Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-11-10 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Wij hebben een voorspraak bij de Vader

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
NGB 26 Open 8:1-5 Nederlandse Geloofsbelijdenis

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1. Hij maakt een geopende toegang
2. Hij is de enige toegang
3. Hij schenkt een vrijmoedige toegang


serie over persoon en het werk vd Heere Jezus

Guido de Bres spreekt hier warm over de Heere Jezus als de voorspreker, die voor mij inspringt bij de vader. Dat doet Hij voor allen die in Hem geloven. Er is niemand die ons meer bemint dan Hij. Hij gaf Zijn leven voor ons toen wij nog vijanden waren. Artikel 26 is heel Bijbels, het staat vol Bijbelteksten, vooral uit Hebreeën. Het gaat over de Heere Jezus als de enige voorbidder. Guido de Bres kwam uit de tijd waarin er in de RK-kerk veel heiligen waren tot wie je kon bidden. Er werd niet rechtstreeks tot God gebeden of tot de Heere Jezus. Guido de Bres voert een warm pleidooi om rechtrstreeks tot de Heere Jezus te gaan, want Hij is de toegang. Denk niet dat de Heere Jezus te verheven is. Je bidt niet op grond van je eigen waardigheid, maar op grond van Zijn waardigheid. Niemand wordt ook eerder door de Vader verhoord dan de Heere Jezus. Hij is de Weg de Waarheid en het Leven. God wist dat wij zondaars waren en daarom heeft Hij Hem aan ons gegeven. Als wij dan zelf bidden, ga dan tot God in de naam van de Heere Jezus. Laat je door Zijn hand meenemen naar de genadetroon, naar de Vader. En Hij geeft verhoring. Dit is de kern, en dat wil ik verder gaan ontvouwen.

Er is een almachtige vriend aan het hemelhof die het voor ons opneemt, als advocaat. Door Hem, tot de vader. De Heere Jezus maakt een geopende toegang. De Heere Jezus is God en mens, opdat wij mensen een toegang zouden hebben tot God. Door de zondeval is de weg van ons naar God opgebroken, geen toegang. Verboden in te rijden. Er is geen toegang van ons uit naar God toe. God zelf scheurde de hemel en God zelf baande een weg, Hij gaf Zijn Zoon als de Weg. Opdat we daar vrijmoedig gebruik van zouden maken. Er is een kruisbalk gekomen over de kloof tussen God en mens. De Heere Jezus staat daar tussen en houdt met Zijn ene hand God vast en en met Zijn andere hand de mens. Hij is de deur naar het hart van God. De Immanuel, God met ons. Hij is mens geworden, en daarom kan Hij onze Middelaar zijn. In artikel 26 wordt over de Heere Jezus vooral gesproken als de Hogepriester. In het Oude Testament mocht de Hogepriester één keer per jaar in het Heilige der Heiligen komen, met eens schaal met bloed in zijn hand, waaruit hij bloed sprengt tot in het heilige der Heiligen. De Hebreeënbrief is daar helemaal aan gewijd.
De toegang is vrij, de weg is open. De Heere Jezus is echter niet alleen degene die het offer bracht, maar Hij bidt nu nog steeds voor mij. Hij pleit nog steeds voor mij. Hij doet niet alleen verzoening, maar ook voorbede. Ik heb een Hogepriester die niet alleen bloedt, maar ook bidt. De Heere Jezus is niet alleen mijn brandofferaltaar, maar ook mijn reukoferaltaar. Hij heeft zijnleven gegeven ommij te behouden, maar bidt me ook door dit leven heen. Zijn biddende mond wordt nooit gelsoten. Als de mond van je biddende moeder gesloten wordt, dan blijft het gebed van de Heere Jezus doorgaan. Wie is er die onsmeer liefheeft dan de Heere Jezus? Die Zijn leven voor ons gelaten heeft toen wij nog vijanden waren? Wie is er er een betere advocaat dan Hij? Door dat bloedtapijt, die weg waarover wij tot God mogen gaan, door het vorhangsel heen, door dat verzoeningswerk is dat bord verboden toegang verandert in een ander bord: “voorrangsweg.” Laten we met vrijmoedigheid, met voorrang, toegaan. Het zuchten van een kind heeft voorrang op het zingen van de engelen in de hemel bij God.

