Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-11-06 19:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Hizkia's danklied

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 38:19 Jes 38:9-21

Edit| EditReeks
Samenvatting:
10 dankpunten voor Nederland
Nederland is een van de welvarendste landen,
niemand leeft onder het bestaansminimum
een van de beste gezondheidszorgen
een van de veiligste landen in de wereld
de rust en vrede is bijzonder
democratische vrijheden staan nog hoog in het vaandel
het onderwijs staat op een hoog pijl
godsdienstvrijheid is nog een hoog goed, 2/3 vd christenen wordt vervolgd
christelijke media zijn heel bijzonder

Hizkia’s danklied
1 Menselijk leed (10-14)
2 Goddelijke liefde (15-17)
3 Geestelijke lof (18-20)

Bidden is één, danken twee en loven is nog een trapje hoger. Een dominee had moeite met een preekvoorbereiding. Zijn zoontje vroeg – hebt u een papiertje, ja, maar zeur nou niet verder. En weer later – een potlood? Een gummetje? Hij werd heel kwaad, dit is de laatste keer dat je binnen komt. Na vijf minuten wordt er zachtjes geklopt. Ik wou even zeggen, dat u zo'n lieve papa bent en weg was ie.

Heere ik vind dat U zo'n liefdevolle Vader bent. Wij zijn goed in biddagen. We schrijven alles op met een potloodje en vragen een gummetje om het verkeerde uit te wissen. Aanbidding is even nergens om vragen en vertellen hoe blij je bent om Hem te mogen kennen.

Hizkia is niet alleen blij met zijn genezing, maar met God.

1
Leven is meer dan bestaan. Een dier ademt, een mens existeert, maar geestelijk leven is normaal leven + loven. De zin van elk schepsel is er zijn voor God. Loven als bestemming.
Hizkia heeft tienduizend redenen voor dankbaarheid. Heel persoonlijk, in de ik-vorm.
10] Hij ligt op zijn bed, nog geen 40. De helft van mijn dagen. Een handbreed, vier vingers – de vier seizoenen van een mensenleven. Hizkia gebruikt vier beelden
12] als een tent van een herder, als een wever, 13] als een leeuw breekt Hij mijn beenderen, 14] ik piepte als een kraanvogel.

Mijn leven is als een herderstentje, pinnen niet te diep in de grond. Wever en zijn weefgetouw, hij is bezig iets moois te maken, het patroon en de kleuren worden zichtbaar en dan bepaalt hij: het is nu klaar en in een keer is het los van de spoel. De levensdraad wordt schielijk afgesneden. De Heere weeft er vaak verdriet in en ik zie de onderkant. Je ziet drie draden – de gouden draad van Gods liefde, die door alles heen schittert. De blauwe draad van Zijn trouw en de rode draad van het leiden. Niet altijd zichtbaar naar boven, ze komen op en zakken af. Maar het gaat naar Zijn patroon.
Als je puber bent rol je je kinderjaren op. Als je getrouwd ben zijn je jeugdjaren op gerold, als de kinderen uit huis zikn is je middelbare leeftijd op gerold en bij sommige denk je – nu kan het niet lang meer duren. Soms ben je verbaasd – wat jong nog, was dat werk echt al af? Soms lijkt de Heere zich te bedenken. Dan weeft Hij er nog 15 jaar aan. Of je bent in verwachting, een nieuw lapje begonnen en dan gaat het niet verder en dan snap je het niet, hebt U zich vergist Heere? Ook miniatuur tapijtjes zijn toch volmaakt, wij kunnen niet met Zijn ogen kijken.
Als een leeuw zal Hij mij breken, een bittere ervaring, God lijkt als een leeuw die jou aanvalt, zo kennen we God niet – Jeremia: een loerende beer! Dieptes die zijn ongekend. Een vernietigende kracht.
Hij woelt – die nachten.. zal ik de morgen ervaren?
Ik zelf als een piepende zwaluw, een kirrende duif. Zijn ogen mat en nat, richting de hemel.
14] weest u Mijn Borg, Heere. Zo Hij mij dode, zal ik nog op Hem hopen zegt Job. Neemt U het voor me op, spring in de bres tussen mij en de dood. Wilt U me bij staan als Borg, mijn schuld betalen. Wees mijn Borg.
Dan gaat je leven als een film voorbij. Jij en God zitten in de filmzaal, het komt allemaal voorbij – wie je geweest bent, wat je gedaan hebt, je jeugdzonde, ambtelijke zonde, lievelingszonde, huwelijkszonde.... Heere wees mijn Borg.

Dan komt de omkeer, wij hebben meer reden om te loven dan Hizkia. Die Borg is er gekomen. De Zoon van God.

