Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-09-08 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Hoogmoed komt voor de val

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Kro 26:16 2Kro 26:15-23 Jes 6:1-7

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Uzzia's meester
Uzzia's macht
Uzzia's melaatsheid


Uzzia was één van de 7 koningen die vroom waren en die deden wat goed was in de ogen van de Heere. Uzzia begon zo goed, maar aan het eind van zijn leven wordt hij hoogmoedig. Uzzia was een nakomeling van David in het tweestammenrijk. Eens zou de grote Zoon van David komen. Iedere keer als er weer een nieuwe koning kwam, was er weer de hoop dat dit nu de Messias was. Maar het bleek dat Uzzia faalde door de zonde van hoogmoed. Nu begrijpt u misschien dat de engel tegen Maria zei: deze zal groot zijn en Hij zal Hem de troon van Zijn vader David geven. Hij zal Koning over Jakob zijn in eeuwigheid. Dè Koning.

Zacharias was de leermeester van Uzzia en hij leerde hem op God te zien. Dat ging goed zolang Zacharia leefde. De Heere zegent hem, hij wordt machtig, breidt zijn gebied uit, versterkt zijn leger, hij zorgt voor voedsel voor zijn eigen volk. Hij wordt wonderlijk door de Heere geholpen, maar dan volgt vers 16. Toen hij sterk geworden was, werd zijn hart hoogmoedig. Het komt uit zijn hart op en het blijkt uit wat hij doet. Hij gaat namelijk zelf offeren op het reukofferaltaar. Hij wilde behalve koning, ook priester worden. En dat mocht niet. In de buurlanden was dat normaal. De koningen waren daar een soort priesters, een soort middelaars tussen God en mensen. Het koningschap werd zo vermengd met het priesterschap. En dat mocht niet, alleen bij dè messias. Die zou Koning en Priester zijn. Uzzia wist dat het niet mocht, maar deed het toch. Salomo offerde ook, maar die kwam niet verder dan de voorhof. Uzzia gaat een stap verder; voor elke zonde is wel een excuus te bedenken. Op een dag gaat hij het Heilige binnen.
De hogepriester ging hem achterna met 80 andere priesters. Ze gaan tegenover de koning staan in het Heilige. In het Heilige stond de kandelaar, de tafel der toonbroden en het reukofferaltaar. De Hogepriester zegt: het komt u niet toe, Uzzia om hier te zijn. Hij noemt hem niet bij zijn koningstitel.

Vanmorgen hebben we Avondmaal gehad. Hoe heerlijk het Avondmaal ook is, maar er is een scherpe rand: onbekeerden kunnen niet aan het Avondmaal. En kinderen van God die in de zonde leven, kunnen ook niet aan het Avondmaal. Als je onwaardig aan het Avondmaal gaat, dan drink je jezelf een oordeel. Dan zouden er ook ziektes uit kunnen breken. Bij ons ook? Ja, bij ons ook.

Uzzia verlaat de tempel niet, maar hij gaat verder in de tempel dan hij mocht. Hij onteert God op godsdienstig gebied. Dat kan dus. Heere, vergeef mij mijn zonden die ik verricht in de kerk. Denk aan Nadab en Abihu. Die kwamen met vreemd vuur op het altaar. Denk ook aan Uzza, die de ark aanraakte omdat die bijna van de wagen viel. Hij mocht de ark niet aanraken, en deed het toch. David werd er woedend om. Hij bedoelde het toch goed? Ja. Maar het was toch God dienen op een eigen manier. Eigenzinnige godsdienst. Het Avondmaal is heilig. Als je naar de kerk komt, dan past een stuk heiligheid in je gedrag in de kerk. De kleding in de kerk hoort daar ook bij. Dat mag je bijna niet meer zeggen. Maar hou je er rekening mee dat je te maken hebt met een heilig God?
Als je God wil dienen, vraagt Hij heiligheid en gehoorzaamheid. Als je Hem wilt dienen, maar niet gehoorzamen en je heilig gedragen, dan haal j Gods oordeel over je.

Koning Uzzia gaat de fout in. Dat gebeurt nog steeds. Dat voorgangers, koningen en ambtsdragers in de fout gaan. Als dat gebeurt, gaat Gods naam door het slijk. Ik hoop dat u bidt voor de voorgangers. Satanisten bidden tot satan dat de voorgangers ten val worden gebracht. Bid u dat God hen bewaart? Dat moet u doen, want satan richt zijn pijlen op hen.

