Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-11-10 10:00:00
ds. S.J. van der Vlies (Rotterdam)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jer 7:1-8:3 Jer 7:1-8:3

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Vooraf twee opmerkingen:
1) Waarschuwing: Het is een moeilijk hoofdstuk en het wordt een lastige preek, zet u schrap.
2) Het is een tempelpreek die 25 jaar voor de wegvoering van het twee-stammenrijk naar Babel gehouden. Het tien-stammenrijk was al in ballingschap. Jeremia wist dat deze prediking geen effect zou hebben op het volk en smaad voor hemzelf; En hij kreeg de opdracht van God niet te bidden voor het volk.
Op een reformatorische school in groep drie vertelt de juffrouw het Bijbelverhaal van het gouden kalf. Mozes verdween uit zicht en bleef lang weg, Aaron werd door het volk verzocht een gouden kalf te maken, als een god die hen kan leiden. Dit was een afgodsbeeld in de vorm van een stierkalf. Het volk feestte en bracht offers. De kinderen zitten helemaal in het verhaal, dan vraagt de juf: Wie van jullie heeft een afgod ? Uiteindelijk steekt niemand zijn vinger op, gelukkig heeft geen kind een afgod in huis ! Ik wel, zeg de juf, erg hé ! Zelfs meer dan één. Hé ? Deze gitaar bijvoorbeeld. Als ik die niet kan bespelen, ben ik chagrijnig. Zijn er toch niet meer kinderen met een afgod, iets waar je niet zonder kunt ? Dan gaan er uiteindelijk toch vingers omhoog. Deze openheid hebben wij volwassenen verloren. God heeft zijn profeten gezonden naar de Israelieten, die zeggen: Wij gaan naar de tempel, lezen de bijbel, offeren, zingen liederen en ontvangen de zegen. En wij, wat doen wij nu met deze tempelpreek ?
Vs. 2: Ga in de …neer te buigen :” Stel je voor, je bent rustig op weg naar de kerkingang en wordt bij de deur niet ontvangen door een ouderling maar iemand die je goede gewoonte aan de kaak stelt, zie vs. 4. Schokkend! Dit is een deel van je geloof: Dit is de tempel van de Heere. Dit geloof wordt onderuitgehaald, er is namelijk sprake van bedrog, vs. 4. Dit horen we niet graag. Alsof we niet zouden weten wat het probleem is. Wat is het probleem dan? Zie vs. 5-7. Het: “…wij zijn gered…” komt niet overéén met hun leven, ze dienen de afgoden. Speelt dit bij ons ook? Wij zeggen dat we gered zijn door Jezus, Gods Zoon, we gaan naar Gods huis, bezoeken verenigingsavonden. Jeremia zegt: De woorden zijn goed, de daden liegen er niet om en daarom is jullie geloofsbelijdenis bedrog. De Profeten en Jezus zeggen dit ook. In vs. 22 zegt God niet de offers maar wel de geboden te vragen. Opmerkelijk is dat in de tien geboden niet gesproken wordt over de offers, wel over het dienen van God en elkaar. In vs. 13-15 kondigt God de straf aan bij het niet luisteren, niet zozeer vanwege ongeloof maar dus vanwege ongehoorzaamheid. En wij ? Het is lastig concreet te worden voor jezelf. Als je gelooft dat God rechtvaardig en barmhartig is, dien je dit zelf ook te zijn. Het is Jeremia in de klas Israel 40 jaar niet gelukt een vinger omhoog te krijgen. Bedrieg jezelf niet, let op je gehoorzaamheid, wees kritisch en laat Gods licht over je daden schijnen! Wat vergeet ik, wat zijn mijn afgoden ? Doorgrond en ken mij, o God en geef de moed mijn vinger op te steken.
Toch zet God de deur nog op een kier open in vs. 3 en 7. Er zit dus ergens toch nog een ontsnappingsmogelijkheid, tegen het oordeel. God roept op: Dien geen andere goden, doe goede daden. Dat klinkt niet reformatorisch. De tegenwerpingen zijn voor de hand liggend, evenals toen. God zegt dan min of meer cynisch: Ga er dan maar mee door. 25 Jaar zeiden ze nog: Wij zijn gered! en toen gingen ze verloren. Zou onze belijdenis in de weg staan, slaan wij geboden over? Roepen wij zelf het naderend oordeel af over onszelf, volk en schepping? Hoeveel jaar krijgen wij nog? Zie ook Jeremia 26:13.

Maak uw wegen en daden goed en luister naar de stem van de Heere.

Edit