Er is een oud gezegde: leringen wekken, maar voorbeelden trekken. Wat je hoort met je oren, dat wekt je op om bepaalde dingen te doen of te laten, maar voorbeelden die je met je ogen ziet, die blijven veel langer hangen.
Hoe ouder je nu wordt, hoe minder de plaatjes worden en hoe meer de tekst. Het wordt wat moeilijker, maar het verhaal blijft hetzelfde. Zo is het ook met het leven van een christen. Als ze met hun ogen niet zien aan jou hoe het moet en gaat, dan maakt het niet veel indruk. De Heere werkt in het Oude Testament ook als een pedagoog via plaatjes, via wetten en ceremonieën. Verzoening met God wordt visueel gemaakt in de tempeldienst.Artikel 18-26 van de NGB gaat over de Heere Jezus, dus ook dit artikel. In de tempeldienst wordt de Heere Jezus zichtbaar gemaakt.
Het gaat vanavond over de verhouding Oude Testament en Nieuwe Testament. Het ene is niet belangrijker dan het andere en het Nieuwe Testament is ook niet in de plaats gekomen van het Oude Testament. Het Nieuwe Testament hoort niet los verkrijgbaar te zijn.
De noodzaak beëindigd
Als je de wet hebt overtreden, hoe kon je dan weer met God weer in het reine komen? Daar heeft God voor gezorgd via de tabernakel. Israël heeft via de tabernakel wet èn evangelie gekregen. God wilde uitbeelden hoe je verzoening krijgt. Voorschriften die God gaf voor de tabernakel en tempeldienst. Heilige personen, heilige tijden, heilige plaatsen, heilige ceremonieën. Dat is de ceremoniele wet. Er wordt ook gesproken over de ceremoniële figuren. Dat zijn de heilige handelingen. Dat bij elkaar wordt schaduwdienst genoemd. Die schaduwdienst doelde op Christus. Het Oude Testament is een schaduwdienst, maar in het Nieuwe Testament komt de Christus waar het om draait.
Schaduwdienst. De islam (niet de moslims) is donker, het jodendom is schaduw, christendom is licht. Een landschap blijft verborgen als het in het donker ligt, en zelfs in de schemer blijft het nog vaag. De Heere Jezus was wel in de buurt, want zijn schaduw was er. Als er een paaslammetje werd geslacht, was de Heere Jezus in de buurt want Zijn schaduw was is. Maar met Pasen is Hij zelf gekomen. Wanneer is die schaduwdienst beeindigd? Op Goede Vrijdag toen het voorhangsel van boven naar beneden scheurde in de tempel. Die Oude Testamentische offerdienst om verzoening aan te brengen, werd toen overbodig.
Guido de Bresspreekt over ophouden, beeindigen, ten einde nemen. Maar prof. Verboom (NGB in een eigentijdse weergave) spreekt over vervulling. Er is een voortgaande openbaring. De Heere Jezus zegt zelf dat Hij niet is gekomen om de wet en de profeten af te schaffen, maar om ze te vervullen. Mooi dat prof. Verboom daar zo over spreekt. Guido de Brès streed tegen de Rooms-Katholieke kerk met zijn ceremoniën. Daarom is zijn visie begrijpelijk.
Joden zijn het volk van Gods eerste liefde, maar het jodendom blijft op dit punt armoedig. Verzoening wordt daar met Pascha gesymboliseerd met een botje en op Grote Verzoendag met een kip. Maar wij hebben de Zaligmaker zelf!
Wij zijn veel rijker; wij hoeven het niet te doen met een silhouet. Wij hebben ook iets zichtbaars in het Nieuwe Testament. Drie sacramenten: de doop, het avondmaal en de ziekenzalving. Je ziet en voelt iets die sacramenten en dat wijst je heen naar de betekenis.
Voor gelovigen uit de heidenen is op het apostelconvent besloten dat zij die wet niet hoeven te houden in zijn uitgebreide vorm. Maar wat betreft Joden die tot geloof in de Heere Jezus komen, voor hen geldt de Torah wel degelijk. Paulus is nooit anders gaan leven; hij had ook gebedskwastjes aan zijn kleren. Anders had hij nooit in die synagoge mogen preken. Hij hield ook de feesten en bracht zelfs een vrede-offer. Hij weet dat de Heere Jezus de vervulling is, maar hij houdt zich toch nog aan de schaduw. De schaduw wijst naar het lichaam, het silhouet verwijst naar de persoon zelf. Maar daarmee is die schaduw niet niks! Die schaduw is niet los verkrijgbaar. Hij zelf is het belangrijkste, maar daarmee is Zijn schaduw niet onbelangrijk geworden. Guido de Bres wist hier w.s. niet van, want er waren in zijn tijd nauwelijks Messias-belijdende joden. Wij hoeven die cereonieën niet te houden, maar het is ook niet verboden. Je mag het loofhuttenfeest best vieren, maar je bent het niet verplicht.....Ik geloof – en met mij verschillende oudvaders, dat als de Heere Jezus terug komt dat geheel Israël zalig zal worden. En dat er zelfs weer een tempel zal worden gebouwd. Waarin geen offers ter verzoening worden gebracht, maar wel dankoffers die in dankbare herinnering terugwijzen naar het verlossingswerk van Christus. Lees het na in Ezechiel 42, 43, 44 etc. Waarom wordt daar anders gesproken over een toekomstige tempel? Dat laten we nu even verder liggen, al is het een fascinerende gedachte.