De Heere Jezus doet priesterdienst in de hemel. In het Oude Testament droeg de Hoepriester de 12 stenen, symboliserend de 12 stammen vanIsraël, op zijn hart en op zijn schouders. Kracht en liefde spreekt daaruit. Zo draagt de Heere Jezus ons op Zijn hart en op zijn schouders. Als God kijkt naar Zijn volk,dan ziet Hij geen zonde, maar Hij ziet het bloed van de Heere Jezus. Hij ziet hoe de Heere Jezus Zijn volk draagt op Zijn hart. De Heere Jezus weet zelf wat het is om mens te zijn en is in alle dingen verzocht als wij. Hij heeft moeite, pijn, lijden, angst en teleurstelling doorgemaakt. Hij kan zich in mij verplaatsen. Met mijn zwakheden, Hij weet wat we lijden. Hij weet hoe machteloos wij zijn en schenkt ons zijn liefde en erbarmen. Ik sta op de gebedslijst van de Heere Jezus......Hij heeft een gebedslijst waarop alle kinderen van God geschreven staan.....Ik heb voor jou gebeden....Satan klaagt je dag en nacht aan, maar de Heere Jezus neemt het voor je op. Petrus, ik heb voor je gebeden dat je geloof niet zou ophouden.

Wij hoeven niet bang te zijn voor de Heere Jezus. In de tijd van Guido de Bres waren er veel mensen bang voor de Heere Jezus. Er zijn nog steeds mensen bang voor God. Ze hebben vaak alleen karikaturen gehoord van God. Luther werd bleek van schrik als hij de naam van Christus hoorde. Jezus Christus is een Schenker, een Zaligmaker! Het is lastig om dat beeld vast te houden.....karikaturen zijn hardnekkig. De Naam van Christus is vreugde voor een kind van God. Luther riep in een onweersbui de heilige Anna aan.... op de Roomse kalender stonden elke dag wel beschermheiligen die je aan kon roepen. Guido de Bres zet er allemaal een streep door en wijst naar Christus, die je rechtstreeks aan mag roepen. Dat moet een gedurfd standpunt zijn geweest....Het is heel Bijbels. Jullie hebben rechtstreeks toegang tot de Vader, zegt de Heere Jezus tegen Zijn discipelen. Laat Zijn grootheid je niet afschrikken maar aantrekken! Het gaat om liefdevolle aandacht. Ds. Tukker schrijft in “Geloof en verwachting”: laat toch niemand dit artikel verduisteren door altijd maar over bekering en en uitverkiezing te praten. Geniet er nou toch eens van dat de Heere Jezus zo is!

We bidden in de kerk voor elkaar, voor en met elkaar. Wij hebben ook onze protestantse heiligen gehad in het verleden. En soms nog. Als er dan iemand gestorven is, en Gods volk heeft er gebedswerkzaamheden mee gehad, dan is diegene boven, denkt men dan. Dat is nu een beetje weg, dat soort theologie. Alsof zo'n kind van God je zalig kan verklaren.....

