Er juicht in onze tekst een toon. De paasjubel. Het begon te zingen in Jeruzalem op de eerste dag der week. Het lied is niet meer afgebroken, ook al ging het eens een toontje lager of hoger. De echo is in Rome gehoord en vandaag in Rotterdam. `Wij dan`. Wie zijn die wij? Paulus en de christenen in Rome. Wiens leven 180 graden is omgedraaid. Door de kracht van Zijn opstanding.
Je mag ook zeggen, `wij nu`, zoals: nee maar, moet je nu eens kijken.
Eerst een stukje terug naar het kruis. vers 24 van het vorige hppfdstuk: Christus is opgewekt uit de doden. Niet iets om aan voorbij te gaan. Weest niet ongelovig, maar gelovig. Paulus zingt ons voor en neemt ons bij de hand. Bij het kruis en open graf is iets gebeurd waarop eeuwige jubel van toepassing is. Gerechtvaardigd door het geloof hebben wij vrede bij God. Gerechtvaardigd en vrede, de eerstelingen uit de oogst die door de kerk worden binnen gehaald. Zoals de eerste groene aren in de tempel werden gebracht, voor God heen en weer bewogen. Heel Zijn kerk legt Jezus aan Gods vaderhart.
Wat betekent gerechtvaardigd? Vrijgesproken van alle schuld en vrijgesteld van straf. Alles is rechtgetrokken. Op Golgotha heeft Christus die rekening vereffend.
Je kunt voor geloof weglopen, zoals Thomas heeft gedaan. Je kunt als maar zeggen dat geloven zo maar niet kan. Ja maar, het kan ook niet anders! Ik hoop dat je het niet je hele leven lang zegt…
Wat is dan geloven? Als bedelaar je lege handen ophouden bij God. En aannemen wat Hij door en in Jezus Christus aanreikt! Op Golgotha is het betaald en op Pasen is de kwitantie uitgegeven. Als ze tot geloof komen zeggen ze allemaal: ik wist niet at het zo eenvoudig was… De Bijbel ging voor mij open en God veroordeelde mij en Gods liefde in een gekruisigde Christus overstroomde mij. Het gelijk is aan Gods kant, al zou Hij nooit meer naar mij om kijken - wie dat erkent en God om genade roept, die is voor God rechtvaardig geworden. Die krijgt wat Hij geeft in Christus, stante pede.
Je raakt er niet over uitgepreekt of uitgezongen. Het ligt weer vlak. Zo hier ook. God heeft niets meer op me tegen. Tegen al de aanklachten van m'n geweten in: hoe kun je dat waarmaken? Op grond van de belofte: ik ben in het reine met God.
Wanneer is dat gebeurd? Feitelijk op Golgotha. We hebben de toeleiding zegt Paulus hier. In welke wij staan. Mijn staat ligt vast. Geen luchtballonnen geloof, waar je zo doorheen prikt. Ik heb de vaste grond gevonden, waarin mijn anker eeuwig hecht. Het kan niet op. Zonder Pasen had het al lang opgeweest. Het kan niet meer stuk. Ik wel: ik ben wel eens van stuk. Geen halleluja-geloof, maar een geloof dat dood gaat wanneer het niet roemen kan.
Behalve jubelende is er ook diepe en volhardende vreugde. Vreugde die je niet altijd voelt, maar die je gelooft. Gevoel is mooi, zei Alexander Comrie (1706-1774), maar het geloof is meer. Geen hoogvlieger. Andere kenmerken noemt Paulus: verdrukking, volharding, bevinding en hoop. Paasfeest vieren ook in een dal van de schaduwen van de dood. Roemen, ook in de verdrukking. Als het niet kan, kan het toch. Paulus had dat aan den lijve ondervonden. Ik ben het liefste bij de Heere Jezus zei een kind van 7. De beproeving kijkt of het geloof wortels heeft; of je het kruis van je leven niet alleen accepteert, maar of dat je het lief hebt, omdat je het kruis van Christus lief hebt. Zodat je met een Christin die heel wat meegemaakt had, kunt zeggen: Heere, U kunt me gaan kwaad doen.
Paas-kracht is draagkracht (niet zo zeer daadkracht, dat leer je af). Zijn we ons vandaag bewust van de zegen die ligt in het kruis dragen achter Christus? Loop je achter Jezus aan of loop je jezelf te gronde?
Met het geloof bloeit de hoop op. In je hart. Wedergeboren tot een levende hoop, zegt Petrus.
Doordat Gods geest die hoop zelf levend houdt, wordt het voor ons Pasen en Pinksteren op één dag. Waar hoop is, is geen bezwijken, aanvechtingen en geween, zeker; Wij hebben vrede met God, roem,en in onze verdrukking, de liefde God is uitgestort in onze harten, het kan in eeuwigheid niet meer op.