Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 de afzender (Mij)
2 het adres (Mijn zoon)
3 de aansporing (geef je hart)
Er was eens een indianenhoofdman, die door God werd aangeraakt. Er moet wat gebeuren, wie is de Grote Geest? Hoe kan ik Hem tevreden stellen. Hij kwam naar voren in een zendingspost en legde een geldstuk op tafel.Wil de Grote Geest die aanvaarden. De zendeling zei: Hij heeft geld genoeg. Wat moet ik dan doen om geaccepteerd te worden? Na een week bracht hij zijn geweer. Hij werd al verdrietiger, hij bracht een duur tijgervel erbij. Die heeft God ook genoeg. Na weer een week gaf hij alles weer en gaf zichzelf er bij. Toen zei de zendeling – nu jij er zelf bij zit, nu is God blij. Het gaat God niet om het jouwe, maar om jou. Het gaat God om je hart.
Je kunt je handen laten wapperen in de kerk, zijn we blij mee. Je kunt een evangelisatietoespraak houden – deel van je tijd of geld geven. Maar God zegt: ik wil jou. Als je iemands hart hebt, heb je hem helemaal. Wat heb je aan een lichaam, als je haar hart niet hebt. De binnenkant is belangrijker. Hart: Lev, Hebreeuws. Cardia in het Grieks.
Je kunt pas zeggen ik geloof, als je ook zegt: ik geef U mijn hart. Calvijns zegel: ik bied mijn hart aan. Ik moet niet vragen om een nieuw hart, maar God vraagt mij om mijn oude hart, om dat nieuw te maken. Geef me jouw hart...
1
Salomo spreekt. Hij heeft het belang van zijn kinderen op het oog. Deze vader waarschuwt, tegen drie dingen, ga niet op in overdadig consumptiegedrag, wordt geen yolo (you ony live once), eten, drinken en vrolijk zijn. Een los-van-God-mentaliteit. Zeker in deze carnavalstijd.
En kijk uit voor vreemde vrouwen – kijk uit voor porno. Voor seksverslaving. Trijntje en wijntje gaan vaak samen. Weet je grens met alcohol, probeer niet stoer te doen en doorzakken.
Salomo zegt niet – de jeugd van tegenwoordig. Hij zoekt contact met hen. God heeft het huwelijk zo prachtig bedoeld. Kijk uit ervoor of het aardse het een en al is.
Je kunt kinderen niet om hun hart vragen als je zelf je hart niet gegeven hebt. Zo doet God het ook. Meer dan Salomo is Hij. De Heere Jezus is ook aan het woord. De hemelse Vader spreekt ook:
2
De Verbondsgod spreekt tot Zijn kinderen – gedoopte kinderen van gelovige ouders, zeg maar. Je hoort mij toe. De Vader kijkt naar de verloren zoon. Ook de oudste op het veld. Je hebt voor me gewerkt. Maar je hebt je hart ook niet gegeven. Is het niet hartverbrekend? Hij heeft Hem doodgewenst, ik ben die naam niet meer waard. Maar de vader: deze mijn zoon was dood maar hij is levend geworden!
Word je al aangesproken als 'mijn kind' – is dat alverzoening? Hij vraagt wel je hart. Er is afstand, kennelijk. Er zijn kennelijk ook verloren schapen. Verbondskinderen die afkerig zijn. Hij verlangt ernaar dat ze terugkomen. Opgegroeid in de kerk – aan wie behoort jouw hart?
De mamon vraagt er ook om – mat u niet af om rijk te worden – bezeten van een carrière. Dag en nacht ben je er mee bezig. Wat je hoofd en hart bezig houdt. Wat is het eerste waar je aan denkt, als je wakker wordt? Word ik wakker dan ben ik nog bij U, zegt David. Opgaan in hobby, wetenschap, friends, in je kinderen. Als het in de plaats van God komt... geef Mij je hart. De satan: als je je hart aan mij geeft, geef ik je gezondheid terug – het heeft geholpen hoor, dominee, ik ben van mijn hoofdpijn af. Maar geestelijk ga je achteruit. Gouden plak en een tijdje gaat het goed en het eindigt in verderf.
De Heere beveelt het niet, maar Hij smeekt het, zo moet je het Hebreews lezen.
