Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-07-07 10:00:00
cand. A. van Kralingen (Ridderkerk)
Filippus en de kamerheer uit Ethiopië

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Han 8:26-40 Han 8:26-40

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In deze geschiedenis is iemand onderweg. Ook in de vakantietijd gaan veel mensen op weg. En ook al ga je niet op vakantie, we zijn allemaal op reis. Van de ene dag naar de andere dag, van de ene situatie naar de andere situatie. We zijn ook op reis naar de grote dag van de Heere Jezus Christus. Wij vliegen daarheen, zegt Mozes. Wij realiseren ons vaak niet dat die dag steeds dichterbij komt. Het is de vraag of wij verlangen naar die dag of dat wij die gedachte steeds wegduwen. Omdat we onzeker zijn van de eindbestemming.

Wij zijn onderweg, maar de Heere kruist ons levenspad iedere keer weer. Hij zet ons stil, Hij roept ons keer op keer. In deze geschiedenis zien we een man uit Ethiopië. In die tijd een zeer ver land. Maar ook naar iemand uit dat verre land strekt God Zijn handen uit. Niet meer alleen Zijn volk Israël, maar ook die verre landen. Beginnend in Jeruzalem, maar dan ook tot de einden der aarde, wordt het Evangelie verkondigd.

Hoe komt deze man in Jeruzalem terecht? Dat weten we eigenlijk niet; dat vertelt Lukas ons niet. Deze man was minister van financiën, de rechterhand van de Candacè en hij leefde waarschijnlijk in pracht en praal. Hoe is dat gegaan? Is hij diep overtuigd geweest van zijn zonden? Dat staat er niet. Is hij misschien gaan nadenken over de leegte van zijn leven? Rijkdom, geen zorgen, maar het is eigenlijk zo leeg... Dat staat er ook niet. Zou het een bepaald religieus gevoel zijn dat hem drijft? Heeft hij een gerucht gehoord over de God van Israël? We weten het allemaal niet, maar we weten wel dat God op een verborgen manier werkt.
Ik weet ook niet waarom u hier inde kerk bent. Wat zijn er veel verschillende wegen die de Heere God gaat. Maar hoe dan ook, u bent er en de stem van de Goede Herder klinkt door ons leven heen. In de kerk, op school, op de club, etc. Volg Mij, kom tot Mij, zoek de Heere en leef...

Zo is die man op de één of andere manier in Jeruzalem. Mag hij daar wel komen? Hij is een heiden, een eunuch...Als de tempel van Salomo wordt ingewijd, bidt koning Salomo al voor de heidenen die in de tempel komen en die van Gods Naam gehoord hebben. Dat gebed wordt nu verhoord. Die Moorman roept de naam van de Heere aan.

En dan is er ook een andere man, Filippus. Hij is evangelist, een brenger van de blijde boodschap. Hij wordt geroepen om naar het Zuiden te gaan, naar een eenzame weg. De engel die hem roept vertelt niet wat er verder zal gebeuren. Zo kan de Heere ons leiden in een situatie waar we helemaal geen zicht op hebben. Maar Hij leidt ons dan op Zijn manier. Hij doet ons Zijn stem horen, al weten we niet hoe. Filippus gehoorzaamt, al weet hij niet water zal gebeuren, maar hij gehoorzaamt. En dan ontmoet hij die kamerling, die Moorman. Hij is aan het lezen in het boek Jesaja. Hoe hij aan die boekrol komt, weten we niet. Is ook niet zo belangrijk, want het komt voort uit de ontferming van God. De Heere breidt Zijn handen uit. Onderzoek de Schriften want die zijn het die van Mij getuigen! De kamerheer leest die geschriften met gretigheid. Hij is nieuwsgierig naar wat nog verborgen voor hem is. Die Schriften doen toch hun kracht op een aangename en verborgen wijze. Hoe weten wij niet, maar het gebeurt. Denk aan Markus 4,de gelijkenis van de zaaier. Die kamerheer graaft en vraagt in de Schriften. Dat moeten wij ook doen! Graven en vragen! Altijd maar weer. Graven, en vragen om de verlichting van de Heilige Geest die ons Jezus voorstelt, de Zoon van God.

