Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-10-13 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
NGB 24 (2) 1Cor 3:8-15 1Cor 4:5 Nederlandse Geloofsbelijdenis

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Guido de Brès heeft het niet alleen over heiliging maar ook over loon, dat is een goede greep. Ook in de Schrift hoort dat bij elkaar: Openb 22:11 ev: “[..] En wie heilig is, laat hij nog [meer] geheiligd worden. En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn.”

1 geen basis
2 de beloning nu
3 de beloning straks

1
Wij gronden onze zaligheid niet op onze goede werken. Die hijpalen hoeven we niet zelf in de grond te slaan. Het is vrucht. Anders zouden we altijd in twijfel staan. Flottant, drijvende. Zekerheid noch grond. Zo was het bij de Roomsen. Je kon er nooit zeker van zijn. De Roomse leer wierp je terug op jezelf. Guido de Brès werpt ons terug op onze Zaligmaker. Doe ik nu wel genoeg? Kardinaal Simonis: ik heb alles tegen het verval gedaan, maar ik heb het vertig jaar omlaag zien gaan – ik ben waarschijnlijk niet heilig genoeg – het zit er nog in. Zo wij: heb ik wel berouw genoeg, of is die ellendekennis nou wel waar genoeg, de heiliging wel groot genoeg. Ik bid niet lang genoeg, dan wordt het des te onmogelijker om zalig te worden.

Erskine vergelijkt geloof en gevoel, vandaag heb je het en morgen ben je het weer helemaal kwijt. In de sloot is een drijvende plank, met een been erop en met een op de kant. Hoe vast die andere voet ook staat. Beide voeten moeten rusten op het volbrachte werk van Christus. Niet deels geloof deels gevoel. Neem dan mijn beide handen, Heere. We rusten – Bijbels goud.

2
Heeft u wel eens een preek gehoord over het loon? Loon in en na dit leven. Zegeningen en een gloriekroon. Niet alleen de Schuldvergever maar ook de Beloninggever. Wat een God hebben wij! Je kunt je moeiten niet declareren, je staat in een hartsrelatie, ik werk niet om een beloning te krijgen. De oudste zoon wel. Heere hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd - kan ik het declareren? Ga weg van Mij...

Mag ik helpen de soep maken – of blaadjes vegen met papa. Je moet de helft zelf overdoen, maar hij krijgt ook nog eens een beloning.
Israël hoorde het al – als je in Mijn geboden gaat, krijg je vrede, overwinning op je vijanden. Geen “health en wealth gospel”, maar je krijgt wel vrede, zonlicht. Je geweten knaagt niet. Het is fijn om mijn Vader te dienen. Vreugde als ik wat voor Hem mag doen. Als ik een ander een beetje dichter bij de Heere mag brengen.
Trouw op de JV en God zegent een JV-weekend. Hij beloont wie voor Hem leven.
Maria Magdalena zocht haar Meester. De allereerste verschijning was aan haar, ze zocht Hem met vlijt. Ze bleef tot het laatst en ging als eerste naar het graf. Dat heeft de Heere beloond.

3
Het hiernamaals, de zaligheid is voor elk van Gods kinderen gelijk. Maar de heerlijkheid is verschillend. De behoudenis – door genade. Maar beloning heeft ook te maken met onze trouw en dienst voor Hem. Goede werken. De vruchten van je geloof.
Paulus heeft het over gelovigen als bouwers, het fundament is voor ieder hetzelfde. Echter mensen die op zand bouwen gaan verloren. Maar onder christenen heb je er twee. Goud, zilver en edelstenen, anderen bouwen met hout, hooi en stoppelen. De Heere beproeft dat met het vuur van Gods onderzoek. Het laatste overleeft het vuur niet.
Zalig – volgemaakt met Christus, zoveel als jij kan bevatten. Sommigen zijn hier baby'tjes in het geloof gebleven. De vingerhoedjes – ze zullen vol zijn. Anderen zijn emmers, die ook vol zullen zijn. Allen genieten ze van de liefde van God. Is er dan jaloersheid in de hemel? Augustinus: onder de engelen zijn er ook rangen. Zij zijn ook niet jaloers. Ook geen arrogantie. Ze zullen elkaar niet benijden. In de hemel kijk je niet naar jezelf of een ander, maar alleen naar Hem. Trappen en gradaties in heerlijkheid.
Zoals ook in rampaligheid. De Heere Jezus: het zal Tyrus en Sidon dragelijker zijn, dan Capernaum, voor de Feijnoord-houlagan, die niet bekeerd wordt, zal het dragelijker zijn, dan voor een onbekeerde Maranathakerkganger.

Bewijs in de Bijbel: Zalig wie vervolgt worden – uw loon zal groot zijn in de hemel. De vervolgde kerk krijgt een speciale kroon, die wij niet hebben de martelaarskroon.
Als je een beker koud water geeft in Mijn naam, die zal zijn loon geenszins ontgaan. Bunyan: elke daad voor Christus, wordt bewaard in kisten in de hemel.
Het is niet tevergeefs om de Heere te dienen. God stuurt je niet het bos in met een fooitje. Hondervoudig vergoed. Als je er nu uitligt, zul je straks met Hem mogen regeren. Als je nu het zweet op je gezicht hebt voor Hem straks een stralend gezicht met Hem.