Ze roken de geur van het offer, ze zagen die priester die dat offer bracht. Calvijn zegt: onze erediensten moeten zo sober mogelijk zijn zodat het gehoor alle aandacht krijgt. Natuurlijk is het gehoor van het Woord het belangrijkste, maar wil dat zeggen dat de andere zintuigen niet gebruikt mogen worden? Je kunt kerken vaak herkennen aan wat er zichtbaar is. Het woord is heel belangrijk, maar de aanbidding is net zo belangrijk en het avondmaal ook! In de eerste christengemeente werd dat veel vaker gevierd.....
De Heere Jezus heeft niet alleen onderwijs gegeven, maar Hij raakte mensen ook aan. Ooit raakte iemand mijn schouder aan en bad voor mij voor ik moest preken. Dat maakte indruk....
De Heere Jezus is de ware hoofdinhoud van zowel het Oude Testament als Nieuwe Testament. De rol des boeks is met Mijn naam vervuld......Het gaat altijd weer om Hem. Mozes en de profeten spraken over Hem.
Ook alle feesten wijzen heen naar Hem, worden in Hem vervuld. Het voorhangsel is gescheurd. Nu geen verboden toegang meer, maar de toegang is vrij. Het spreekt allemaal van Hem. Voor de Heere Jezus was het Oude Testament het Woord van God. Voor ons is het Nieuwe Testament het goddelijke commentaar op het Oude Testament. Als je Leviticus leest aan tafel, moet je eigenlijk vooraf eerst Hebreeën lezen. Dan zie je de Heere Jezus op elke bladzijde terug.
De Wederdopers zagen het Oude Testament als een lege dop. Dat is geen goed beeld. Guido de Bres wijst daar terecht op. Wat is de waarde daarvan voor ons dan? In de eerste plaats om ons in het Evangelie te bevestigen en ten tweede om tot Zijn eer te leven. Je moet de psalmen lezen met een Nieuwe Testamentische bril op. Luther wees daar ook op.
God zelf wil ons steeds maar weer bij de Heere Jezus brengen. Via het Oude Testament en het Nieuwe Testament.
De Wet en Profeten zijn ook gegeven om ons leven te reguleren naar Zijn wil, staat er. Dat is een lastige. Want wat is nu wel van toepassing van het Oude Testament en wat nu niet meer? Neem Deut. 22. De beruchte tekst over het vrouwenkleed en het mannenkleed. Maar in hetzelfde hoofdstuk staat dat de man zijn baard niet mag afscheren..... Dat geldt ook voor teksten uit het Nieuwe Testament. Ik denk dat het zo is: God geeft ons tijdloze principes mee. Hoe gaan wij in onze cultuur om met die principes? Het gaat niet om dat wij de vorm hebben van de handen omhoog geheven, maar dàt we bidden. Groet de broeders met een heilige kus. Toch geef ik de broeders geen kus, wel een hand. Het gaat niet om broek of rok, maar dat het verschil tussen de geslachten zichtbaar zal blijven. Mannen en vrouwen moeten voldoende van elkaar blijven verschillen.
Neem het gebod: gij zult geen overspel doen. Mozes zegt dat niet omdat je je eigen vrouw beschadigt, maar omdat je de man van je naaste onteert. In die cultuur was dat normaal. Een vrouw was het bezit van de man. Davids zonde was in die tijd vooral zo erg, omdat hij Uria beledigde. Hoe dat was voor Bathséba was blijkbaar van ondergeschikt belang. In Spreuken is dat al heel anders, daar wordt veel positiever gesproken over de vrouw. In het Nieuwe Testament is dat heel anders. Daar wordt gesproken over dat een man zijn leven over moet hebben voor zijn vrouw. Er is dus een voorgaande lijn. God is een goede pedagoog en van lieverlee groeide het volk Israël mee met Gods bedoeling.
Geen losse teksten eruit plukken dus, maar wat zijn de principes erachter?
God tilt Zijn volk uit boven de moraal van die tijd. In het Oude Testament staat dat je de tienden geeft, maar in het Nieuwe Testament staat: ik heb de blijmoedige gever lief. In het Oude Testament wordt gesproken over doodstraf, in het Nieuwe Testament wordt bijdiezelfde situaties gesproken over excommunicatie, over censuur. Dat ligt dus op een heel ander niveau.
Het gaat dus om de achterliggende principes. Als het gaat over de besnijdenis: dat heeft te maken met je lichaam. Als een Joodse man keek naar zijn geslacht werd hij herinnerd aan God verbond. Het gaat niet om de kwastjes aan mijn kleed of mijn mezoeza aan de deurpost, maar om het feit dat ook mijn kleding en ook mijn activiteiten buitenshuis onder Gods beslag vallen.