Edit|
EditReeks Samenvatting:
De gelijkenis van de verloren zoon is een mooie gelijkenis. De Vader die op wacht staat voor Zijn zoon. In Jeremia gaat het over de verloren zoon Efraim die tot inkeer komt. In Jeremia 31 wordt de inkeer
De vader die hoort
Efraim boete en bekering, zijn bede tot God
Thema van de preek: de bekering van Efraim
1. Beklag
2. Bede
3. Belijdenis
4. Berouw
Efraim is de zoon van Jozes en Asnath. Zijn naam betekent "vruchtbaar".
Als zijn opa Jacob gaat sterven, wordt Efraim met de grootste zegen gezegend (in plaats van zijn oudere broer Manasse). Door de gekruiste armen wordt hij gezegend. Daarna wordt de stam van Efraim machtig, zelfs dat het tien stammenrijk Efraim genoemd wordt. Vanwege de goddeloosheid en afgodendienst wordt Efraim echter gestraft. Dan komt Jeremia met de aankondiging van de oordelen Maar in Jeremia 31 staat dat Efraim weer teruggebracht gaat worden. Hierin gaat het over de liefde van God voor Zijn volk Israël: Ik heb u lief gehad met een eeuwige liefde.
1. Beklag.
In vers 18 staat "Ik heb zeker gehoord dat Efraïm zichzelf beklaagt: U hebt mij gestraft, ik ben gestraft als een ongetemd kalf."
God de vader is aan het woord. Hij is er verheugd over het feit dat Efraim zich beklaagt. Na alle waarschuwingen, klachten en de wegvoering komt Efraim eindelijk tot inkering. Efraim krijgt door wie hij is: een ongetemd kalf dat alle kanten opgaat behalve de goede. Efraim wilde zijn eigen gang gaan en niet naar de stem van God te luisteren (zie psalm 32). Net zoals de verloren Zoon komt Efraim tot zichzelf.
2. Bede
In vers 19 staat "Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn".
Van deze tekst is al veel misbruik gemaakt. Deze vertaling is eigenlijk niet goed. In de Kings James vertaling staat "Restore me and I will return", wat "herstel mij en dan zal ik terugkeren" betekent. Deze tekst is vaak gebruikt om passief te blijven onder een oproep tot bekering. De verloren zoon staat echter (zelf) op en gaat (zelf) terug naar huis. In de Bijbel staat nergens een oproep om te bidden om bekering, maar wel een vele oproepen tot bekering. Wij moeten ons bekeren en dan geeft God ons en nieuw hart. Wij mogen dus niet afwachten, maar moeten gehoorzamen aan de oproep tot bekering tot God: zonden belijden, tot God terugkeren en tot Hem bidden. Achteraf zul je er achter komen dat God het was die je tegemoet is gekomet, zoals de Vader naar de verloren zoon toerende.
3. Belijdenis
In vers 18 staat "want U bent de HEERE, mijn God". Ook hierin een parallel te trekken met de verloren zoon die zijn Vader erkent.
4. Berouw
De bekering gaat nog dieper. De verloren zoon had ook berouw, hij is beschaamd en zegt dat hij hetniet waard is om nog Zijn zoon genoemd te worden. Efraim komt tot zelfkennis. Efraim slaat zich op de heup, dat is de droefheid naar God. Ook na je bekering word je zelfkennis groter, dan komt er meer verootmoediging vanwege je afkerigheid en zondigheid. Ook bij Paulus wordt die zelfkennis en zondenkennis steeds groter (mij de onwaardigste van alle mensen). Hierdoor worden we niet ongelukkiger of onzekerder, maar juist dankbaarder. Wie veel vergeven is, heeft veel lief. Als je er veel besef van hebt hoeveel je vergeven is, ga je Jezus meer liefhebben.
In vers 20 eindigt het weer bij de Vader zelf "Is Efraïm voor Mij niet een dierbare zoon, is hij voor Mij niet een lievelingskind?". Dat is Gods antwoord op het beklag en berouw van Efraim. Het is ongelofelijk dat zo'n dwarsligger een lievelingskind wordt genoemd. Dat kan allen maar door de Heere Jezus. Efraim wordt verlost en geadopteerd. Dat is een echte Vader, die de diepste pijn voelt als Hij Zijn Zoon straft: "Daarom is Mijn binnenste onrustig".
De laatste keer dat Efraim voorkomt in de Bijbel is in Zacharia 10 vers 7 "en zijn hart zal zich verheugen in de Heere". Juda had Efraim al afgeschreven, God noemt hem echter Zijn troetelkind.