Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2014-04-18 19:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Het evangelie van het gescheurde voorhangsel

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 27:51 Mat 27:45-56 Heb 10:19-23

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 het verkondigt mij verootmoediging
2 het verschaft mij vrijmoedigheid
3 het vervult mij met vreugde

De Heere deed wonderen in Zijn leven, maar na Zijn dood zijn er ook wonderen – het voorhangsel scheurt van boven naar beneden, een teken van boven, er is iets wonderlijks gebeurd. Tekenen op aarde, rotsen scheuren open, graven worden geopend, in de mensenwereld - de hoofdman zijn hart wordt geopend. En zie; toen Hij stierf. En let op, zegt de Heilige Geest, je moet goed opletten, altijd al, maar nu helemaal. Ook voor de spottende mensen bij het kruis. Let op het antwoord dat God geeft. Antwoord op Het is volbracht.

1
In het Oude Testament is de tabernakel, de tempel: voorhof, Heilige en Heilige der heiligen. Het voorhangsel – om het allerheiligste af te schermen, tussen de cherubiem troonde de Heilige God van Israël. Dat voorhangsel was kunstig geweven, allerlei kleuren, en engelen waren er ingeweven. Een
hand breed, zo dik was het. Een roe met gouden haken, daar hing het aan. Het ging een dag per jaar een beetje open, Grote Verzoendag. De heilgste man van het allerheiligste volk van het Oude Testament mocht er in met zoenbloed, van een bokje. Zeven maal voor het verzoendeksel, één keer op het verzoendeksel en dan weer achter uit. Dat is Goede Vrijdag ook. Jezus is binnen gegaan met Zijn eigen bloed.
Cherubs stonden al bij het paradijs, daar mocht je niet in. Het gordijn is dicht, een scheiding tussen de allerheiligste God en het volk, ze konden nooit echt dicht bij komen. Er staan schildwachten – je komt niet nabij. Heidenen mocht al niet eens in de voorhof komen, het volk niet in het Heilige – verootmoediging. Die scheiding was er niet in het paradijs.
Heb je wel eens bij God voor een gesloten deur gestaan – je ging een beetje zoeken en het kwartje viel, je stond er buiten, wat confronterend! Als ik niet verzoend wordt blijf ik voor altijd op afstand staan. Een deur die dicht zit. Als je dat gaat beleven, en als je dat erkent: is er een weg om weerom tot genade te komen? Hoe kom ik bij U?

2
Het spreekt van vrijmoedigheid. De mens mocht naar binnen gaan. Het negende uur, toen Jezus stierf werd het avondreukoffer gebracht, in het Heilige. Het reukofferaltaar, vlak voor het voorhangsel. Wat is die priester geschrokken! Hij zag niks – ten tijde van Jeremia was de ark al weggevoerd, geen sjechina. Het was een lege huls. Die heerlijkheid was in de Heere Jezus te vinden. Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd.
Wat is de reactie van die priester geweest, verwarring. Men zegt dat ze het zo snel mogelijk hebben dichtgenaaid. Later lezen we dat er veel priester het geloof gehoorzaam werden. Misschien is die ene priester daar wel voor gebruikt..
Betekenis:
a) een Jood zou zeggen, het is rouw – als een geliefde sterft, het scheuren van de kleren.
b) het is vervulling. Er zijn zoveel voorschriften hoe je God een beetje kon naderen, er is wat bloed gevloeid. Dat alles is vervuld in de Heere Jezus. Grote Verzoendag komt tot vervulling op Goede Vrijdag. Het komt in Hem tot een volheid. Het kleed was oud. Onbruikbaar geworden.
c) het is openbaring; God is in het Oude Testament voornamelijk verborgen, wolken en donkerheid. God komt naar buiten. Ik openbaar Mij in Mijn Zoon. Jullie komen niet naar binnen, Ik kom naar buiten. Als mensen scheuren, dan gaat het van onder naar boven. In de Johannes Passion hoor je de muziek heel snel twee octaven dalen, je hoort de scheur gaan. Niet weggeschoven, het is niet weer dicht gegaan, God scheurt het in tweeën. Hij baant Zelf die weg. Ik hoef die weg niet meer te banen, niet door mijn gebedsleven. Of wat ook. Op Grote Verzoendag mocht het volk niets doen.
Doe het werk van Christus niet te kort, je kunt het niet aanvullen.
d) genadebetoning van God. Geen bliksem die de spotters verteert, maar een gescheurd gordijn. Geen hand die schrijft. Als vijanden verzoend door de dood van Zijn Zoon. De deur gaat niet voorgoed op slot, maar open. Niets meer dat ons zal scheiden, zelf geen gordijn.
e) openstelling. De cherubs gaan opzij, open toegang. Wij mogen dankzij dat bloed komen tot Gods genadetroon. De priester zag niets, maar wij zien de Vader. Wat heerlijk als je het persoonlijk mag inleven dat het voor jou zo is. Het is gescheurd en het staat open ook voor jou. De wet ligt er in, maar kan niet meer vloeken wat het bloed, ligt er op de cherubs zien er op neer. Een genadetroon is het geworden. Kom maar kijken! Kijk naar het zoenbloed. Daardoor klaagt de wet je niet meer aan; de cherubs houden je niet meer tegen.
Lucas: het scheurde midden door. Geen klein kiertje. Dan zou ik kunnen gluren, een klein blikje, ook niet half, of tot aan de laatste draad. Alleen voor een kleine zondaar en niet een grote? De Heere doet het gelijk goed. Helemaal.
f) een uitnodiging. Heb 4: Laten wij dan met vrijmoedigheid toegaan! Vrije toegang. Een verse en levende weg. Ingewijd, zoals wij een weg officieel openen. Zodat velen er gebruik van zouden maken. Altijd duurzaam, wordt nooit oud. Het bloed van stieren en bokken ging maar een jaar mee; maar het bloed van Jezus gaat altijd mee. Welk een voorrecht dat ik door Zijn bloed altijd tot Hem mag gaan. God enkel licht, Hij heeft tot Uw troon de weg ons weer ontsloten.
De bordjes zijn verhangen, Verboden toegang is weg, toegang is vrij.