Uzzia wilde zijn als de priesters. Geestelijke hoogmoed. Als u de 'lucht in gaat' met uw bekeringsverhaal, of prat gaat op ijver voor de kerk of het evangelisatiewerk, dan is dat ook geestelijke hoogmoed. God slaat op hen het oog die nederig knielen....

De Heere Jezus heeft heel vaak op aarde gezegd: wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden. De enge poort is zo breed dat de grootste zondaar er door kan. Maar hij is klein in de hoogte; de hoogmoedige zondaar past er niet door. Nederigheid is het beste teken van de waarachtige bekering. Denk aan de Farizeeër en de tollenaar. Niet iedereen heeft dezelfde talenten van God gekregen, maar al Gods kinderen kunnen door God nederig worden gemaakt. God maakt je nederig door kennis van jezelf te geven. Kennis van jezelf en van Gods majesteit en kennis van Christus maakt je nederig. Er is een verschil tussen schepen die geladen zijn of niet. Als er niks in zit, ligt het schip hoog. Hoe meer je geladen bent door Gods Geest, hoe dieper je zakt.

Uzzia gaat toch naar binnen. Hij wil het reukwerk aansteken zonder priester. Dat is hetzelfde als zonder Middelaar tot God bidden. In de eerste Petrusbrief lezen we steeds: wij geloven door Jezus in God. Het gaat steeds over de Middelaar. Zonder Christus is het voor God afschuwelijk.

Wat zullen Gods kinderen in Uzzia's rijk teleurgesteld zijn. Als je op mensen ziet, wordt je altijd teleurgesteld. Ook in de kerkelijke gemeente. Maar als je voor de Heere Jezus komt, en je bidt voor je voorgangers, dan verandert dat. Hoe reageert Uzzia op de waarschuwing door Azarja? Hij buigt niet, maar wordt woedend. En dan verschijnt er een zweer, de melaatsheid verschijnt op zijn voorhoofd. Als hij niet luistert naar het Woord van de Heere, dan zal hij Zijn hand voelen. Het brak echt uit en de priesters herkennen dat. Zij hebben ervaring met melaatsen.....Een onreine in het heiligdom; die moet eruit! Hij haastte zich er zelf ook uit. Wat een ontzetting. Uzzia voelt het en vlucht weg. Trots maakt melaats. Een onreine in het heiligdom. Waar vlucht hij naar toe? Hij mag niet naar het paleis terug; hij moest apart wonen in een apart staand huis. Ergens afgezonderd in eenzaamheid. Waarom moest de Heere hem nou zo streng straffen? Ik geloof nog steeds dat hij een kind van God was. En toch zit er nog barmhartigheid in. Want volgens de wet van Mozes zou hij gedood moeten worden. God straft hem wel, maar niet naar zijn zonden. Hij krijgt nog genadetijd om zich te verootmoedigen voor God. Wat zal hij jaloers zijn geweest op de musjes en de zwaluwen omdat die in Gods huis mochten komen.

Uzzia. Meer weten we niet van hem. Toch nog twee dingen: in het sterfjaar van Uzzia (Jesaja 6) zag Jesaja de Koning der koningen in een visioen voor Zijn menswording. Hij hoorde de engelen roepen: heilig, heilig heilig is de Heere Zebaoth. Koning Uzzia was onrein, maar Jesaja dus ook. En neemt die engel een kool van het altaar en raakt zijn lippen aan en neemt de onreinheid over. Zo wordt een onrein volk gereinigd door een kooltje van dat altaar. Door het offer dat op het altaar ligt, word ik gereinigd.
De laatste keer dat we de naam van Uzzia lezen, is in het voorgeslacht van de Heere Jezus. De Heere Jezus schaamt zich niet om hen Zijn broeders te noemen. Dè Messias, Koning Priester en Profeet zal Zijn bloed gaan geven om de zielen te reinigen van hoogmoed. Dan zal ook Uzzia opstaan, gereinigd in het dierbare bloed van Zijn nakomeling. Wat leren we van deze geschiedenis? Allereerst: Hij zegent die Hem zoekt. Maar ook: God is een gestreng God. Hij kastijdt Zijn kinderen als zij zondigen. Ten derde: God is een barmhartig God. Hij straft ons, maar naar onze zonden niet. En tenslotte: Hij is ook een heilig God. Heiligheid is een sieraad voor Gods huis.

Edit