Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2014-03-16 17:00:00 ds. A.J. Mensink (Krimpen aan den IJssel) Hosannah

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Kon 6:27 2Kon 6:24-7:2

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wat moet je nou toch ooit met zo'n Bijbelverhaal? Moeders die hun kinderen op eten....daar wil je niet eens aan denken. Help, wat moet je daarmee. Help! Dat is ook de roepstem van die vrouw, een radeloze doodskreet aan de koning Joram. Samaria is in nood, de hoofdstad van het Tienstammenrijk. Koning Benhadad heeft een poging gedaan om dit rijk aan zijn rijk toe te voegen. Hij gaat daarbij over lijken. Hij heeft gewoon de stad omsingeld en afgesloten van alle bronnen. De soldaten hoeven alleen maar te wachten tot de stad zich overgeeft. De mensen sterven in Samaria een vreselijke hongerdood. Het is al zover dat een ezelskop verkocht wordt voor de prijs van drie slaven. Hoewel onrein en niet smakelijk, geven mensen er goud voor. De situatie is nijpend. Het allerlaatste wat er maar te eten valt, wordt voor goud verkocht. Koning Joram loopt als verliezer op de stadsmuur. Machteloos tegenover de Syriers, maar ook machteloos tegenover de honger binnen de stad. Een hulpkreet van een uitgeteerde vrouw, geen geld meer voor een ezelskop, voor duivenmest. Ze heeft zelfs een afspraak gemaakt met haar buurvrouw om om beurten hun kinderen op te eten. Dan komen er allemaal raadsels boven. Vindt God dat zomaar goed? En waar zijn de vaders? En waarom is het niet andersom, en eten de kinderen de ouders niet op? Vragen, vragen... Er staat wel iets over in Deuteronomium.
Als uw volk Mijn verbond verlaat (Deut 28:53) dan kan het zo ver komen dat u uw eigen kind zult moeten eten. Dit is dus een situatie van oordeel. Het tienstammenrijk heeft zich van God vervreemd en is de beelden nagevolgd. De toorn van God openbaart zich hier duidelijk.

Deze vrouw beklaagt zich overigens niet omdat ze haar kind heeft opgegeten. Ze vraagt om recht. Wat je belooft hebt, moet je doen...Nood breekt wet, maar nood breekt, geen recht. De koning is in die dagen ook rechter, die de geschillen beslecht onder het volk. Help mij, staat er: hosanna, mijn heer koning, behoud mij, red mij, help mij, koning. Doe mij recht.

Daar hebt u ook het thema van de preek: hosanna, een roep om hulp. De vrouw doet terecht een beroep op de koning. En terecht. Je moet maar veel bidden, ik kan je niet helpen, ik ben God niet. U moet niet bij mij zijn. Je hoort daar een scheut bitterheid in doorklinken. Die bitterheid komt straks uit bij de profeet Elisa.

Ik kan me ook wel een beetje voorstellen dat Joram verbitterd is. Als je in een situatie zit waar je niet uit kan komen en mensen vragen jou om hulp, en je kan niet helpen, zou je dan niet bitter zijn? Hadden wij iets anders gezegd als wij op die muur hadden gelopen? Ik ben God toch niet......

Als teken van zijn onmacht en machteloosheid en rouw, scheurt Joram zijn kleren. Onder zijn kleren blijkt Joram een rouwkleed te dragen, een juten zak. Als teken van rouw. Met kleren kun je iets zeggen, dat zegt iets over je innerlijk. Denk aan rouwkleren. Maar je kunt er ook iets mee verbergen. Je doet soms iets fleurigs aan om iets te verbergen. Dat kan ook. Waarom draagt Joram een rouwgewaad aan onder zijn kleren? Dubbel ook. Je bent in de rouw, maar niemand mag het zien...Wilde hij het volk niet ontmoedigen door niet te laten zien dat hij zelf de moed al opgegeven heeft? Het zou ook iets anders kunnen zijn. Het lijkt wel alsof hij niet eerlijk toe wil geven dat hij een verliezer is. Van binnen zit hij in zak en as, maar hij wil dat niet laten zien aan het volk. Hij voelt ergens dat er verootmoediging nodig is, maar hij geeft zich daar niet aan over, hij wil dat voor het volk niet toegeven. Leg thuis 2Korinthe 7 er eens naast. Droefheid naar God die tot bekering leidt. Er is ook een droefheid van de wereld die niet tot bekering leidt. Twee soorten verdriet. Hoe geestelijk is ons berouw en onze boetedoening? Zit het alleen aan de buitenkant? Als het alleen aan de binnenkant zit is het ook niet goed. Dat is ook dubbel. Naar de mensen toe de schijn ophouden, maar het voor God al opgegeven hebben.

