Edit|
EditReeks Samenvatting:
De leider van de synagoge komt bij de voeten van Jezus uit. Hij heeft een ziek kind. Dat hoort te spelen. Ze werd doodziek. Vader en moeder besluiten om naar Jezus te gaan. Wie sprak het hoge woord? Jaïrus gaat de menigte door en valt aan Jezus' voeten neer. Dat is al een getuigenis.
Moet je als mens heel veel meemaken,voor je daar terecht komt? Het geldt voor de vrouw die ziek is en voor Jaïrus; voor mij ook? Hoe kom ik tot dat besluit? Wat is dan het geloof?
Laten we zo naar dit gedeelte kijken. Wees niet bevreesd, geloof alleen.
Twee keer een vrouw, 12 is het meisje, 12 jaar lijdt de vrouw, onrein door bloedverlies, of doordat ze is gestorven. Twee keer wijst Jezus op het geloof. Het is één verhaal, met één boodschap.
Wat moet er in mijn leven allemaal gebeuren, voor ik voor het eerst of opnieuw de weg insla naar God. Velen gaan nooit op weg. Zeker in ons eigen land.
In de tijd van Jezus heeft men ook niet veel met Hem op. De nood moet dan wel hoog geweest zijn bij Jaïrus. Zijn zieke dochter heeft hem bij Jezus gebracht.
Zou die vrouw zonder haar bloedingen tot Jezus gekomen zijn? Onrein, geïsoleerd, arm geworden en veel geleden juist door doktoren. Haar wereld klein, ziek, arm, op weg naar Jezus.
Moet er dan zoveel passeren in het leven voor je uiteindelijk op zoek gaat naar God, moet je eerst iets verliezen? Je hoort het vaak – ook rond Alfa cursussen e.d.
Nood, narigheid. Dat brengt je op de knieën. Zou u zonder narigheid wel bij God uitkomen; kijk zo eens naar je leven.
Nood leert bidden.
Toch is dat niet helemaal bevredigend. Niet ieder vindt zo de weg de naar God. Niet iedereen en niet altijd. Gezichtsverlies om zwak te zijn. Pijn lijden in eenzaamheid, en niet geloven dat God hen concreet zou kunnen helpen. Sommigen lopen dan juist weg.
Er is een moment van een keuze. Waarom ga ik naar God? Waarom heb ik Hem nodig? Waarom zit je hierin de kerk?
Waarom doen deze mensen het?
1) ze waren ervan overtuigd dat Jezus hen echt kon helpen. Een handoplegging zou genoeg zijn, of alleen maar Zijn kleren aanraken.
2) Ze geloofden dat Jezus boven die ziekten stond. Dicht bij God. Misschien niet precies dat Hij de Tweede Persoon was.
Geloof dat God boven je is en dat God redt. Dat is de essentie van het geloof in het Oude Testament. God is er en God redt.
Ga je daarom ook naar God toe met je leven? Geloof je dat God er is? En dat Hij kan helpen? Dat is de keus. Je thuis blijven, met een doodziek kind. Je kunt in beweging komen.
Jezus doet drie dingen niet:
Hij gaat niet in op de omstandigheden. Hij weet ze wel.
Hij verwijt ze ook niet: Jullie Schriftgeleerden – nu heb je Mij nodig....
Hij begint ook geen discussie. Is het kind echt gestorven? Wees niet bevreesd, Jaïrus, blijf geloven.
Ga dus naar God – 'ja Hij ziet me aankomen'. Ja dat ziet Hij. Uw geloof heeft u behouden. Geloof alleen. Dat is de boodschap.
Wees niet bang – wij zijn dat vaak wel. We denken dat het nooit meer goed komt, voorbereiden op het leiden dat wacht. Maar Jezus zegt: wees niet bang. God is er en Hij helpt. Hij hoorde Israël in de hemel klagen en kwam naar beneden. Pakt het handje van het kind: sta op.
Sta op, ga naar God. Buig als Jaïrus en leg je leven in Zijn hand. Geloof dat Hij is en helpt. Zou Hij dat meisje wel helpen en jou voorbij gaan?