Edit|
EditReeks Samenvatting:
Er is een God die hoort.
1 Jesaja preekt (v1)
2 Hizkia smeekt (v2-3)
3 De Heere spreekt (v4-6)
Er is een God die hoort. Is het lang gelang geleden dat je ziek was, kinderen? Een paar daagjes, maar als het twee weken duurt, je raakt achter met je huiswerk. Of je moet een jaar over doen! Hizkia werd ernstig ziek, 39 jaar. Een gevaarlijk gezwel. Koorts, hoofdpijn. Dicht bij de dood. Tijdens de belegering van Sanherib!
Het wordt steeds stiller in het paleis. Dan krijgt hij bezoek.
1
Jesaja komt op ziekenbezoek. Ze hadden goed contact, waren geestelijk aan elkaar verwant. Zo zegt de Heere. Je zult sterven en niet leven. Onvoorwaardelijk. Jesaja zal lood in zijn schoenen gehad hebben. Er zullen mensen zijn die dit ook hebben gehoord, van een dokter. Het is niet goed en er is niets aan te doen. We lezen niet dat Jesaja bidt. Maak je rouwkaart op, wie wordt er uitgenodigd. Hizkia accepteert het. Ik ga ook sterven, en dan – ik durf niet te gaan slapen, zeggen kinderen soms. Het komt persoonlijk binnen. Hoe vaak is het niet zo: Je bent altijd maar bezig, oordoppen van vroeg tot laat, je luistert en kijkt al die vragen weg. Geen gedachten aan dood en eeuwigheid.
2
Hizkia bad tot de Heere. Hizkia is toch een kind van God, Hij gaat toch naar de Heere? Nog een paar uren en je bent voor eeuwig thuis, In het laatste uur zal ik zegevierend ingaan – ja je kunt het goed zingen als je gezond bent... Dominee Grootmoedig komt bij Christinne als ze een brief gekregen heeft dat ze zal sterven: ik ben nog een beetje jaloers op je.
Hizka worstelt met waaroms. Hij was nog maar 39. De dood blijft een vijand. Je hebt stervensgenade nodig. Hij was kinderloos, hoe moet dat met Uw belofte. Op de troon van David en dan de Messias? Gaat U Uw belofte afsluiten? En mijn volk kan me niet missen. Mijn gezin kan me niet missen. Als een vogel in een kooi. Op zijn bed in gebed. Let op zijn gezicht, ogen en moond.
Hij keert zich af van de mensen en hij huilde erg. Wie huilen er meer, jong of oud? Tranen van nijd als je je zin niet krijgt. Van spijt dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt, van teleurstelling. Tranen zijn er niet in paradijs en hemel. Hebt u wel eens met tranen gebeden? Zo niet, dan hebt u nog nooit echt gebeden.
Tranen van vreugde. Of de schuldbewuste bidder. Een bange bidder. Wat zeg je tegen elkaar, als je de doodstijding gekregen? Je houdt het niet droog. Och Heere, Gods volk is een volk van och en ach, zeiden ze vroeger. Hebben wij niets mee? Maar pas op. Je komt soms niet verder. Gods volk is ook een volk van amen en hallelujah, dat is waar. Maar je komt vaak niet verder dan een zucht.
V3: he, wat doet hij nu? Somt hij zijn goede daden op? Heb ik het niet verdiend? Farizeërs bidden anders, die huilen niet. Wat hij noemt is geen grond, maar kenmerken van genade. Jes 38 (:14). Heere wees U mijn borg, wilt U voor mij intreden. Dat is de grond waarop hij bidt. Ik kan niet zonder dat verzoenende werk van de Middelaar. Hij bidt niet voor het eerst nu.
God is hoog en heilig, maar niet afstandelijk. God is bereikbaar. Bidden en bellen: allebei anrufen in het Duits. Zijn Lijn is nooit in gesprek.
Hizkia gaat worstelen. Het ligt niet vast in Gods wil. Dat is wel aanwezig in onze gereformeerde traditie. Ziekte en gezondheid allebei van God. Niet alleen bij ziekte: 'Zo wil God het zeker'. Dat is heidens, eigenlijk. Calvijn ziet berusting bij Hiska door zijn hoofd naar de wand te keren. Nee toch, hij gaat juist bidden of God het veranderen wil.
Berusting is noodlot en gebed is Bijbels. Is ziekte van de duivel dan? Dat is te simpel. Hizkia gaat er niet over beredeneren, maar hij gaat bidden. In het besef dat bidden God op andere gedachten brengt! Wat een gedachte! Als Hizkia niet gebeden had, was hij niet beter geworden. Bidden verandert mij, de wereld, de omstandigheden, maar God ook! Denk aan Nineve. God wil zegenen en is bereid om zich te laten verbidden.
Gelooft u dat gemeente? Of hebt u berust – de Heere hoort het toch niet. Relatieproblemen, het wordt toch niets meer, ik word toch niet meer beter. Laat Hizkia een aansporing zijn om het opnieuw met verachting te gaan vragen.
3
God geeft antwoord. Jesaja, ga terug. Op huisbezoek geweest en je loopt al weg, maar je moet terug, ik moet nog wat zeggen. Dat is snel. God geeft gebedsverhoring. Hij rent de trappen weer op. Hij klopt aan de kamer, ik heb nu een blijde boodschap, Hij heeft je gebed verhoort. 15 jaar erbij, Uit Assyrië verlost – zeven beloften in totaal. Ik heb je gebed gehoord. Zo teer is het. Soms kan een ander volschieten. Dan kijk je weg, dat laat God niet onbewogen. Hij kon de ellenden van Zijn volk niet langer meer aanzien. Hij spaart de tranen in zijn fles. Pareltjes. Hij gaat ze drogen. Als Gods licht erop schijnt komt er ergens een regenboog te voorschijn, misschien wel in je hart.
Op de derde dag zal je weer naar de tempel gaan – hij ligt doodziek op zijn bed. Dat was een blijde boodschap. Wij kennen dat nauwelijks meer, ik mag weer naar huis, weer aan het werk. Maar hier – niet overmorgen weer op de troon. Maar Heere wanneer mag ik weer naar de kerk gaan! Daar ligt hun hart. Overmorgen naar het huis des Heeren.
De Heere doet een wonder, maar Hij werkt middelijk. Een klomp vijgen. Toch de chemokuur of een jodiumslok, een penicilinekuur – gebruiken! Op het gebed gebruikt God de middelen. Mag ik een teken vragen – het is te groot om te geloven, Zie je daar die zonnewijzer staan? Je hoort amper dat de klok tikt. Als je ziek bent wel. Hij staarde daar misschien veel naar. Voor God is niets onmogelijk. God belooft ons een eeuwig leven, in de Heere Jezus Christus. Het hangt aan de belofte van God, wie in de Zoon geloofd, heeft eeuwig leven.
Er zijn mensen die niet beter worden – klopt, ook in de tijd van de Heere Jezus. Als God niet heelt, wat dan? Zelfs indien niet, dan houdt Hij zijn kind toch stevig vast, hij zal zich niet als de grote afwezige tonen, jou is een beter lot bereid.
Misschien hebt u een zware weg te gaan, een weg tegen vlees en bloed, je hebt er misschien wel tegen in geschreeuwd. Toch geloven dat God alles ten beste wil keren. Die God van Hizka leeft nog. Ellende, verlossing, dankbaarheid – niet vandaag, maar overmorgen. En wij – woensdag op dankdag, om voor al die overdiende zegeningen de Heere de dank te brengen.