Wat zit er achter jouw bovenkleed? Achter jouw imago? Een voorbeeldig christen aan de buitenkant, maar wat zit er onder? Hou je het vol om de dingen die echt in je leven spelen er onder te houden? Als je het volhoudt, stik je er een keer in. Dan krijg je geen vrede. Wees een oprecht mens.

Joram zegt: de Heere helpt u niet. Dat klinkt als: aan God heb je ook niks. Soms bid je wel, maar krijg je ook niks. Betekent dat dat God geen Helper is? Met dat Joram zegt: God helpt u niet, komt de situatie geweldig onder spanning te staan. Dat is een regelrecht conflict met de naam van Elisa, dat betekent: Mijn God is hulp, God redt.

Nu komt de vraag wie zal helpen. Joram zegt: ik val af. De God van Israël blijft over en daar wil Joram niet van weten. Moet God mij nou helpen?Daar geloof ik niks meer van; God is juist de oorzaak van alle ellende in mijn leven. Zo lang je God de schuld geeft van je ellende verhindert dat je om Hem te hulp te roepen.
In 2 Kon 6 en 7 wordt duidelijk dat God zich bewijst als Redder in nood. U moet thuis eens door lezen in hfst. 7. Daar ligt het antwoord op de grote vraag dat God terdege helpt. Elisa zegt dat God zal helpen. Er zal weer voedsel verhandeld worden in de poort voor een normale prijs. Als God iets spreekt, dan doet Hij het ook. Dat is genade. God gedenkt in de toorn aan Zijn ontferming. Hij geeft aan een schuldig volk brood. God is een Helper. Wij geloven in de hulp van God, omdat wij geloven in de genade van God. Hij handelt nooit met ons naar onze zonden.
Joram veracht die genade en daarom zal hij er ook niet in delen. 'k Zal Hem nooit vergeten, Hem mijn Helper heten. Vertellen we elkaar in de gemeente wat God in ons leven gedaan heeft? Hoe Hij ons geholpen heeft? Dat moet je in de gemeente ook doen. Ik mag aan de Heere over laten hoe Hij helpt. Maar ik mag wel geloven dàt Hij helpt. Soms schakelt Hij mensen in, soms juist uit. Hij zorgt er altijd voor dat Hij daarvan de eer krijgt. Dat doet me denken aan de Cathechismus. Wat is uw enige troost in leven en sterven? Dat ik niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmaker Jezus Christus eigen bent. Leg je leven in handen van een God die helpt. Hij is machtig genoeg om het te doen en genadig genoeg om het te willen.

Roep dan maar vaak Hosanna, help mij! Mijn God is Jezus! Jezus is ook een helper. God kende onze nood, onze hulpeloosheid, ook ons aandeel daarin. Hij toonde dat Hij onze rampen ziet. Hij heeft hulp getoond. Dat woord Hosanna heeft vaker geklonken. Ook bij de intocht van de Heere Jezus in Jeruzalem. We belijden dat God hulp schenkt. Hij heeft Zijn kind laten sterven aan het kruis, laten slachten aan het kruis. God geeft u Zijn Zoon te eten. Wie het vlees van de Zoon des mensen eet, zal zalig worden. Dan kan het niet gauw genoeg zondag worden, volgende week Avondmaal. Gemeente, roep maar. Hosanna. Geef mij hulp. Geef mij Jezus. Die geeft Hij zonder twijfel aan ieder die gelooft. God toont mijn grootste nood te kennen, en daarom weet Hij ook raad met mijn kleinste nood. Bid dan maar niet alleen òf Hij helpt, maar ook omdàt Hij helpt. Hosanna is dan geen vraag meer, maar rotsvaste zekerheid.

Edit