Die kamerling doet Filipus niet eens komen. Hij ziet niet dat de Heere in Zijn leven zo aan het werk is. Hij leest en leest... in ouder Nederlands betekent lezen ook wel “oprapen”. Wat hebben die woorden een majesteit, glorie en heerlijkheid in zichzelf. Is dat nooit op u overgekomen?

“Ga er naar toe en voeg u bij deze wagen”, zegt de Heere tegen Filippus. Het is niet zo gewoon dat je als Jood in gesprek gaat met deze man. Maar Filippus gaat er snel naar toe. Hij doet het graag, met liefde. Van harte. En hij vraagt of deze man begrijpt wat hij leest. Dat is niet zomaar alleen verstandelijk begrijpen, maar ook verstaan met het hart. Heb je Jezus al gevonden in de Schrift? Die uitermate is vernederd en nu uitermate is verhoogd? Die machtige kamerheer is een en al ootmoed. Hij zegt:hoe zou ik kunnen, als niemand mij de weg wijst?

Wijzen wij anderen de weg? Willen wij door anderen de weg gewezen worden? De Heere Jezus zegt: Ik ben de Weg... Jezus kruist onze weg en Hij zegt: Ik ben de Weg. U wordt de weg gewezen in de verkondiging van het Woord. Die uitlegger van de Heilige Geest zien we al heel dichtbij. Ga naar deze wagen, Filippus. Misschien vind je de Bijbel moeilijk. Sla de moeilijkste stukken dan maar even over, totdat je het wel begrijpt (Calvijn).

Kom erbij,wijs mij de weg, zegt die Moorman. En dan lezen ze samen, hardop, al de woorden van de profeet. “Wie heeft onze prediking geloofd en aan wie is de arm des Heeren geopenbaard?.. Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen... wij dwaalden allen als schapen...”


De reis van de Zoon van God....de Zoon des mensen is gekomen om overgeleverd te worden in de handen van zondige mensen. Door deze weg te gaan, kan Hij de weg zijn voor allen die tot Hem komen. Ziet u ze samen op die wagen zitten? Vragend en gravend....En dan komt de Heilige Geest. Die Schriften getuigen van de Heere Jezus. Ook nu, in de verkondiging van het Evangelie. Jesaja 53, zie het Lam van God dat de zonden der wereld wegneemt.... Het Oude Testament wordt door die woorden van Johannes geopend in het Nieuwe Testament. Deze éne Jezus, de Zoon van God. Er is geen andere Naam onder de hemel gegeven door wie wij zalig moeten worden dan deze ene naam van Jezus. Hebt u zo de Schriften al gelezen? Wie de naam van de Heere aanroept zal zalig worden. Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden. We weten niet hoe lang de reis geduurd heeft, al lezend... de tijd vliegt voorbij. En dan klimt Filippus van de wagen af. De Heere zal zondaren zalig maken. Uitlandigen, ellendigen, Vijanden worden met God verzoend. Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn... Die tot Mij komt zal ik geenszins uitwerpen...Maar ik ben gekomen om de werken van satan in je leven te verbreken. Daar ben Ik voor gekomen... zegt de Heere Jezus. Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is. Dat is het hele Evangelie. Jezus die ons laat zien wie God is. Deze man wordt gedoopt, begraven in het water met Hem, en met Hem opgestaan. Jezus leeft in Hem en hij is in Jezus. Nu reis ik getroost onder het zaligend kruis...En dan valt de dienaar weg. Maar hij is niet meer alleen. Maar hij reist zijn weg met blijdschap.. Filippus trouwens ook! Want hij trekt het land door en verkondigt met grote blijdschap Jezus. Eén Naam. Hoe kom ik toch bij Hem? De Weg komt naar u toe. (Augustinus) Dat is nergens zo, maar wel in het evangelie. Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Er is geen beter reizen door dit leven en geen beter einde aan de reis, dan het reizen met Jezus.

Edit