Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2014-01-19 10:00:00
ds. S.J. van der Vlies (Rotterdam)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mar 3:14 Mar 1:1,14-20 Mar 3:14-19 Mar 6:6-13,30-32

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Kijkend vanuit onze cultuur/ context zijn er 2 vragen te stellen:

1 Wie roept Jezus voor het werk in de wereld?

2 Wat moeten zij doen in deze wereld?

Bij vraag 1

Het motto van het Markusevangelie staat in hoofdstuk 1 vers 1: Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God.

Het is goed te beseffen dat we het hebben over de Zoon van God, Die roept. Aan het begin van Zijn leven op aarde wordt hij genoemd ‘de Koning’. En aan het einde zegt Hij van zichzelf: “Mij is gegeven en alle macht in hemel en op aarde”. Híj is het dus, die roept. Dat maakt natuurlijk wel uit!

De Schrift zegt: ‘Jezus is een Koning der hemelen”. En Markus verkondigt het Evangelie van het Koninkrijk dat bij Hem hoort.

Meteen aan het begin van Zijn werk op aarde gaat Jezus volgelingen roepen en belooft: “Ik ga vissers van mensen van jullie maken”. Eerst zien we bij de volgelingen alleen nog maar gehoorzaamheid, van het ‘vissen van mensen’ is dan nog niets te zien. Ook in hoofdstuk 3 roept Jezus weer mensen om bij Hem te zijn. Opnieuw is verder nog niets te zien: wel volgen, nog niet uitgezonden.

Door bij Hem te zijn, horen ze hem preken en zien ze hoe het Koninkrijk gestalte krijgt onder zijn handen.

Zelf doen ze niets, lopen soms zelfs wat in de weg. Dat doen volgelingen soms, meer bezig zijn met wie de meeste is bijvoorbeeld, dan het Koninkrijk verkondigen.

Pas in hoofdstuk 10 gaat Jezus doen wat Hij in hoofdstuk 1 heeft beloofd: uitzenden. Een soort stage: binnen de grenzen van Israël, veilig oefenen in de eigen, bekende omgeving, de eigen cultuur en taal.

Die eerste paar woorden van het evangelie van Markus zijn heel leerzaam.

Het Koninkrijk van God is Zijn Koninkrijk. Hij is de Eigenaar, de Kurios. Dus Hij heeft de regie. Ook nu, in ons land, in onze gemeente. Hij nam en neemt het initiatief, in het zenden van Zijn Zoon, in het roepen van mensen, in het uitzenden van mensen. Dat geldt nog steeds. Hij riep u, jou, mij. Hij komt met Zijn Koninkrijk in je leven. Het komt van Zijn kant. Dat is voor ons soms moeilijk te aanvaarden. Denken soms dat het Koninkrijk van ons is. Dat wordt het, voor je het weet. Jij wordt dan de eigenaar, de koning, die precies weet hoe het allemaal moet. Alles wordt dan afhankelijk van ons beleid, ons initiatief, onze keuzes.

Jezus zegt: “Ik ben de Koning. Ik neem het initiatief. Ik gebruik mensen, maar Ik bepaal de tijd van uitzending.”

Laat het Koninkrijk waar het is: bij God! Het hangt niet af van ons, de kerk, dat bepaalde project. Die gedachte geeft ook ontspanning.

Het is Zijn koninkrijk. Daardoor weten we ook, dát het komt.



Maar, God heeft ervoor gekozen om met mensen te werken. Met volgelingen. Hij kiest er twaalf uit. Eerst zegt Hij: “Kom bij Mij”, dan zendt Hij uit. Later wordt Judas ook vervangen door iemand die met Hem heeft geleefd. Zijn volgeling zagen het Koninkrijk komen door genezingen en uitdrijving van demonen. Drie jaar lang hebben zij aanschouwelijk onderwijs en intensieve begeleiding van Jezus gekregen. “Wat Ik nu doe, zeg, moeten jullie later doen, zeggen. “

Dit heeft betekenis voor ons allen. God roept geen dominees, zendingswerkers of evangelisten, maar volgelingen. Mensen die bereid zijn dagelijks met Hem om te gaan, onderwezen in de Schriften. Mensen die leven met God, die roept Hij om uit te zenden.

Jezus liet geen instituut achter, met een kerkorde. Als Jezus de wereld verlaat, heeft hij twaalf eenvoudige volgelingen. In hen heeft Hij intensief geïnvesteerd, ze hebben samen gegeten en gedronken, samen verdriet en pijn geleden en samen wonderen beleefd. Door dit alles zijn Zijn volgelinge onderwezen/ opgeleid. Met deze twaalf toegewijden is het allemaal begonnen, door hen is de wereld veranderd.

Zó kunnen ook wij missionair zijn. Niet lettend op aantallen maar bedenkend: niet het vele is goed, maar het goede is veel. Of : spreek eerst met God over een ander, voor je met die ander over God spreekt.

Investeer in de enkeling, het is tóch van God.

Hij is niet alleen de Koning, maar stuurt ook mensen de wereld in die eerst bij Hem geweest zijn. Die met Hem leven, Hem vertrouwen, gehoorzamen, volgen, návolgen. Daar gaat het om.

Bij vraag 2

In vers 12-13 lezen we wat de discipelen doen: zij prediken het evangelie (“Bekeer u!”), zij drijven demonen uit en zij genezen zieken. Daar waar de kerk de wereld raakt, vinden die drie dingen plaats.



Dat zijn wij een beetje kwijtgeraakt in de kerkgeschiedenis. Het gaat vaak vooral om onszelf, wat een versmalling van het evangelie is. De komst van het Koninkrijk wordt beperkt tot onszelf en tot ons persoonlijk heil.

Het is waarheid, maar een beperkte, zo niet een halve waarheid. De wereld is veel groter dan ik! De komst van het Koninkrijk is veel rijker dan alleen de redding van mijn ziel! Aan het begin van de wereld was de schepping goed, aan het einde zal die dat ook zijn. Daartussen ligt de gebrokenheid. Jezus is gekomen niet om mijn ziel maar om de wereld te verzoenen, de hele schepping, inclusief mijn ziel.

Jezus staat tegenover dood, duivel, zonde. In Zijn Koninkrijk zijn die overwonnen. De Schriften moeten open om dat te verkondigen. Daarom is er voor de duivel geen ruimte. Dan gaat het om veel meer dan mijn zieleheil. Dan wordt het Koninkrijk zichtbaar in mijn leven, mijn familie, mijn stad.

In deze gebroken wereld komt het Koninkrijk van God waar zonde en dood en duivel overwonnen zijn.

Iedere gelovige zal moeten gehoorzamen aan de opdracht van Jezus op de plek waar hij of zij gesteld is: Predik het Evangelie. Bevrijd gebondenen. Genees zieken.

Zó laat Jezus zien dat Hij de macht heeft in hemel en op aarde.

Dát is het antwoord op vraag 2.

Het gaat dus om gehoorzaamheid. Laten we dat maar eens eerst gaan doen. Niet discussiëren.

En daar waar dan de kerk de wereld raakt, daar gebeurt het gewoon. Daar vindt bevrijding, genezing plaats. Wij kiezen van nature vaak voor de gebrokenheid van de wereld en het stuk maken van relaties. Bij God wordt alles heel en gaaf. Daar worden mensen zichzelf en komen tot rust.

Dus Jezus roept volgelingen en zegt: “Verkondig het Evangelie. Drijf demonen uit. Genees zieken.”

En zij predikten, en dreven uit en zalfden veel zieken.

Edit