Edit|
EditReeks Samenvatting:
In onze cultuur wordt het verschijnsel kerk en geloof al maar vreemder. Secularisatie wordt harder. Mensen die naar een kerk gaan, naar een preek luisteren, zijn vreemd. Niet te begrijpen. Raar. En in zekere zin is het waar. De Bijbel noemt het ook `vreemd`, de afstand tussen God en ons is zó groot, dat er geen verbinding kan zijn. God doet Zijn best om die afstand kleiner te maken. Hij komt naar ons toe. Wij zijn Zijn heilige schepselen, maar door de zonde aangetast en onheilig geworden. Heilig- en onheiligheid, daar is weinig perceptie meer van, ook niet in de kerk. De natuurvolken hebben daar nog alle notie van: bepaalde dingen heb je eerbied en afstand voor. In onze cultuur is de eerbied voor God verdwenen. Dan ook voor het leven, voor het mens, voor de dieren. Alles plat en ruw.
Zo niet in Jesaja 6. Daar wordt de heiligheid ten volle beleeft. En ondanks die afstand zoekt God gemeenschap. We weten niet of Jesaja in de tempel was. Waarschijnlijk wel. In alle gevoel van eerbied. De tempel predikte die twee: de heiligheid van God en ontzaggelijke nabijheid. Net als het Avondmaal: gewoon brood door een bakker gebakken en gewone wijn. Maar toch is het een zichtbaar teken van Christus die zich liet breken, en de wijn wordt een drager van de prediking.
Koning Uzzia heeft lang over Israël geregeerd. In die tijd mag Jesaja ineens een blik slaan in het hemelse Jeruzalem. De bijbel kent verschillende engelen, we hebben daar weinig inzicht in, serafim, cherubim. Serafs hebben 6 vleugels. Geen `engeltjes`. Grote doorluchtige wezens, rond de troon van God. Onafgebroken roepen zij in beurtzang. Heilig, heilig, heilig is de Heere Zeba'oth. Zo indrukwekkend is die beurtzang, de dorpels van de deuren trillen. Jesaja wordt daar plotseling deelgenoot van: Wee mij, ik verga, ik ben een man van onreine lippen. In dat glorielicht ziet hij zijn eigen nietigheid en onbekwaamheid om te leven. Doen wij ook niet met onze lippen veel kwaad? Niet alleen door verkeerde handelingen. Jesaja beseft zich dat hij zou moeten instemmen met het heilig-heilig-heilig. Maar hij kan dat niet, omdat zijn hart onrein is. Die klacht van Jesaja moet ook in ons leven worden verstaan. Petrus is gezegend met die wondere visvangst en hij roept ga uit van mij want ik ben een zondig mens. Het heilige van de Heere Jezus was plots tot hem door gedrongen. Volgende week, met het Heilig Avondmaal wordt niet gezegd: blijf maar weg. Nee: komt, proeft en smaakt dat de Heere goed is.
De seraf raakt met een gloeiende kool de lippen van Jesaja aan. Zijn onreinheid wordt verzoend: weggedaan. Heeft dat aanraken van die kool geen pijn gedaan? Ik denk het wel. Berouw doet altijd pijn, maar het is heilzaam. Berouw dat verbreekt. Pijn van vreugde, wondere vreugde.
Dan hoort Jesaja ook de Heere spreken. Wie zal Ik zenden, Jesaja biedt zich aan. Gelouterd en gereinigd mag Jesaja een instrument van de Heere zijn, maar hij wil het ook, van harte. Hij wordt gezonden om te prediken. Hij moet de zonde aanwijzen en tot bekering oproepen. Het visioen dat Jesaja ontvangt krijgt hij boven alle gelovigen, zoals Mozes de braambos ziet branden. Elisa wordt op zijn wijze geroepen op het land, losgemaakt uit zijn dagelijkse arbeid.
Deze zondag wordt wel de Drie-eenheidszondag genoemd (Trinitatis). We staan wel stil bij wie God in Zijn Drie-eenheid is. "Ik wil het zijn die uw zonden verzoend, Ik wil in u wonen en werken". U bent gedoopt in de naam van de Drie-enige God. Die Heilige God is onuitsprekelijk goed. Hij zond niet alleen Jesaja, maar Zijn Zoon en Zijn Heilige Geest die nog werkzaam is en toegang zoekt tot uw hart. En Hij legt op de lippen een lofzang die opwelt uit het hart. Dat ik uw kind mag zijn! U komt de dank en heerlijkheid toe, nu en tot in de eeuwigheid.