Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-04-28 17:00:00
cand. A. van Kralingen (Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh. 21:1-14 Joh. 21:1-14

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We kennen allemaal wel de gedachte als we aan het werk zijn: wat heeft het eigenlijk voor zin? Wat voor werk ook, het huishouden, het keert telkens terug en je vraagt je af: heeft het wel zin? Draagt het vrucht? Hebben we er iets aan? Die vraag kun je ook stellen in de kerk. Draagt dat werk vrucht? Geeft het zegen?

Daar gaat het om in het laatste wonder dat beschreven is in Johannes 21. Jezus stelt ons daar een teken waarmee Hij het woord van Zijn belofte onderstreept. Hij leert ons: zonder Mij kunt gij niets doen. En daar tegenover: Ik vermag alle dingen in Christus, die mij kracht geeft.

In de kerk gaat het weliswaar niet slechts om aantallen. Er zijn zeker openingen voor het Evangelie en er komen nog steeds mensen tot geloof. Maar er zijn nu eenmaal meer mensen buiten dan binnen de kerk. Veel mensen van buiten de kerk weten niet eens meer wat de feesten zoals Kerst en Pasen betekenen. Maar Jezus komt en houdt ons dit woord over Zijn laatste wonder voor.

Jezus verschijnt voor de derde keer aan een groep van Zijn discipelen. In totaal is Hij twaalf maal verschenen. Hij openbaarde zichzelf, de Zoon van God, met Zijn verheerlijkte lichaam, maar nog niet ten hemel gevaren.
Petrus gaat voorop. Het zijn Galilese mannen die de Zee van Kapernaüm opgaan, als ervaren vissers. Petrus zei: ik ga vissen. Mocht dat eigenlijk wel? Daar waren ze toch vandaan geroepen?

Het is eerder gebeurd.
Ze werpen op het woord van Jezus het net uit Lucas 5. Dat net scheurt, ze kunnen de vangst bijna niet aan land krijgen. En dan spreekt Jezus: Ik zal u vissers maken van mensen. Steeds als de Bijbel open gaat, op school, thuis of in de kerk, wordt het net van het Evangelie uitgeworpen. Er worden mensen gevangen. Als je een vis vangt, sterft hij. Maar als mensen door het Evangelie gevangen worden, is dat niet ten dode maar ten leven. Dan wordt je gevangen door de stem van de Goede Herder, door de woorden van de Heere Jezus Christus. Het is precies andersom als bij vissen. Als mensen niet vangt, moeten ze sterven.

Ze pakken hun handwerk weer op. Het lijkt alsof ze ongeduldig zijn en daarom aan hun werk beginnen, misschien uit mismoedigheid. Jezus vermaant hen in elk geval niet, ook straks niet. Ze nemen hun scheepje, steken af en werpen het net uit. Uur na uur verstrijkt. Het is misschien zo'n eerste uur nog gewoon, niet zo zorgwekkend. Maar hoe verder ze komen, hoe slechter het gaat. Ze vangen helemaal niets. Wat duurt de nacht dan lang. Een leeg net. Dat raakt het hart van hun bestaan. Dat wat ze nodig hebben en niet kunnen missen.

Misschien kent u dat ook wel. Wakker liggen,tobben, uur na uur verstrijkt. Zorgen om je gezin,je eenzaamheid, je werk, de kerk en de wereld. De wereld die verstoken is van de stem van het Evangelie. Heere Heere, ons land, ons volk...En we roepen in de nacht Hem aan, Uw Koninkrijk kome....Breidt uw Rijk uit....Tot Wie moeten we anders heen gaan? U heeft toch de woorden van eeuwig leven......

De discipelen vangen niets. Er zwemt er niet één in hun net. Ik sta hier voor een verborgenheid. Je weet dat God dagen en jaren kan geven van droogte en donkerheid.
Maar dan is het ochtend geworden, het ochtendgloren begint en het is eigenlijk nog nacht. En dan staat Jezus op de oever. En dan gaat Hij in die verborgenheid Zijn heerlijkheid openbaren. Waar wij ploeteren en slaven en draven en niet weten hoe verder te gaan, en niets vangen en geen vrucht zien, daar staat Jezus op de oever. Gelooft u dat? Dat Hij erbij is? Dat Zijn woord waar is? Ik zal met u zijn tot aan de voleinding der wereld...?

