Edit|
EditReeks Samenvatting:
Wat is makkelijker – haten of liefhebben? Lief zijn voor elkaar, was het altijd maar zo vanzelfsprekend. Het meisje uit ons hoofdstuk – daar zal toch grote haat wel erg gemakkelijk zijn geweest. Dat zou ik kunnen begrijpen. Het gaat niet over Naäman vanavond. We denken na over de eerste drie verzen.
Naäman was een aanzienlijke man, de nummer 2 van het land. Een goed strateeg. In hoog aanzien bij de koning. Assyrië was een grote wereldmacht. Syrië heeft zich een tijdje aan hun juk kunnen onttrekken, dat weten we. Door hem had de Heere de Syriërs verlossing gegeven. Hij gaat over alles. De God van de hele wereld. Hij gebruikte Naäman in Zijn hand. Jes 10: wee de Assyriër, een stok in Mijn hand. Jeremia. Ik heb gemaakt de hemel de aarde, door Mijn grote kracht, en .. nu heb ik alles gegeven in de hand van Nebukadnezar, Mijn knecht. God gaat over alles.
De Syriërs worden overmoedig. Ze vallen ook buiten de grens aan. Valt dat ook onder wat God doet? Is god ook de God van de roofbendes die kleine meisjes kidnappen. Intens persoonlijk en praktisch – dat is wel even moeilijk. God als Schepper erkennen is wel te doen. Alom tegenwoordige kracht van God, regen en droogte, spijs en drank, armoede, allemaal niet bij geval. Een beetje steriel iedereen is wel eens ziek. Maar het kidnappen – komt dan ook van Zijn Vaderlijke hand.
Wat voor verschrikkelijke dingen zij er gebeurd na de zondeval: moord en doodslag, haat en jaloezie, overstromingen, aardbevingen. Volkerenmoord, terreur. Vindt de Bijbel slavernij niet erg? Mensendieven worden ze genoemd. Een groot kwaad. Niet alleen de negerhut van Oom Tom. Er is nog nooit zo erg geweest als nu in 2013. In Azië, Midden-Oosten, kinderen uit gezinnen weggehaald om de zgn. schuld van de ouders af te betalen.
Doe dus niet al te zoetsappig over het begin van deze geschiedenis. Alle mensen werden vermoord in zo'n overval, huizen in brand gestoken, kinderen meegenomen. Haar ouders zullen het niet hebben overleefd.
Hoe kan God dat toelaten.
Weet je wel hoe lief ik die Naäman heb? Ik zorgde voor een evangelist in zijn huis.... kun je dat zeggen? Wel heel bijzonder. Het meisje wist dat niet, Naäman wist dat niet.
Het was geen kind van 3, ze wist heel goed over Israël en Samaria en de profeet. Die profeet had nooit iemand van melaatsheid genezen, maar ze had geloof in de God van die profeet. Ze moet 7, 8 geweest zijn. Ze deed kennelijk ook goed haar best. Ze won het vertrouwen van de vrouw van Naäman. Ze heeft de taal van die mensen geleerd. Dat gaat niet vanzelf.
Als ze met de suggestie komt, wordt die vertrouwd – “nou dat doen we niet”. Zelfs de koning weet kennelijk onmiddellijk wie dat is. Dat meisje uit Israël. Naäman had het kennelijk eerder over haar gehad.
Haar haat tegen Syrië had goed begrepen kunnen worden – ze doen nergens aan, vertrappen anderen, ze lachen, mensen worden mishandeld. Zou God ook weten van mijn droevig lot – die psalm heef dat meisje misschien wel gekend. Of psalm 94 Sta op verhef U... Hoe kan God het aanzien. Dat kan toch niet?
Maar hij kreeg kanker – hij werd melaats – als ze die wraakpsalm gezongen heeft, zie je wel, het geluk van de boze houdt niet altijd aan... net goed.
Ze deed dat niet. Heeft ze daar mee geworsteld? Maar die ellende, dat onmenselijke dat haar overkomen was had niet het laatste woord. Anders gunt het goede niet aaneen van haar vijanden.
Ze moet tiener geweest zijn. Zo moedig te zijn en zoveel op de Heere Jezus te lijken...
Een stapje verder. Ze heeft ook gesproken over haar God. Voor die achtergrond heeft ze zich niet geschaamd, dit was niet de eerste keer dat ze dat deed. “Denk er aan Rimmom is de god van de Syriërs. Let er op. Geef Israël op.” Hoe gaat zo'n gesprek... 'dat doe ik niet. Ik geloof in de God van Israël.' Is die zo machtig dan? Kijk wat Hij mij jou deed... Hij had het kunnen voorkomen, en heeft Hij niet gedaan. En is die dan ook nog zo barmhartig? Denk je dat we daar jaloers op worden..?
Wat zeg je dan?
Vroeger zeiden ze – in de zending heb je 'rijst-christenen' – die zich aansluiten om er beter van te worden. Maar die zorg heb je hier niet, ze had niets te bieden.
Is jouw God barmhartig en almachtig? We kunnen erge dingen noemen, die mensen elkaar aan doen.
En toch, en toch, ze gunt het goede aan deze Naäman.
We komen nu in een tijd dat er ergernis is tegen christenen, vernisje van verdraagzaamheid breekt af. Hoe laat je dan nog iets zien van het geloof? Valt niet mee. Maar dit is iets dat heel weinig religies te bieden hebben – bid voor degenen die u geweld aandoen, heb uw vijanden lief, geen kwaad met kwaad vergelden. Problemen van het lijden – misschien wint dat wel het meest. Dat meisje heeft niets en toch heeft ze iets dat ik niet niet.
Wat God in Zijn wijsheid me afgenomen had niet te vergelijken met wat Hij me al gegeven heeft. En ik weet ook niet waarom. Dat ene dat echte, dat mag ik voor altijd houden.
Als je zo kunt denken, kunnen ook de vreselijkste dingen van het leven ook een beetje in een ander licht komen te staan.
Het is goed voor verdrukt te zijn geweest, geweest. Achteraf. God kijkt verder en het heeft een plaats.
Zou God niet zelf kunnen horen, de Heere weet uw gedachte.
Het meisje heeft mogen leven, vergetende hetgeen achter is, en strek me uit naar wat voor is. Het verleden bepaalt niet meer onze identiteit. Al kan ik Zijn hand niet altijd begrijpen, ik ken Zijn hart.
Wilt u mij gebruiken, Heere, in de omstandigheden waarin ik ben, hoe donker het is.
Twee Griekse broertjes uit Tyrus, Frumentius en Aedesius mochten mee naar Ethiopië met hun oom mee. ca. 330 na Chr.
In een van de havens, werden ze overvallen. Ieder vermoord behalve die twee jongetjes. Ze hebben de Heere God nooit verloochend. En hebben zo'n indruk gemaakt, dat de koning zei – ze moeten mijn kind opvoeden, en dat is gebeurd. Die slaven zijn zo goed geweest – ik had ze allang de vrijheid moeten geven. Dat deed de koning op zijn sterfbed. De koningin zei – blijf alsjeblieft, in ieder geval tot het kind koning word. Ze zijn daarna vertrokken en teruggekomen als bisschop naar Ethopië en de jonge koning werd gedoopt.
Twee jongetjes tot zegen voor een heel land.
De Heere is mijn helper. Wat zou een mens mij deren, dan mogen alle dingen, alle dingen mede werken ten goede.