Edit|
EditReeks Samenvatting:
Heere, wij wilden Jezus wel zien.
1. een brandende vraag
2. een stervende Jezus
3. een rijke oogst
Als je de liefde tot de Heere Jezus niet kent, is het niet zo vreemd als je niet van de zonde los kunt komen. Als je Hem lief hebt gekregen, ging het vanaf dat moment ook anders met de zonde. Je had de zonde niet meer zo lief. Misschien gaan je gedachten nu terug naar andere tijden waarop je dicht bij de Heere Jezus leefde, maar is alles nu lauw en op een laag pitje. Misschien loop je met de vraag uit dit Bijbelgedeelte: ik zou Jezus wel willen zien. Dat is geen vanzelfsprekende vraag. Er was ook niet alle eeuwen door een antwoord op. Mozes verlangde ook om Gods heerlijkheid te zien. Dat gebeurde op het moment dat het volk het gouden kalf aanbeden had. God zei: je kunt Mij niet zien, want dan zul je sterven. Maar Mozes houdt aan en God zegt: goed, dan zal ik Mij morgen aan jou laten zien. De volgende dag staat Mozes in de spleet in de rots en God laat zich zien aan Mozes. Niet met natuurlijke ogen, maar door Zijn stem: goedertieren ben Ik, barmhartig en genadig. Vanmiddag doet God het opnieuw door het Woord. Dat is Gods gewone weg.
Ik hoop dat u Hem vanmiddag mag zien en omhelzen. Dan kan het niet anders, dan dat je mond gaat overlopen van Gods heerlijkheid. Al moet je door veel verdrukkingen heen, maar met Hem kun je er door heen.
Een brandende vraag; is het dat voor u, voor jou? Je kunt weten of dat de liefde van God in je hart is uitgestort, of je Hem hebt liefgekregen. Het was in die tijd niet vanzelfsprekend. Jezus is gekomen in de eerste plaats voor de Joden. Maar zij hebben Hem niet aangenomen. Nu, 5 dagen voor de dood van Jezus, zijn ze samengekomen om het feest te vieren van Joden en Jodengenoten. Ze hebben van Hem gehoord, de stad was er vol van. Jezus had immers Lazarus uit de doden opgewekt. Ze willen Jezus zien, vragen ze aan Filippus. Waarom wilden ze Jezus zien? Dat is niet helder, de Bijbel zwijgt erover. Maar in elk geval wilden zij, de heidenen, Jezus zien. Dat is niet vanzelfsprekend, want 4000 jaar lang draait het om Israël. Dan komt het een poosje naar ons en over een poosje keert het weer terug naar Israel.
Het is eigenlijk niet mogelijk om als heiden Jezus te zien. Jezus geeft als antwoord: ze kunnen Mij nu nog niet zien, maar straks als Ik verheerlijkt ben zullen ze Mij zien.
Er is bij God een tijd dat Hij zich ook aan de heidenen zal laten zien. Maar die tijd zou wel komen. Dat is bijzonder, want het heil was en is bestemd voor Israël. Nog steeds. Maar Hij heeft nu Zijn dienaren ook uitgezonden onderde heidenen om Jezus bekend te maken.
Jezus gaat ons duidelijk maken dat Hij als een tarwekorrel gezaaid wordt in de aarde en dat Hij daar moet sterven in de aarde. Door het sterven zal de vrucht niet alleen voor de Joden zijn maar ook voor de heidenen. Door een stervende Jezus heen is de vrucht gekomen tot de heidenen.
Opdat de kracht van het Evangelie zich zou verspreiden buiten de grenzen van Israël.
Het welbehagen zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. Deze Jezus is dood geweest en leeft, en daarvan mag u getuigen. Opdat de wereld mag zien wat het God gekost heeft om zondaren zalig te maken. Hij is gekomen om te sterven als een graankorrel in de aarde.
Dat wordt je lief. Gods gemeente getuigt dat de dood van Jezus Christus hun dood geworden is. Dat Zijn opstanding hun opstanding geworden is.
