Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2014-04-20 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Ik ben het Zelf!

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 24:39 Luc 24:36-49

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Drie gedachten:

1. Zijn vredesgroet (vs. 36 - “Vrede zij u.”)

2. Zijn vertoning (vs. 39 – “Zie Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf.”)

3. Zijn verzekering (vs. 41 – Toen zij het van blijdschap nóg niet geloofden, en zich verwonderden, zei Hij tegen hen: Hebt u hier iets te eten? … En Hij at het voor hun ogen op.)

Na Zijn opstanding is de Heere Jezus niet direct naar de hemel gegaan. Er zitten 40 dagen tussen Pasen en Hemelvaart. In die 40 dagen is de Heere Jezus druk met verschijnen aan de Zijnen. Hij openbaart Zich, zoekt ze op, als de Goede Herder, uit de verstrooiing. De Zijnen zijn verstrooid. Na drie jaar zijn hun verwachting en hoop geknapt bij de kruispaal. Jezus zoekt ze op en heeft voor elk van hen een persoonlijk woord, Hij verschijnt op verschillende tijden en plaatsen en geeft zo zijn volgelingen precies dat wat elk van hen nodig heeft. Raakt de juiste snaar. Zoekt de één vroeg op, de ander wat later.

Op die eerste Paasdag zijn er vijf verschijningen:

1. Aan Maria Magdalena in de hof: de graftuin werd een lusthof. Jezus noemt alleen maar haar naam, dat is genoeg.

2. Aan de vrouwen: “Gegroet.”

3. Aan Petrus, apart.

4. Aan de Emmaüsgangers: afhakers, de gemeenschap brokkelt uiteen. Jezus zoekt afdwalenden op. Gaat trage harten brandend maken.

5. Tien discipelen: “Vrede zij u.”

Over die vijfde verschijning gaat het hier.

“Toen zij hierover spraken…” Hierover: over de opstanding. Maria had het verhaal van haar ontmoeting met de opgestane Heere, Petrus had zijn verhaal, de Emmaüsgangers het hunne… Zij hebben Hem al gezien na Zijn opstanding, anderen nog niet. Ze zijn bijeen in een huis in Jeruzalem en hebben de deur dicht, uit angst. Maar ze praten over Jezus, over Zijn opstanding. Dat doet een mens graag als hij Jezus heeft gezien, over Hem praten! Zij wisselen hun ervaringen met de opstanding van de Heere Jezus uit. Maar: praten is niet genoeg. Als Hij er Zelf niet is…

Toen stond Hij Zelf in hun midden. Niet kwám, stónd. Hij wás er eigenlijk al, ter plekke, in hun midden. Hij is de spil, het middelpunt. Aan het kruis was Hij in het midden, hangend. Hier staat Hij in hun midden en in de hemel zit Hij te midden van hen die Hem liefhebben. Ook in de gemeente IS Hij, waar twee of drie in Zijn Naam bij elkaar zijn. Hij sprak: “Vrede. Sjaloom.” De Levensvorst is de Vredevorst.



Opmerkelijk is, dat Hij gezegd had dat Hij hun ontmoeten zou in Galilea. Maar Hij bezoekt hen hier al, in Jeruzalem… Hij is er nog eerder dan afgesproken, Hij doet nog meer dan Hij belooft! Jezus verwijt hen niet dat ze hun beloften verbraken. “Vrede.” Een groet voor weglopers.

“Zie aan Mijn handen en Mijn voeten dat Ik het bén” Hij neemt hun angst weg. Jezus is geen figuur van vroeger, Hij ís, “Ik bén”.

Zijn handen zijn herkenbaar, aan de binnen- en aan de buitenkant. Zij dragen de sporen van het kruis, kostbare littekens, bewijzen van Zijn liefde. Hij wil zeggen: “Vergeet met Pasen nooit Goede Vrijdag! Denk eraan dat de straf om de vrede te bewerken op Mij was. De littekens in Zijn handen: herkennings- en herinneringstekens. Wonden, ook de onze, hebben waarde, kijkend naar Hem. Wij sloegen Zijn wonden, maar zij hebben mij ook weer gered. Jezus kan bij ons het best binnenkomen op een zwakke plek, een zere plek, een wond. Bij Hem zijn ze het bewijs van Zijn liefde. Hij verbergt ze niet. Hij zal er ook mee terugkomen! Herkenningstekens!

Wij leven in een bodycultuur. Alles moet mooi en gaaf zijn. Zal straks alles zó, op die manier, perfect zijn. Nee, van verminking zullen straks nog de littekens te zien zijn. Eretekenen voor degenen die om Zijn Naam zijn verminkt. Gods denken over volmaaktheid is anders als ons denken over perfectie.

Met Zijn handen zegt Jezus: “Ik ben nog Dezelfde, in opzoekende , vertroostende, vergevende liefde. Met Mijn voeten die zoeken en Mijn handen die aanraken, zegenen.

Hij is op de drempel, komt tegemoet. Geen vreemde, geen spook, zij zien HEM. Een Mens. Herkenbaar. Ik ben het Zelf. Geruststellend.



Ze kunnen het van blijdschap niet geloven. Het is meer dan ze durfden dromen. (’t Scheen mij een blijde droom te zijn.) Mijn hart is te klein voor Uw genade. Het gaat van angst, via turbulentie, verontrusting, naar blijdschap: Jezus gaat het laatste restje twijfel wegnemen. “Kijk maar!” Hij zal het stralend hebben gezegd. “Ik ben het”- Hij zegt het, Hij toont hun zijn handen en zijn voeten en ten slotte vraagt hij om iets te eten. Om de laatste ‘ja maars’ weg te nemen. Om te overtuigen. Een honingraat. Hooglied 5:1 – Ik heb mijn honingraat met mijn honing gegeten. Spijze ging uit naar de Eter en zoetigheid ging uit tot de Sterke. Rara? Hier eet de Bruid van Zijn honingraat.

Vaak ontstaan verontrustende (turbulente) gedachten in ons hoofd, door vergissingen over wie Jezus is! Wij denken. Ons denken heeft correctie nodig, door Jezus Zelf.

De discipelen willen het wel, maar kunnen het niet geloven. Zit het vast op verstand of onwil?!

Hier wordt een toevluchtnemend geloof een verzekerd geloof. Nu weet ik het: Hij is geen geest, geen sprookje. Daar geeft toch niemand zijn leven voor, zoals al zovele volgelingen voor Hem hebben gedaan? Hij leeft! Dat is de enig mogelijke conclusie. Hij is de Overwinnaar, over dood en graf, over angst, bedenkingen en ongeloof. ‘Ik ben het. Ik ben het die u troost. Ik ben Uw heil alleen.”

Edit