Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2013-12-01 17:00:00
ds. A. van Vuuren (Amstelveen)
Groot zijn

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 1:15 Mal 4:1-6 Luc 1:5-17

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Vandaag is het “nieuwjaarsdag”, volgens de kerkelijke kalendar. Achter lopen doen we niet. Op de eerste adventszondag. Een gezellige tijd. Dat misgunnen we elkaar niet, maar er is meer.
In de eerste kerk was het een tijd van boete en berouw, geen kerkklokken, sobere maaltijden, geen bruiloften. Gebaseerd op Luc 1, voorbereiding op de komst van de Grote Koning, die zelf zorgt voor een plaatsbereider. De wet wijst het adres van het evangelie aan. Berouw en bekering. Een andere gang in ons leven, op het spoor van de Grote Koning. Zo is Johannes de doper de grote onruststoker. Bekeer u want het koninkrijk is nabij gekomen. Langs die weg houdt de Grote Koning intocht.
Voor Zacharias en Elisabeth was het al voor de geboorte duidelijk. Dit kind zal een heel opvallend figuur zijn. Rechts van het altaar, de kant van Gods heil, daar zegt de engel dat al. De rook kringelt omhoog als symbool van het gebed. Het zijn godsvrezende mensen, een hoog cijfer op het kerstrapport. Hun gebed ging voort. Uw gebed is verhoord en je vrouw zal een zoon baren. Hij zal een groot worden, niet in de maatschappij. Dat willen we vaak voor onze kinderen, en de kinderen zelf ook. Je bent al zo'n grote jongen. Een droomcarrière. Ze melden zich bij de talentenjacht. Ze willen groot zijn voor de mensen. Wil je het ook zijn voor de Heere?
Spreekt de Heere al tegen je tijdens de zwangerschap – met dit kind heb Ik een bijzondere bedoeling. Dat kan ook als timmerman, als verpleegster, huisvrouw, een dienstbaar leven, misschien niet groot voor de mensen. Niemand is groter dan Johannes de doper.
Hij treedt op als profeet, niet als priester. Geen sterke drank, heel zijn leven. Nee geen biertje, want ik moet groot zijn voor de Heere. Zodat er geen verwarrig zou zijn. Ook voor ons geldt: wordt niet vol van wijn, maar van de Heilige Geest. Maken we daar ernst mee? Overmatig alcoholgebruik verwakt het christelijk getuigenis.
Johannes' prediking was scherp. Heilige huisjes moesten er aan geloven. Het kostte hem de kop. Zijn preken brengen beroering.
Mal 4 – ik zend Elia voor de dag van de Heere komt. De Joden hebben dat altijd heel letterlijk genomen. Als een startsein voor de Messiaanse heilstijd. Tijdens het Pascha staat er een extra beker en de deur open, voor het geval Elia zou terug komen. Maar, citeert Gabriël, “hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elia”. En velen zullen zich bekeren. En niet slechts een keer, maar telkens weer. Als je dat niet steeds nodig denkt te hebben, die heeft er niets van begrepen. Ook na ontvangen genade raken we al te dikwijls het spoor bijster – hoe heb ik dat kunnen doen, Heere.
Ook gemeenteleden. Bekering tot de Heere hun God. Die was al een verbond aan gegaan met hen.
Geen kabbelende adventstijd - het gaat op zijn kop en er moet heel wat worden opgeruimd. Inkeer, afkeer en toekeer – dat is bekering.
Jeremia: bekeer me dan zal ik bekeerd zijn.
Mensen worden soms geraakt door een preek, maar na een dagen is het 'wondje' weer genezen en gaan weer hun weg. We hebben een dodelijk schot nodig en dan komen we tot over gave en aanname van de Heere Jezus Christus, om hem in het geloof te omhelzen.
Een toegerust volk. Dat nedrig en werkzaam verwacht, geen afwachtend volk.
Velen, niet een enkeling, Johannes zal velen bekeren. God moet dat toch doen?Gebruik dat niet als excuus om niet te hoeven getuigen. Als je nog nooit een ander bekeerd hebt, mag je afvragen of je wel zelf bekeerd bent. De Heere doet het, maar schakelt er mensen bij in.
Bekering is niet iets van het innerlijk alleen. Toon het door je daden en je levensgedrag. Geef weg van wat je hebt. Niet meer op een oneerlijke manier aan cijfers komen op school, niet meer pronken met je lichaam of je auto.

Hoe is de sfeer thuis? Bekering – belijd schuld, ook naar je kinderen. De harten van de vaderen bekeren tot de kinderen. Dat de ouderen niet allles vast willen houden, dat ze leren, dat er best wat mag veranderen, en de jongeren dat ze niet een gemeente zoekendie helemaal bij jou aansluit, maar pas je ook aan. Wat wil de Heere van jou?

Gabriël heeft het alleen maar over toebuigen van ouderen naar jongeren. In Maleachi is het wederkerig, maar ouders gaan voorop. We moeten de minste kunnen zijn. En de jongeren houden rekening met de zwakte van de ouderen. Wat geeft dat een diepe vrede in het hart.
Die halve weergave kan betekenen, dat de ouderen zich moeten bekeren tot een kinderlijk geloof. Worden als een kind. Ook: vooruit zien, en niet gericht blijven op hoe het vroeger was. In de toekomst ligt de verlossing.
Wij stemmen daar mee in. Daarom verwachten wij dien groten dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onzen Heere. (HGB)

Edit