1
Uzzia ('de Heere is mijn kracht') is geen bekende koning. 16 jaar toen hij koning werd, 52 jaar geregeerd. Hij deed wat recht was in de ogen van de Heer, dat is het eerste en belangrijkst. Wat je al niet bereikt hebt: maar hoe is je verhouding met God. Het oordeel van God over deze man. Waar kijk je naar? Die jongen, dat is een kanjer, knap. Dat meisje – een lekker ding. Maar veel belangrijker: hebben ze een link met God?
Het was een crisistijd. Judea was er slecht aan toe, de muren afgebroken. Tempelschatten weg. De priester Zacharia leerde Uzzia op God te zien. Hij onderwees hem in de vreeze van God.
Er komt veel op de jongeren af. Je krijgt een bepaald Godsbeeld mee, op een EO-jongeren dag, Opwekking, Heart cry, gezinskamp – hoe is God nu eigenlijk? De een zegt: geloof is een kans en kiezen. Of: het gaat gepaard met oprecht berouw en bekering. Hoe is het nou? Als je nu een ouder iemand hebt, die je helpt hoe je de Heere leert dienen, vrezen? Moet je angstig zijn? Er zit zowel in het Hebreeuws als Grieks iets van angst in! Als eerbiedig respect. Zing ook je loflied met respect, anders pimp je alleen jezelf een beetje op.
De Vreze Isaacs. Met het mes op de keel. Is God liefde en veilig of ook gevaarlijk? Hij is awesome. Geloofd zij God met diepst ontzag.
Het zoeken zegent God, in die dagen maakte God hem voorspoedig, zo lang Hij de Heere zocht. Je hebt de juiste formule uitgesproken – en ik zie het niet in je leven. Geloven is niet dat je zegt dat je het ook gelooft. Maar het is het dagelijks zoeken van Hem. Omdat je die relatie met de Heere Jezus wilt opbouwen. Het is geen werkrelatie, maar een hartsrelatie. Zoals je ook elke dag aan je huwelijk werkt.
Zoeken vanuit de zekerheid. Uzzia zocht om elke dag weer in Zijn nabijheid te leven.
Je wilt je geliefde in je buurt hebben. Wat een teer leven.
Zolang Zacharia leefde – toen hij weg viel ging het bergafwaarts. Kent u dat? Zolang je leermeester leefde, liep je op het paadje. Als dat wegvalt ga je makkelijk overstag. Een stokje naast een plantje, is er genoeg groei geweest om zelfstandig te staan?
Op wie steun je? Op die geestelijke krachtpatser, of op de Heere?
2
v6-15 hoe voorspoedig maakt de Heere Uzzia en Juda. Allerlei ministeries worden hier genoemd. Hij veroverde Eilat – enorm strategisch voor het handelsverkeer. Buitenlandse zaken: allerlei volken rondom worden overwonnen. Zijn roem verspreide zich.
Binnenlandse zaken. Hij versterkt Juda en Jeruzalem. Landbouw: (v10) wachttorens in de woestijn, akkerbouw.
Defensie: een geoefend leger, nieuw oorlogstuig (v15).
Het geheim van zijn succes: de Heere maakte hem voorspoedig. Wonderlijk geholpen, door God. En hij deed zijn best, schakelde allerlei mensen in. Hij deed ook zijn eigen deel. Het is 100% God die hielp, maar hij deed mee alsof het 100% zijn zaak was. Geestelijke volwassenheid, als je die die balans kent.
Er zijn van die slogans (om refomatorischen en evangelischen uit elkaar te brengen) – “is het streven of sterven?” Het is gestorven zijn in Christus, en 'ik jaag er naar'. Vind die balans, dan overstijg je de tegenstellingen.
Uzzia is bezig met bewapening en voedsel, dan zijn de tweede dingen die de kerk ook nodig heeft. Wapenrusting in de geestelijke strijd. De machten zijn te overwinnen om mensen te winnen voor het evangelie. Maar ook zorg voor de eigen onderdanen. Gods volk moest voedsel hebben en waterputten, en wijngaarden, vreugde.
Twee speerpunten – uitbouw en opvouw, strijd en voedsel. Speer en troffel.
Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. Er was veel luxe. In die tijd trad Jesaja op (H1-H6). Profeten kijken dieper. Jes 3:16 ev
Ze konden in welvaart baden.
Ik geef u en mij dit mee. Koning Uzzia. Rembrandt heeft er een portret van gemaakt – hij kijkt zo dof. Hij had een leermeester, die zei: Koning, als je op de troon van David komt moet je de Bijbel naast je hebben en er elke dag uitlezen.
Hij kreeg de zegen en de Heere maakte hem voorspoedig. Het is mijn gebed dat we de Heere weer gaan zoeken, ook in je binnenkamer. Vanuit de intimiteit. Een loflied met diep ontzag. Dat wij ook een gemeente zullen zijn, die gezegend wordt om tot zegen te mogen zijn.