Hij staat midden onder u, die gij niet kent...Hij is in uw midden onder de verkondiging van het Evangelie. En wij kenden Hem niet...Zoals bij de Emmaüsgangers: hun ogen werden gehouden dat zij Hem niet zagen...

Het is voor ons zo leerzaam om te zien hoe Jezus zich openbaart....Als Jezus die vraag stelt: lieve kinderen, hebt u niet iets voor bij het eten? Dan trekt Hij muren om en maskers weg. Allerlei fascades moeten vallen als Jezus zichzelf openbaart. Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Soms zegt Jezus het niet et de woorden “Ik ben”, maar openbaart Hij zichzelf op de manier van deze geschiedenis. Hij legt bloot hoe hun staat is. Heel die nacht vangt Jezus in die ene vraag. Hij stelt de nood van hun leven in het midden. De hemelse arts, Jezus Christus, stelt een diagnose vast. Hij wacht niet eens totdat zij komen. Eer zij roepen zal Ik antwoorden. Jezus spreekt: En de discipelen moeten antwoorden. Ze kunnen maar één ding zeggen: nee. Zo moeten wij ook nee zeggen als gevraagd wordt of wij de wet kunnen houden,of wij geloof hebben, of wij gerechtigheid kunnen aanbrengen. Moede kom ik arm en naakt, tot de God die zalig maakt. Als we blind, arm, naakt zijn, worden we opgeroepen tot Hem te komen...

Er zijn uitleggers die zeggen dat aan de rechterkant van het schip de kans om iets te vangen nog kleiner was. Waarom hebben ze er naar geluisterd? Als God spreekt, zelfs al weet je niet wie het is, dan gehoorzaam je. Hoe komt het toch dat je je Bijbel opendoet en dat je gaat bidden en lezen? Hoe komt het toch dat doden horen de stem van de levende God? Meteen is er een overvloedige vangst. Ze krijgen het net amper aan land. Dat is zo karakteristiek Jezus. Zijn naam is Wonderlijk, Raad, sterke God. Hij wandelt tussen de gouden kandelaren. Daarom werken we zo lang het dag is en gaan we door in het Koninkrijk van God. Zolang de zon en de maan schijnen. Tot op de grote dag van Jezus, waarop Hij heel Zijn kerk zal samenbrengen, een schare die niemand tellen kan. Hoe weet ik niet, het is een zoete en verborgen werking (Dordtse Leerregels).

Je gaat je weg te midden van de wereld, te midden van mensen die niet meer weten van God en Zijn dienst. Op uw Woord werpen wij het net uit. Beproeft u de Heere maar, of Hij niet iets wil uitgieten vanuit de hemel. In Lucas 5 scheurt het net, maar hier in Johannes 21 niet. Zo komen ze allen behouden aan land, niet één uitgezonderd. Niemand zal ze uit Zijn hand rukken, allen die in Zijn handpalmen geschreven staan. Honderd-drie-en-vijftig grote vissen. Heeft dat getal betekenis? Augustinus zag er de drie-eenheid in. Anderen zeggen: het zijn er zoveel, het wijst vooral op overvloed.
En dan komen ze bij Jezus. Bij het vuur, waar Jezus al brood en vis heeft. Want Hij heeft hen niet nodig....Hij zorgt zelf voor wat Hij nodig heeft...

Hoe kunnen we weten hoe we het net moeten uitwerpen? Sommigen zeggen: helemaal aan de andere kant, met hele andere middelen. Maar Jezus zegt: werp het net aan de andere kant uit. Bij de bruiloft te Kana was de wijn op, hier is de vis op. Maria zei tegen die verbaasde knechten in Kana: doe wat Hij u zegt. Die raad geef ik u mee. Doe wat Hij u zegt. Die raad geldt heel de kerk van alle eeuwen. Predik het Evangelie aan alle creaturen. Hij heeft het Woord der Verzoening in u gelegd. Werp het net uit. Houdt aan, tijdig en ontijdig. In de verwachting, dat God Zijn werk niet laat varen. God heeft Zijn zegen beloofd op de verkondiging van het Evangelie. Er is maar één Zaligmaker, een Middelaar Gods en der mensen. Laat u vangen, opdat u ook land komt en u eeuwig leve. Dat ligt vast in onze Jezus, lof zij Zijn heerlijke naam!

Edit