3
Je kunt je hart maar een keer weggeven. Je krijgt ook geen tweede kans na de dood. Teken een hart met een pijl, kinderen, er onder jouw naam en welke naam zet je dan aan de andere kant?
Je kunt elke week voor je vrouw een bloemetje meenemen en haar met goud omhangen, maar als het alleen buitenkant is en ze voelt dat het niet van harte is, dan zegt ze: je mag het van me houden, ik heb liever je hart.
Uit het hart komen allerlei vuil voort, zegt de Heere Jezus. Ik heb God dus alleen slechte dingen te geven, en toch pakt Hij het aan. Spr 10:20 “[..] het hart van de goddelozen is weinig [waard].” In de prullebak ermee. Een vuile bron en toch zegt God – ik wil dat hart van jou hebben, het is niet te min om het aan te pakken en schoon te maken. Wat geweldig.
Er was een jongetje die een preek hierover hoorde. Hij wist niet precies hoe hij het moest doen. Hij tekende een groot hart op papier. Daar schreef hij allemaal stoute dingen op die hij had gedaan. Brutale mond, gelogen, rare woorden gezegd, iets gepakt wat niet mocht. Hij knipte hij het uit, en knielde. En bad, dit is mijn hart Heere, wilt U het schoonmaken. Dat is het – hij had het begrepen. De Heere wil het schoonmaken. Onder het kruis.
Waarom vraagt God dit? Hij wil het hebben – onrustig is ons hart tot het rust vindt. God heeft de eeuwigheid in ons hart gestopt. Een mens is altijd op zoek naar het paradijs en je vindt het als je het aan de Heere gegeven hebt.
Als de Heilige Geest onze ogen opent voor de schoonheid van de Heere Jezus, die lieve Zaligmaker – dan hoef ik u niet aan te sporen, dan gaat het vanzelf. Als je bedenkt hoe Hij Zijn eigen Zoon gegeven heeft – Hij heeft zijn hart geopend. Golgotha, het bloedende hart van Christus en het brekende hart van de Vader, voor mij.
Je kunt de hand/het hart van je beoogde vrouw alleen vragen als jij je hart al gegeven hebt. God wil dat hart hebben om het schoon te maken en er een vlezen hart van te maken, dan gaat het open als het op slot zit. Mijn gesloten, viezen, stenen hart. Hij komt er in wonen.
Wanneer moet je dat doen? Heden, nu je Hem hoort. God: ik ding naar de liefde van je hart, wat antwoord je erop. Ja maar, of ja Heer? Hij wacht op antwoord. Of zeg je: nee nu nog niet? Je hart doet het nog, elke keer dat ie klopt heb je nog genade tijd, er komt een moment dan houdt het op met kloppen, dan is het te laat. Geef je hart aan de Heere Jezus een dag voor je dood, en aangezien je niet weet wanneer dat is, doe het nu.
Comrie schreef het ABC van het geloof. G: Geven van je hart aan Jezus. Dat is geloof, zoals je je geld toevertrouwd aan een bank, je lichaam aan een dokter, zo je hart aan de Heere Jezus. Ik geef me aan u volkomen.
Je leven komt er dan ook achteraan. Je wilt je leven met hem delen. Je lippen, je handen. je voeten, ogen en oren, alles.
Een trapeze-artiest – leraar zei: werp je hart over de stang, dan volgt het lichaam vanzelf. Als je hart eenmaal ingewonnen is, volgt je lichaam vanzelf. Als je het andersom doet, dan is het al gauw te veel en te moeilijk en het kost te veel.
Maar waar je schat is, daar zal je hart zijn.
MIJN ZOON, GEEF MIJ UW HART
De zomernacht werd zwart,
Toen, zacht en duidlijk klonk er
Een klare stem door ‘t donker:
Mijn zoon, geef Mij uw hart!
Ik aarzelde... verward...
Was het de wind die zoefde?
En weer zei, maar bedroefder,
De stem: geef Mij uw hart!
Ik wrong mij op de grond,
Tot ik de woorden vond:
Heer, ‘t moet door U genomen!
En nog eens overviel
Die stille stem mijn ziel:
Daartoe ben Ik gekomen.
Uit: de stille tuin (1933)
Willem de Merode (1887-1939)