Heb je deze Jezus al gezien? Ben je zo door deze Jezus al bij Golgotha gebracht? Niet door dromen en visioenen, maar door de Heilige Geest en het Woord? Toen ze Hem gekruisigd hebben, hebben ze ook mij gekruisigd. Toen Hij begraven is, ben ik ook begraven, mijn oude mens. Jij moet sterven mijn kind, om vruchtbaar te kunnen zijn in deze wereld. Maar je hoeft niet alleen te sterven, maar samen met Hem door het geloof.
Wat moeten we met een stervende Jezus? Hij moet sterven, anders kon Hij geen vrucht voortbrengen.
Ben je gestorven met Jezus? Gal. 2: 20. Ik leef niet meer, mijn ik is gedood, God heeft afgerekend met mijn dood, en nu kan God iets met mij beginnen. Zo lang jij nog denkt dat je leeft, kan God niks met je beginnen. Met mensen die nog zoveel hebben en kunnen en moeten, kan God niks beginnen. God kan jouw ijver, ernst, en godsdienst niet gebruiken. God kan je pas gebruiken als je met Christus gestorven ben en samen met Hem bent opgestaan in een nieuw leven. Dan hoef je zelf niks meer te doen, dan alleen God in je te laten werken.
Als Christus door de Heilige Geest uit het graf is opgewekt en opgevaren naar de hemel, dan ben ik het ook. Dat is geloven. Geloven van een lijk. Bent u nog niet in het graf van Jezus geweest? Dan moet u nog zoveel doen, dan wil u nog zoveel. Maar God kan daar niks mee en is daar niet eens blij mee. Wat uit mij komt, daar kan God niet blij mee zijn. Nog een beetje beter mijn best doen, nog wat serieuzer met het Woord bezig zijn.... Maar als je dat nog steeds doet uit die levende mens, dan is het iets van jou. God kan daar niet blij mee zijn. Hij kan alleen blij zijn met het werk van Zijn Zoon. Jezus moet in mij wonen. Hoe komt die dan in mij wonen? Alleen door het geloof. Anders niet. Door Hem aan het hart te drukken.
Ben je de controle al kwijt over je eigen leven? Als je je leven al hebt leren verliezen samen met Jezus door de dood, dan heb je ook nieuw leven ontvangen dat uit God geboren is. Dan mag je ook zo wandelen op deze aarde samen met Jezus. Door de straten van Rotterdam, door je gezin, op je werk, waar dan ook. Dat is het geheim van de gemeenschap in de verbondenheid in het geloof. Dan zijn de beproevingen niet weg, maar je bent dan samen met Hem.
Ik wil die dood niet, ik wil overwinnen! Je bent overwinnaar, maar dan wel in Christus. Anders niet. Zalig, zalig, niets te wezen in je eigen oog voor God.
Misschien hebt u het moeilijk omdat u een overwinningsleven verwacht. Maar als u met Hem gestorven bent, hoeft u niets meer. Met twee ogen naar hem zien, door het geloof. Niet scheel kijken,met 1 oog naar jezelf en 1 naar Hem. Met 2 ogen naar Jezus kijken. Deze Jezus werp ik in uw schoot. U kunt met Hem door het leven, door de hel door het oordeel, door het graf. Maar wie deze Jezus niet heeft, moet daar allemaal alleen doorheen.
Als je naar jezelf kijkt kun je misselijk worden, maar als je op Hem ziet, dan kun je weer verder, dan bid je: Heere Jezus, voedt mij!
Hoe bidt u voor de stad en voor uw predikant? Terwijl u hem eigenlijk al hebt afgeschreven?
Misschien is uw brandende vraag geblust. Misschien bent u vol van die naam. Geen naam is er zoeter dan de naam van Hem die de dood wilde ingaan om mij te verlossen van de eeuwige dood. Deze Jezus, als je daar vol van raakt, dan wordt je dronken van de liefde van Christus.
Mijn Zoon, mijn dochter, Ik vraag niet om je daden maar Ik vraag om je hart. Dat hart dat van huis uit vol zonden zit. Maar toen ik Jezus ontmoette, werd dat hart vol van Hem. Heere Jezus, Maranatha, kom snel en bekleed mij met Uw woningen en dan mag ik U eeuwig beminnen.