Twee dagen nog, er wordt naar uitgezien. De nieuwe Koning. Na 33 jaar, alles is klaargemaakt. Die dagen maak je niet zo vaak mee.
DE Koning komt ook. Koning Jezus. Hij komt terug. Denk je daar wel eens aan? Zou je Hem graag willen ontmoeten? Als je mag liefhebben met heel je hart. Die al je zonden vergeeft en je een nieuw hart geeft. Naar Zijn Kroning uitzien...
De Thessalonicenzen keken heel erg uit naar die Koning. Een grote handelsstad, het hedendaagse Saloniki. Er was een gemeente ontstaan. Er was kracht van het woord uitgegaan. Te midden van veel strijd. Maar ze zijn een voorbeeld voor andere gemeenten. Ze lag op een kruispunt van handelsrouten van west naar oost. Christen-handelaars konden in hun contacten natuurlijk niet zwijgen over hun nieuwe leven.
1 Verandering
“Bekeerd van de afgoden” schrijft Paulus. Geloof is vertrouwen op wat Hij zegt in Zijn Woord. Bekering maakt duidelijk dat je geloof echt is. Omkeren en een andere weg inslaan. De levensweg vinden. Het werk van God, en ze hebben zich bekeerd van de afgoden. God opende hun ogen voor hun leven en voor de opgestane Heer. Daar was de verkondiging dus voor nodig. Als het woord niet was gebracht was er niemand tot bekering gekomen. De Heere kan ook werken op deze gewone zondag. En dan gebeurt er wat: Bekering, verdieping van het geloof.
Paulus: jullie zijn verloren mensen met die afgoden. God zou jullie moeten veroordelen, in de komende toorn. Keer je af van je afgoden en geef je aan Hem over. Dat woord deed kracht. Het begon van binnen. Ze braken met de afgoden en er kwam echt een verandering. Dat viel op in die heidense omgeving. Geloof en vertrouwen zie je niet, maar bekering zie je wel. In het berouw over die ene zonde, die ene afgod en dan al je zonden, en dat wordt concreet. Bekering: afscheid nemen, de zwarte pijl naar beneden. Afscheid van zo'n beetje alles. Waar kun je al geen afgod van maken. Alles wat even belangrijk is als de dienst aan de Heere. Van je mobiel: hij moet altijd bij je zijn.
Wat komt er allemaal niet in de huiskamers via allerlei kanalen. Wat is er niet veranderd na de oorlog, hoe oppervlakkig is het leven geworden, en nu: hoe vluchtig.
Bekering is nooit half. Hoelang hinkt u nog op twee gedachten, zei Elia. Kun je nog de Heere dienen en avond aan avond … vul maar in. De Koning dienen en verslaafd zijn aan... de afgoden brengen je in de vernieling en kunnen je niet helpen, als het er op aan komt.
Maar er is niet alleen een zwarte pijl naar beneden. Een witte pijl omhoog: Bekering om de levende en waarachtige God te dienen. De beweging naar de Heere toe. Val je van de ene slavernij in de andere? Die nieuwe is vanuit liefde. De afgoden vragen altijd maar, je wordt er moe van. Echt moe. Je wilt wel verlost zijn, maar die trekkracht is zo groot. De Heere dienen is een lust, als het goed is. De betrouwbare God dienen.
Hij gaf Zijn Zoon, Hij vervulde Zijn belofte. Het geheim van het geloof: je gaat zien wie de Heere is. Als je dat gaat zien, dan zie je ook hoe leeg die afgoden zijn. Niet alleen maar 'die afgoden zijn verkeerd', maar juist in relatie tot Hem. Als het zicht op de Heere minder is en je hart kouder, dan gaan de afgoden weer trekken. Het is een weegschaal.
Heb jij er zin in om deze God te dienen? En mag u daar wat van doorgeven?
2
Zijn zoon uit de hemelen te verwachten. De Grote Inhuldigingsdag. Het gaat niet eerst om wat je zoal verwacht. Er wordt ook nog verschillend over gedacht hoe dat zal zijn. Maar het gaat om niet om de gebeurtenissen, maar om de verwachting van Iemand, van Hem. Die kwam in Bethlehem en aan het kruis hing en die de dood heeft verwonnen. Een christen heeft hoop, de moderne heeft geen verwachting, geen echte hoop.
Zal ik straks een baan hebben en een gezin? Daar mag je mee bezig zijn. Mooi als je bepaalde dingen mag bereiken, en dan wil je misschien nog wel verder. Maar kun je het vasthouden, en hoe lang? Hoe zal het over 30 jaar zijn? Je moet niet kijken tòt je dertigste. Maar denk; als ik mijn werk of huis of gezondheid kwijtraak, of mijn leven? Ben ik dat alles kwijt? Begrijp je het?
Als je dat niet weet, heb je geen echte hoop. Laten we vrolijk zijn, want morgen sterven wij. Van huis uit beleven we ons leven als een woonkamer. Vergelijk die eens met een wachtkamer, daar wil je geen uren blijven. Of op het station – daar wil je weg, je wilt met de trein mee. In de woonkamer wil je blijven. In een wachtkamer is er altijd een zekere onrust.
Verwacht de Heere Jezus uit de hemel! Hoe lang is het nog? Ze waren er in Thessalonika zo mee bezig, ze lieten hun dagelijks werk rusten – dat was ook niet goed. Ik vind het een spanningsveld. Calvijn: het leven van een christen is een wachtpost. Voorop bezig met wachtlopen. Getrouw moet hij zijn. Hij denkt ook aan de tijd dat zijn werk er op zit. Doe je werk des te bewogener. Jezus verwachten, die ons verlost van de komende toorn. Er komt dus ook toorn; oordeel van God. Om te oordelen de levenden en de doden. In de tweede Thessalonicenzenbrief is dat nog uitvoeriger belicht.
Maar Jezus heeft Gods toorn toch gedragen en weggedragen. Ja, als je in de Heere Jezus gelooft. Maar wil je tot verandering komen, of allebei vasthouden? Wie nog niet verlost is van de toorn van God, kan daar vandaag nog van verlost worden. Een onweerswolk hangt erboven en hij kan ieder moment losbreken.
Heere ik kan voor U niet bestaan, wees mij genadig en dan zo op Christus te zien. Zo komt Hij naar ons toe, nu. Niet als Rechter, maar als Redder, Hij roept en nodigt nog. Als je Hem nu als Redder kent, ga je ook naar die wederkomst uitzien.
Ik kom spoedig en de Bruid antwoordt: ja kom spoedig. Je leven een wachtkamer.
We leven naar 30 april toe. We mogen voor hem en de zijnen bidden. De Grote Koning komt ook. Hoeveel dagen zijn dat nog? Wat een zegen Hem te verwachten, straks Hem al de glorie, al de eer en al de aanbidding!