Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2014-02-23 10:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Cor 10:1-6 Heb 3:1-4:3 1Cor 10:1-6

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De geschiedenis van Israël, het volk van God, is heilsgeschiedenis. Een Jood leest deze geschiedenis heel anders. De historische boeken worden in de Tenach geschaard onder de profetische boeken. De geheimen uit deze boeken hebben de Joden nog niet ontdekt. Als Jezus verschijnt, dan worden deze geheimen ontdekt. Dit gebeurde bij Paulus op weg naar Damascus. De geschiedenis van Israël is vol van Christus. Daarom zegt de Heere Jezus tegen de schriftgeleerden: "onderzoekt de geschriften, want die zijn het die van Mij getuigen".

Paulus stelt ons Israël ten voorbeeld. Het feit dat wij in het verbond zijn opgenomen is niet vrijblijvend: "ik wil niet, broeders, dat u er geen weet van hebt dat onze vaderen allen onder de wolk waren en allen door de zee zijn gegaan" zegt Paulus in vers 1. Op grond van Gods belofte ging het volk Israël uit Egypte, maar de mensen kwamen in de woestijn om en bereikten het beloofde land niet. Ze zijn niet verdwaald in de woestijn, maar door God neergeslagen. In plaats van een land van melk en overvloed hebben de Israëlieten rondgezworven in de woestijn. Hoe kwam dat nu? Zij konden iet ingaan vanwege hun ongeloof, omdat zij er altijd op uit waren om kwade dingen te doen: tegen God en tegen Mozes opstaan.

Het paaslam is geslacht en hiermee ontvingen de Israëlieten het sacrament van de belofte (denk aan het heilig avondmaal). God begeleidde de Israëlieten door de Rode Zee (werden er als het ware gedoopt). Hij leidde het volk door de hand van Mozes en Aäron. Zij ontvingen manna en water in de woestijn. Dit waren allemaal bewijzen van Gods liefde en trouw aan Zijn volk. Dit alles bracht de Israëlieten niet wezenlijk tot inkeer. Daarom bleef de deur naar Kanaän dicht. Er is maar 1 sleutel die die deur kan opendoen: Christus. Die weg gaan we door te leven uit Zijn belofte en daarmee werkzaam te zijn. Abram is daar een voorbeeld van: tegen hoop op hoop geloofde hij. Abram klemde zich vast aan Gods belofte en wordt zelfs de vriend van God genoemd.

Degenen die Egypte achtergelaten hebben zijn gasten en vreemdelingen die op weg zijn naar Kanaän. Ook in de gemeente van Korinthe werden de kinderen van het verbond gezet in de klem van het verbond. Wat hebben alle weldaden voor zin als we uiteindelijk niet in de rust ingaan? Sterven voor de deuren van Kanaän is veel erger dan te sterven in Egypte. Daar moet dus juist aan gedacht worden en het moet een waarschuwing voor ons zijn. Ongehoorzame kinderen van het verbond kunnen het kindschap (en dus de erfenis) van het verbond verspelen. Hierdoor klemt het des te meer dat we in het voetspoor van Abram lopen. Toch zijn er mensen die onterecht de naam van Sions kinderen dragen. Daarom huilde de Heere Jezus over Israël en kan Jezus ook over ons huilen. God zegt zelfs: "40 jaar heb ik verdriet gehad van dit geslacht". Let erop dat Paulus vijfmaal het woord "allen" gebruikt: allen onder de wolk, allen door de Rode Zee, enz. Het lag dus niet aan God.

Alle Israëlieten kregen het manna, het brood uit de hemel. Dit is het geestelijke voedsel uit vers 3. De Heere Jezus zegt: "Ik ben het brood des levens". Israël heeft dat de boodschap van het geestelijke brood niet begrepen vanwege het ongeloof. Daarom walgden de Israëlieten van het manna en werden ze gestraft door giftige slangen. De Israëlieten verlangden terug naar het voedsel uit Egypte; de doop kan echter niet ongedaan gemaakt worden. Wie zijn doop niet verstaat, zal omkomen in de woestijn.

Het andere teken betrof het water. God zorgde voor helder water; daarin staat het beeld van Christus in getekend. Daarom noemde Paulus dit in vers 4 de geestelijk drank. Het water kwam uit de geestelijk rots: Christus (vers 4).

Het loopt niet goed af, want de Israëlieten worden uiteindelijk neergeveld in de woestijn (vers 5). Rachab, de hoer, werd wel door het geloof behouden.

Paulus gebruikt deze profetische geschiedenis om te waarschuwen dat we het zicht op Kanaän, het beloofde land, moeten houden. Israël is dus zowel een teken van Gods trouw als een teken van Gods toorn. Wij zijn niet gedoopt in de wolken en in de zee, maar in het bloed van Christus. Dat zijn geen garanties, want wij moeten ons overgeven aan Christus en Hem volgen als Middelaar van het nieuwe verbond.

Edit