Edit|
EditReeks Samenvatting:
Ik logeerde ergens met mijn moeder en werd wakker en zag helemaal niets – geen hand voor ogen. Ik kroop uit bed, voelde aan de muur en probeerde de deur te vinden. Wat vond ik dat eng, dus riep ik 'mam' – en er klonk van dicht bij, wat is er jongen? Wat een troost. De Heere Jezus zat ook in het donker, aan Golgotha 12 uur het werd het zo zwart als de nacht. Er was geen Vader of moeder in de buurt. God verliet Hem. God zelf had het licht uitgedaan. Alle boosheid van de zonde kwam op de Heere Jezus neer.
Wat een verschil met Jezus geboorte, in de nacht, maar de hemel brak open en de heerlijkheid des Heeren omscheen de herders. Het licht der wereld was reddend verschenen. Dat volk zou een groot licht zien. Maar nu gaat het licht uit. Geen natuurverschijnsel – volle maan, dan kan er geen zonsverdustering plaatsvinden (de maan staat aan de andere kant). Heel de schepping gaat in de rouw. Als er vroeger 'op het dorp' iemand stierf hingen de mensen lakens voor de ramen – donker hoort bij rouw.
Nu iedereen hem verworpen heeft, wordt Hij overgegeven aan het duister en de dood. Totale ellende. “toen ging het licht echt uit” Als iets mislukt in je leven of ze zeggen, dat je ziek bent – je raakt het zicht even kwijt. Het kan op klaarlichte dag donker worden in je leven. Geen lichtpuntje.
Toch bemoedigen wij elkaar – juist in de kerk. God is er bij. Dat is het blijde evangelie. Is er geen lichtpuntje? U bent hier toch? Die hoop die al uw leed verzacht. Een noodverlichting die de weg naar Binnen aangeeft. 's Heeren trouw is groot. Ook in het alle donkerst van de dood zal er uitkomst zijn. Zelfs al ga ik door een dal van diepe doodsduisternis – Gij zijt met mij.
Maar nu Golgotha. Wat is het daar anders. Het licht gaat echt uit. Geen lichtpuntje meer te kennen. Diepe ondoordringbare duisternis. God keert Zich af van Zijn Kind. God draait zich om, dan wordt het donker, dan ben je verloren. De hel heet in de Bijbel de buitenste duisternis. Waar God niet is.
Gods vriendelijk aangezicht – vrolijkheid en licht. De tijd van genade.
Als papa en mama heel erg kwaad op je zijn: “uit mijn ogen”, of je wordt de klas uit gestuurd. Op Golgotha wilde de Heere God Zijn eigen Kind niet meer zien. God kan geen gemeenschap hebben met de zonde. Vervloekt is een ieder die niet blijft in de wet om die te doen. Die vervloeking heeft Jezus op zich geladen. De hel is als God het volle pond van het oordeel doet neerdalen op Zijn zoon. Besef je dat – Hij voor mij? Ik kostte Hem die slagen, die smarten, en die hoon. God laat Hem daar in onder gaan.
Aan het einde van die drie uur klinkt plots een kreet van angst en ontreddering. Met krachtige stem. Waarom hebt U Mij verlaten? De Heere Jezus citeert psalmen.
David dacht dat God hem verlaten had – zo voelde het, dat kun je zelf ook hebben. Weet God er wel van? Maar je bent niet verlaten, want Hij verlaat je niet.
Voor Jezus is het echter de werkelijkheid. Misschien ervaar je niet altijd hoe erg zonde is, het maakt scheiding tussen jou en God – op Golgotha krijg je een idee. God maakt scheiding en Jezus is compleet verlaten.
Het wonder is: het overkomt Hem niet, maar hij doet het vrijwillig. Opdat wij nimmermeer verlaten zouden worden. God zal de zonde nooit meer verlaten. Wie God verlaat heeft smart op smart te wachten – “ik voel me er geen centje ongelukkiger door, dominee, of ik wel of niet naar de kerk kom”. – te vrezen, staat er, eigenlijk. Dan kom je er misschien wel achter komen, maar dan is het te laat.
Wie Hem volgt zal in de duisternis niet wandelen. Op de tijd van het avondoffer was Golgotha en op dat moment scheurt het gordijn middendoor en valt er licht op de ark. Voor zondaren ging de zon op.
God waar bent U, God uit het zicht – richt je oren en ogen dan op het kruis – Ik zal u niet verlaten zegt de HEERE, uw ontfermer. De Heere is groot en Hij is goed.
Dat God je niet verlaat, terwijl je misschien dat al 100x gedaan hebt – Hij is zo anders, Hij heeft de banden niet doorgesneden.
Als je het aan je voorbij laat gaan, dan eindig je straks in die eeuwige godverlatenheid. Maar nooit verlaten te worden – dan gaat er een licht in je leven op en ga je leven in het licht, de poorten van het heil wijd open. Ik zie een poort wijd open staan.
Iedereen maakt mee: dat de zon opgaat, maar niet meer onder: je sterfdag. Maar als je met geloof sterft, dan gaat het licht niet uit. Laat je niets wijs maken, dan gaat het licht van de eeuwigheid schijnen.
Door een nacht hoe zwart, hoe dicht, voert Hij mij naar het eeuwig licht.