2
15] wat zal ik spreken, hij vindt er geen woorden voor, hoe overweldigd hij is. Uit de diepte roep ik en: loof Hem in Zijn heiligdom, allebei. Ik kom er door! Zachtjes aan naar Gods huis.
16] En in al deze dingen is het leven van mijn geest. Waar leef je voor? Een zakenman zegt: mijn bedrijf, overleven in de crisis. Scholieren: ik moet mijn examen halen, daar ga je voor. Een boer met zijn oogst of dieren. Een zieke met genezing. Als je geen werk hebt, ben je bezig met solliciteren. Een jong stel met de kinderwens. Hizkia: bij deze dingen. Dat ik mag blijven leven, om God te loven. De levende looft U.
Het diepste doel is dan niet dat kind, je werk of oogst, maar door je werk of oogst God de eer te geven. Wij zijn er voor Hem, niet God voor ons. Toegewijd aan Zijn eer.
17] Want U hebt mijn ziel liefelijk omhelst. Zo voelde hij dat. Een ontfermende Vader. Vrede te midden van de strijd. Dan wil je maar een ding, Hem groot maken.
Vader en kind lopen op straat. Vader staat stil en pakt het zoontje op, neem het in zijn arm, drukt het aan zijn hart, geeft het een kus en ze lopen samen verder. Dat is wat Hizkia hier zegt.

Al mijn zonden hebt u achter ruw rug geworpen, het gaat er niet om, dat hij weer verder kan regeren, maar die vergeving is de kern, daar kun je de Heere het allermeeste voor danken en prijzen. De vraag om de blog wordt beantwoord. Alleen om Jezus wil kan God die zonde achter zich werpen. Van mijn rug af, op de rug van de Borg, achter de rug van God de Vader. Wij weten zo veel meer dan Hizkia. Mijn zonden zullen nooit meer voor Zijn ogen komen en Hij zal het mij niet voor de voeten werpen. Prachtig beeld.

Zijn die zonden van mij nu weg? Jes 38 – voor ieder die gelooft, al zijn zonden achter zijn rug. Maar stel je voor dat Hij achterom kijkt? Dan Micha: Hij werpt ze in de diepte van de zee. Maar zegt de twijfelaar: en de zee was niet meer... Wacht zegt de evangelist: Hebr. “de zonde niet meer gedenkt”. Hij weet ze niet meer. In de zee van eeuwige vergetelheid.

De bitterheid is tot mijn welzijn geweest.

3
Geestelijke lof. God groot maken is het hoofddoel. Het is goed als u niet alleen gekomen bent om een preek te horen, maar ook om lof te brengen. Niet alleen danken om de gaven, maar om wie U bent, zo'n liefhebbende Vader. Het is een zegen als u dit jaar een verdieping in uw geestelijk leven heeft mogen ontvangen. Het kabbelt jaar in, jaar uit. Dan gebeurt er iets – iets blijs of door de droefheid heen, het geestelijk leven krijgt een 'boost'.

Met meer passie dan ooit – o mijn ziel verheerlijk Zijn heilige naam. De Heere aanbidden en aanprijzen. Geloven en loven horen bij elkaar. Ik heb geloofd en daarom zing ik.
2013 was ook het catechismus jaar, ellende, verlossen en dankbaarheid. Niet de eerste is het langst, tweede wat minder en derde komen we niet aan toe, zoals mijn preken. Eerste is het kortst, tweede het grootst en dankbaarheid en loven horen er zo wezenlijk bij. Ik wacht niet tot ik in de tempel ben, de dag begint en ik zing mijn lied voor U.
Zolang ik het licht geniet Hem verhogen in mijn lied. Dat is de bedoeling van het kerk zijn. Het is niet leren alleen, ook niet missionaire gemeente alleen. Een missionaire taak, zeker – ook niet een pastorale of diakonale gemeente, maar de gemeente is een lofzingende gemeente. Om de lofzang gaande te houden.
Ik ben gered om anderen te redden? In de eerste plaats om God groot te maken. Hij gaat zich een volk formeren, die Zijn lof gaat verkondigen.

Als je kunt lopen en eten en horen, als je beter wordt, dan wordt het gewone zo'n wonder. De levende hij looft u.

De vader zal zijn kinderen met Uw waarheid bekend maken. Hizkia had nog geen kinderen. Dan zal God ook zorgen voor mijn nakomelingen; drie jaar later wordt Manasse geboren – als vader zal hij hem vertellen over God. Hizkia heeft dat doorleeft! Ps 40 – Uw waarheid doe ik horen – niet alleen regels, maar een Persoon. Uw trouw, Uw woord, lofliederen – ik geef het door.

Manasse werd een goddeloos beest. Hizkia heeft dat gelukkig niet meer meegemaakt. Manasse wist dat het echt was bij zijn vader. Hij heeft zich zo goddeloos uitgeleefd, en toch, aan het eind van zijn leven, komen de lessen van zijn pa weer terug en de lofliederen uit zijn jeugd komen terug in de gevangenis en hij komt tot bekering. Het zaad van Hizkia mocht hij terug vinden in de hemel.

Gebed, inademen. En een loflied uitademen.
Kun je dan altijd zingen? Het stokt wel eens. En toch al zit er negen maanden tussen, je kan het niet nalaten, het komt toch weer boven, zelfs in de nacht zingen – het borrelt boven, geen opdracht. Voor ik het weet, zing ik weer. Zucht niet alleen.

Een oudere man had een gave – hij kon prachtig zingen, maar hij had tongkanker. Kan ik echt nooit meer zingen? Mag ik nog even rechtop zitten, op de operatietafel? Ik zal een laatste lied zingen, een danklied, om God te loven. Hij zong dit lied: I will praise my maker while I have breath. Toen hij uitgezongen was, ging hij liggen. Dat zijn groten in Gods koninkrijk, mag de vrucht van deze preek zijn: de lof van uw tong aan onze God.

Edit