Als je nu spaarzamelijk zaait, zul je daar karig ogsten. Je zult daar zijn, wat God van je heeft kunnen maken op aarde. Hij beloont niet naar de gave die je gekregen hebt. Ook niet op succes. Daar kijken wij vaak naar – hoeveel zijn er al bekeerd in Cambodja?
De Heere beloont naar trouw waarin je Hem hebt mogen dienen.
Een keer de borden gewassen hebben voor een buurvrouw – in het ziekenhuis bezocht. Wie het dichtst bij Hem hebben geleefd, zullen straks het helderst stralen. Ze zullen blinken als de zon in het koninkrijk van Mijn Vader. De gelijkenis van de ponden – de een wint er tien ponden bij – Ik stel je aan als heerser over tien steden. Luc 19. vijf ponden erbij – heer over 5 steden. De sterren en zon hebben verschillende heerlijkheden. Alle gelovigen zullen stralen, maar de een is nauwelijks zichtbaar de ander is als Sirius.

Dat is ook eerlijk – je hebt een Abraham en een Lot. De moordenaar aan het kruis had een verloren leven. Zet Paulus er naast. Hij zal rijker beloond worden.

Hoe zal dat zijn?
We zullen staan voor de rechterstoel van Christus, alleen de gelovigen, de ongelovigen staan voor de grote witte troon. De rechtvaardigen zullen eerst opstaan. Zonder verschrikking – met een verheerlijkt lichaam – en je kunt niet meer verloren gaan. Wie in de zoon geloofd, heeft nu al eeuwig leven en kan niet verloren gaan – niet: dan komt het er op aan. Dan zou er nog twijfel en onzekerheid gaan – nee het gaat over mijn beoordeling, niet geoordeeld. Goud en zilver of hout en stoppels. Je toekomst ligt vast in het volbrachte werk van Jezus.
Geen traan, die je hier in Zijn koninkrijk hebt geweend, zal Hij vergeten. Huilend naar huis – je wilde iets vertellen maar het ging niet. Geen beker koud water, geen gebed die je voor je man of ouders of kinderen hebt gedaan, de wereld zag het niet, maar de Vader die in het verborgene ziet, zal het in het openbaar vergelden. De Heere zal het vergelden. Geen penninkje van de weduwe. De Heere Jezus zag het en waardeerde het. Je land, familie, carrière op moeten geven. Op een golfplatendak, in een heet klimaat, gevaar van slangen en schorpioenen, ontberingen geleden, vraag het maar aan de zendingswerkers.
Je bent misschien niet zo geliefd, geen succes story. Let er nog wel iemand op me? De christennegers op de plantages zongen het: nobody knows the troubels I've seen, nobody knows but Jesus.
Ik was er voor mijn kinderen – je eigen carrière opgeofferd – moe, oud en grijs geworden, nog geen bedankje van hun kinderen, die worden door de Heere Jezus beloond. Zag u het Heere? Ik kan alleen een paar vereelde handen en knieën laten zien, gebeden voor mijn man en kinderen. Die liefde die u betoond heeft voor die eenzamer Rotterdammer, die stille gever, Hij ziet het. Zo bemoedigend. Hij zal het straks waarderen. Je hebt geen lintje, geen nobelprijs, maar wel je kinderen groot gebracht, achter je man gestaan. Ik geloof dat domineesvrouwen straks van God een extraatje krijgen. Ambtsdragers en hun vrouwen.

En al die werken gaan wel eerst door het vuur heen – God kijkt naar de eeuwigheidswaarde, de kwaliteit. Hout, hooi, stoppels nemen een hoop ruimte in. Een klompje goud... niet hoeveel, maar hoe je het gedaan hebt. Wat waren je motieven? Ging het om het loon of was het uit erbarmen? Was het in afhankelijkheid van Mij?
Als het vuur erover heen gaat, ben ik bang dat er heel wat zal verbranden. Dat er heel wat trots en hoogmoedigs in mijn bezig zijn, er zullen heel wat preken van mij zullen verbranden. Waarvan ik of u dacht dat was een mooie preek. Maar waarvan God zegt, het was zonder de Geest.
Hoeveel is er van mij. Veel kerkenwerk zal verbranden.

Wat mij aangrijpt: hoeveel as zal er liggen voor de rechterstoel van Christus, as van mijn verbranden levensdaden. Dan zal ieder zijn lof ontvangen van God. In de wereld is er alleen goud, zilver brons, maar ieder die Zijn verschijning hebben liefgehad... Zijn dag komt nog. Hij zal het me zelf zeggen, niet Michaël, maar zelf de loftrompet over mij steken....
Niet per kerkgemeente of kerkgenootschap, land, maar per persoon. Een tegelijk, en Hij zal het uitrijken. Hij zal me aankijken – mooi zo, goed gedaan. We zijn maar onnutte slaven. Wanneer heb ik dat dan gedaan? Wat je aan de minste hebt gedaan, – ga in in de vreudge van de Heere.

De allergrootste beloning is dat ik bij Hem mag zijn. 'k Klem mij daarom aan Golgotha's kruis, als die grote dag aanbreekt – zal verwisselen voor d'eeuwigheidskroon.
Heere als ik maar bij U mag zijn. Dan is het goed.

Geen smart meer daar omhoog
God zelf wist daar de tranen droog.
Daar is de strijd voorbij, daar wacht de gloriekroon;
daar vindt de ware strijder rust, en God Zelf is zijn loon.
(JdH 19)

Edit