De Heere Jezus neemt alle hoogmoed en egoïsme uit mijn gebed weg, en reinigt mijn gebed helemaal met Zijn bloed Hij vult het ook aan en zo komt het bij de Vader. Hij bewierookt de gebeden van de heiligen / gelovigen met Zijn eigen gebed en zo komt het bij de Vader aan.
Die gestorven heiligen kunnen niets voor ons betekenen. Het raadplegen van gestorvenen is uit den boze. En toch heb ik me wel eens afgevraagd: hebben die nou helemaal geen betekenis meer voor ons? Ik denk van wel. Gedenk aan uw voorgangers die onder u gewoond hebben. Ze hebben een voorbeeldfunctie voor ons gehad en dat mogen we navolgen. We mogen hun geloof navolgen.
Ik denk ook aan de wedloop uit Hebreeën 12, over de wedloop van het Evangelie. Daar wordt gesproken over de wolk van getuigen. Dat is beeldspraak. Maar er staat wel dat de gestorven heiligen op de tribune zitten en ons aanmoedigen. Zou dat waar zijn? Kunnen zij vanuit de hemel gadeslaan wat hier gebeurt? Openbaring 6: de martelaren onder de troon. Hoe lang zult gij het bloed wreken van de martelaren en de vervolgers straffen? Dat wisten ze dus. Kennelijk zien ze dus wat er met die strijdende kerk gebeurt. In Openbaring 5 staat over de 24 oudsten dat ze de schalen vol reukwerk aanbieden aan God. Die 24 oudsten, als beeld van de triomferende kerk. Ze hebben schalen vol reukwerk (de gebeden van de heiligen) en die bieden ze aan bij God. Wat zou dat betekenen? Laten we daar naar zoeken....

Laten wij met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade. Hebr 4: vrijmoedigheid is geen kwestie van gevoel. Dat denken wij vaak. Dan zien we vrijmoedigheid als een subjectiefgevoel. Maar Paulus zegt: wij hebben die vrijmoedigheid. Wij zijn gerechtigd om in te gaan, omdat die bloedweg door Hem gebaand is. We mogen door Hem altijd tot God gaan. God zal nooit zeggen: wat kom je doen? Als je pleitend op de Heere Jezus naar de genadetroon gaat, stuurt Hij je nooit terug. We zijn gerechtigd om in te gaan. De Heere Jezus is al in dat heiligdom, aan de rechterhand van de Vader. Hij leidt ons aan Zijn hand naar de Vader. Mijn vrijmoedigheid ligt in het feit dat U roept! Die troon, zegt Calvijn, is geen verschrikkelijke glorietroon meer, maar is veranderd in een genadetroon.

Waarom zou je een andere advocaat zoeken dan Hij, zegt Guido de Bres? Zonder Hem ga je het verliezen in dat hemelse gerechtshof. Je hebt Hem nodig tegen de duivel. Daarom moet je vanavond nog tot Hem gaan. Tot de advocaat die het voor je op kan nemen. De Heere Jezus maakt kwade zaken goed met Zijn bloed. Zijn spreekuur is er altijd. Laat Zijn spreekuur vol zijn vanavond. Leg je leven in Zijn hand.
Er is veel discussie geweest over de reikwijdte van Zijn verzoening en Zijn voorbede. Je kunt het dogmatisch allemaal op een rijtje hebben. Die theologische discussie hoort niet thuis op de preekstoel. De reikwijdte is wereldwijd als het gaat over het aanbod van genade. Verzoening is niet beperkt, maar wordt aan allen aangeboden. De voorbede van Christus: in het hogepriesterlijk gebed staat dat Hij bidt voor de Zijnen. Er staat ook dat Hij bidt voor allen die in Hem geloven. Maar Hij bidt ook voor de ongelovigen. Vader vergeef het hun wat zij weten niet wat zij doen..... Hij bidt zelfs voor hen die geen vrucht dragen (denk aan de vijgenboom waar nog mest omgelegd werd).

 Ik heb een Heiland, 
die leeft om te bidden. 
O vrienden, die Heiland, 
Hij bidt ook voor u; 
Hij is met zijn Geest 
nu ook zeeg'nend in ons midden, 
en klopt aan uw hart, 
roepend: Opent Mij nu!"

O, hoor naar zijn bede, 
o, hoor naar zijn bede, 
o, hoor naar zijn bede, 
zijn bede geldt u!
[JdH 575]

Edit