kan daar op rusten, je zakt daar niet doorheen, de kerk kan er op rusten. De vloed komt op en de regen komt neer, maar het huis is safe.
Dan moet je wel met beide voeten op Hem staan, niet op Jezus en je gevoel, dan gaat het mis. Je staat met een been op de kant en de andere op een plank in het water, dan gaat het mis. Beide benen op Christus, op je gevoel sta je wankel, vermeng het niet.
3
1Pet 2:4-7 – wij zijn levende steentjes – God gaat een bouwwerk maken. De Drieënige God. Hoe groot is dat fundament – oneindig groot. Heeft u wel eens zo'n huis gezien? Miljoenen steentjes. 3000 vanaf de de Pinksterdag, tot een schare die niemand tellen kan.
Een voor een, steen voor steen. Niet alleen maar samen – en Hij rust allemaal op hem. De Joodse en heidense gelovigen komen samen op dat fundament.
De Heere hakt je uit om je bij Christus te brengen – we zitten muurvast van onszelf- uit vijandigheid, godsdienstigheid, traditie of juist geen traditie. En dan elke zondag het woord en de kracht van de geest, explosieven. Zo worden mensen losgewrikt uit hun natuurlijke bestaan. Soms heeft de Heere daar harde klappen voor nodig. Een paar ferme tikken, dan komt er een geloofsvereniging met Christus en je rust helemaal op Hem. Gestapeld op Hem. Waar je ook zit in het gebouw.
Tot verandering gebracht, eerst een en al onverschilligheid. Je ging op in je sport, je computer – Jezus had geen plaats, misschien als klein steentje, maar niet als fundament en dan gaat het anders worden – een vriend, een conferentie, jeugdweekend – maar: Het is van de Heere geschied.
Wonderlijk dat Hij niet met mij gedaan heeft, wat ik met Hem heb gedaan – misschien vriendelijk bedankt – maar Hij niet met mij. Wonderlijk dat er na 2000 jaar het christelijk geloof nog steeds de grootste is en nog steeds groeit. Na zo veel tegenstand en secularisatie. Prachtig dat de Heere afval recycled. Manasse – goddeloze wordt een steentje.Nicodemus, Rachab de hoer. Wonderlijk in mijn ogen, ze worden ingevoegd en toegevoegd.
Een tekst om veel over na te denken. Hoe past zo'n natuursteentje, nog een troffelslag – bik er wat kantjes af en past hij nu?. Zo word ik door genade gepolijst. Hij gaat mij bewerken, pasklaar maken. Als hij gaat slaan, lig ik vast in die andere hand. Hij weet precies hoeveel er af moet. Hij gaat me ergens voor klaar maken. Jou zet ik inde spouwmuur, jij aan de achterkant, ook daar kan ik je gebruiken, sommige op de voorgevel. Dat is vaak wel de regenkant. Een belangrijke positie in het koninkrijk en dat is best een eer, maar het is vaak ook de regenkant – ook wel goed, dan gaat er geen mos op je groeien....
Het gebouw is nog niet af. Maar straks. Er is genade genoeg. Het gebeurd nog steeds - wat wij afkeuren raapt God op. Waar wij geen land mee kunnen bezeilen – dat geeft me hoop, soms ook voor oudere mensen, ter elfder ure gebroken en smeekt op de knieën om genade. Wat een wonder.
Ik kwam er maar niet door heen – jongelui, uw kinderen, ik kom er niet door heen, – het gaat steeds verder en dan na zoveel jaar - verandering en toen greep God in. Elke verkwikking in het geloof, het is van de Heere geschied - elke verhoring, genezing, bevrijding. Een heling tussen twee mensen,
tot verbazing van de doktoren, van de buren. Wat is er gebeurd?
Wat een verrassing straks - wat wij afkeuren - je komt het tegen in de hemel misschien. Ds R. Kok werd afgezet, maar door God goedgekeurd. Je kunt je nog wel eens vergissen. Zacheüs - altijd met geld bezig – jij ook hier? Wonderlijk in mijn orthodoxe ogen, Nicodemus – ik dacht dat jij een schijnheilige was in dat zwarte pak – jij ook hier – tot verbazing van jouw evangelische ogen.
Er zullen er ook niet zijn, die jij er wel had verwacht. Vlakbij het fundament maar niet op het fundament – steigerwerk. Het grootste wonder is echter, dat ik er door genade mag komen – dan kan ik alleen maar zingen: dat is van de Heere geschied, door U alleen, door het eeuwig welbehagen.