Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-07-14 17:00:00
ds. M. van Kooten (Elspeet)
Gods trouw ondanks onze ontrouw

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Eze 16:60 Eze 16:1-15 Eze 16:59-63

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1. het verbond met vondelingen
2. het verbroken verbond
3. het vernieuwde verbond

Nieuws is vaak al snel oud nieuws. Iets dat in de morgen tot ons komt, is 's avonds achterhaald en veel komt er tot ons. Ik bracht vroeger de krant rond. De Schoonhovense krant verscheen drie keer in de week. Veel lokaal nieuws, heel beperkt het wereldnieuws. Mensen van voor de oorlog, wat wisten ze? Wat weten wij veel. Oud nieuws: een moeder was bevallen op het toilet, kind kwam in het riool terecht. Daar werd het uit bevrijd. Een misdaad? Daar leek het op. Nee toch niet, zeiden de autoriteiten. Een baby'tje in het riool. Of in India, gevonden op de vuilnishoop. Het kwam in een weeshuis. Misschien wel geadopteerd in ons land.
Houd dat beeld vast – het beeld van Ezechiël, een kind waar de moeder afstand van doet. Zou een moeder haar kind vergeten, al zou ze het doen, Ik niet, zegt de Heere.
Een kind dat te vondeling wordt gelegd. Ezechiël in ballingschap, heeft een profetie voor het thuisfront. En Jeremia in Jeruzalem, voor de kerk in ballingschap. We kunnen met beide ons voordeel doen. Ezechiël moet aan Jeruzalem haar gruwelen laten zien. Geen moord en diefstal, maar ze zijn hun God vergeten. Moord is niet de grootste zonde, hoe verschrikkelijk ook. Maar ongeloof.

Juda is kort na de geboorte aan de kant van de weg geworpen. Trappelend in het bloed, niet gewassen. Dit kind leeft nog. De beelden lopen over elkaar heen, het is een baby'tje en ook een huwbare vrouw. Ze was ten dode opgeschreven, maar iemand ontfermde zich over hen.
Juda meende meer te zijn dan andere volkeren. Een oudere en jongere zus, Samaria en Sodom. Daar stond ze boven. Ze wisten wel beter in Juda – wij hebben de tempel. Ik ben een eenling in de straat (die nog naar de kerk gaat) – staat u boven die straat, misschien? “Des Heeren tempel zijn deze”. Maar jullie afkomst is dit: je was een vondeling. Amoriet was je vader – Abram diende voorheen ook afgoden. Juda was niet beter of meer.
Dat wij hier nog zitten is genade.

God treedt in een huwelijksverbond. Het geldt ons als gemeente: wij zijn door de Heere opgezocht, hij kwam met het teken en zegel van het verbond. Hij wilde ons kronen, is onze redder geweest. Hij verklaart ons zijn liefde. In Hem is alles te vinden, water als beeld van het bloed van verzoening. En de reinigende kracht van de Heilige Geest.

Was dat meisje zou blij? Ze vertrouwde op haar schoonheid en hoereerde af. Gods als man, en wij gaan een ander liefhebben. Kom maar binnen bij me. Hier betaalt de hoer als het ware zelf. Ze heeft aan haar man niet genoeg.
Doe eens aan zelf reflexie – waar staat u mee op en gaat u mee naar bed? Zijn de beloften van het evangelie uw houvast? Is Hij uw rots nog niet? Als je je niet veilig weet in Zijn armen, dan hebt u nog een ander. Het kan zelfs de wet zijn.

Na overspel kan er echtscheiding zijn. Wat doet God? In “evenwel” ('toch' in HSV) van vers 60 zit dat. God gaat Zijn eed niet verbreken, zoals wij deden. Daar lijkt het op in vers 59. Toch nog denken aan het verbond – toen wij gedoopt werden.

Zolang wij in het heden van de genade leven, is Gods liefde er nog. Evenwel, ik ben verbreker van het verbond - maar Hij denkt er nog aan. Hij zal een eeuwig verbond oprichten, dat van geen wankelen weet. Als Hij Zijn liefdehand zo tot ons uitstrekt.. Als we dit verwerpen blijft er geen Slachtoffer meer over. Dan bent u dat zelf. Laat u nog eens lokken door de liefde van de Heere Jezus. Ik werp me op onwankelbare trouw van Gods verbond. Laat dat de vrucht zijn van de prediking van vanmiddag. Niet door mij, maar evenwel... Gods verbond.

Edit