3
Is dat geen blijde boodschap – het staat open ook voor mij. Die tempel noemde de Heere Jezus het huis van mijn Vader, en de binnenste vertrekken van het huis van Vader staat open ook voor mij. Liever een dorpelwachter – nou dat is geweldig, maar Oude Testament. Hier staat, niet in de gang, maar tot in het binnenste vertrekken. Het aller intiemste plekje, daar hebben wij toegang toe.
Geen wet verbiedt mij, oneindige liefde wenkt mij. Gebedsverkeer tussen mij en Gods vaderhart. De Heere Jezus is gekomen om zonde te verzoenen maar ook om ons nabij God te brengen. Met vrijmoedigheid. Kunt u er in mee komen, hoe vreugderijk is het – met vrijmoedigheid, niet als een inbreker – word ik gepakt, of een vreemdeling – ben ik welkom? Zelfs niet als een hogepriester, dan ben je nog bang dat je sterven moet als je wat verkeerd zou doen. In de Talmoed staat: als de Hogepriester ingaat, dan krijgt hij een touw om zijn rechtervoet. Als er iets mis zou gaan, wie haalt hem dan weg? Dan konden ze hem er uit trekken. Met vreze.
Zelfs zó niet. Ik mag komen als een kind bij Vader. Dat is het evangelie. Heerlijk, rijker, voller, closer, Die cherubs kijken niet naar mij, maar alleen maar het zoenbloed.
Sommigen realiseerde zich niet hoe rijk het is, ik hoor je bidden en als je bid heb je respect en ontzag, maar je kent hem niet als Vader. Veel eerbied maar weinig intimiteit. Je kent God van uit de verte, alleen Oudtestamentisch, heb je er last van – houd die eerbied, maar dat kinderlijk vertrouwen... de taal van mijn ziel – en zeg tegen u broeder; waarom sta je nog van verre, waarom bleef je voor God als een slaaf, hij roept je in Zijn nabijheid, de liefde drijft de vrees uit en durft te spreken tot God als Vader.
Om zo nabij te wezen zo intiem. Laten we met vrijmoedigheid toegaan. Geen afstand. Wee de dominee die zegt, ja maar dat gaat zomaar niet, denk je nou echt dat je ooit bij die heilige God kan komen? – o o – je naait het voorhangsel weer dicht.. een grote belediging voor het werk van de Zoon. Wee degene die de toegang blokkeert.

g) Voor iedereen, voor de heidenen ook. Voor elke zondaar. God gunt het ons allemaal. Omdat Hij werd verstoten buiten de poort. Daarom word ik aanvaard in Hem. Kom binnen mijn kind. Mijn Zoon heeft de afwijzing ondergaan. Ik accepteer jou in Zijn naam, niemand loopt tegen een dichte deur aan. Ik mag daar dagelijks verkeren.

Als degene die op God vertrouwen in Christus. Niet meer buigen van verre; na Golgotha is het open en vrij. Kom in Mijn directe tegenwoordigheid. Als je weet wat mijn verleden is, dominee... een zwartboek. Het is vandaag de bevrijdag. Hij verzoent en Hij roept je om te wonen in Zijn huis, direct persoonlijk zonder menselijke tussenkomst, direct te gaan tot Hem.
Ik zit ook aan een touw: het anker van mijn hoop ligt vast aan het verzoendeksel. Daarin ligt het anker eeuwig vast. Kohlbrugge: ik waag het, vastgelovend, omdat het anker van mijn hoop geworpen is achter het gescheurde voorhangsel. Daar ligt mijn levensscheepje vast.

Nu mag ik toegaan tot de troon der genade, er gaat nóg een keer wat scheuren. Bij de wederkomst scheurt het voorhang van de wolken en wordt Zijn aangezicht onthuld, zullen Hem zien zoals Hij is. Als je het dan nog weigert te leven – je wil tot hem niet komen, je mag en kunt, maar wil je niet, dan zal straks de deur naar God op slot gaan, en dat is dan je eigen schuld. De deur is open.

Ik kom in Uw heiligdom binnen..

Dan kan het alleen maar eindigen in:
Lofprijs en lof komen u toe, God van het heelal.

Edit