Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2001-10-21 17:00:00 ds. D.M. van de Linden (Rotterdam-Hillegersberg)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
joh 4:50b jes 55:1-13 joh 4:43-54 2001-10-21.1711a.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2001-10-21.1711b.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.2Mb)
2001-10-21.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.2Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Sommige mensen hebben moeite met de wonder-geschiedenissen uit de Bijbel. Als kind heben ze niet aan getwijfeld, maar nu kunnen ze er moeilijk mee uit de voeten. Verstandelijke moeite. Wonderen zijn in strijd met de wetten van de natuur. Dus wonderen zijn niet gebeurt, want het kan niet. Dat is toch een overschatting van ons verstand. Maar er is ook een andere moeite: Als God kennelijk wonderen kan doen, waarom greep God dan niet in in Auschwitz. En als Christenen doden opwekt, waarom liet Hij dan dat meisje met een hersen tumor sterven? Kunt u zich dat voorstellen, heeft u daar begrip voor? Ik wel. De ervaring van de mensen is toch "Nooit gebeurt er een wonder". Waarom wordt de een genezen en de ander niet.
Sommige menen dat het letterlijk nemen van wonderen het geloof eerder beperkt, vanwege de onrechtvaardigheid. De vrijmacht van God, maar hoe zit dat nu? Sommigen zeggen: als je ècht gelooft gebeuren er wonderen, en als je twijfelt blijven ze uit. Ook Jezus legt de nadruk op het geloof van de hoofdman? Deze opvatting is niet alleen eenzijdig, maar ook onbarmhartig. Oprechte mensen bidden om genezing die soms niet komt.
De Here Jezus is terughoudend in het doen van wonderen. In Bethesda wordt één zieke genezen, het hele ziekenhuis wordt niet gesloten. Ook bij genezingen gebeurt het achteraf en wil de Here niet dat er 'reklame' voor wordt gemaakt. De Here zegt vol verontwaardiging: jullie geloven niet tenzij je wonderen ziet. Dan zijn er dus voortdurend tekenen en wonderen nodig om het geloof gaande te houden. Er moet dus een bijzondere aanleiding voor zijn. Een bijzondere gebeurtenis.
Johannes ziet geloven in dezelfde orde als liefhebben. Als een vrouw twijfelt aan de liefde van haar man, kan niets wat hij doet haar overtuigen. Het is gebaseerd op vertrouwn. Zo is ook geloven God vertrouwen, niet gebaseerd op overwegingen.
De mensen dringen zch om Jezus heen, want ze verwachten weer spectaculaire dingen. Dan komt een man aan uit Dorp van de Troost (Kfar Nahum, Capernaum). Een koninklijk persoon, beambte aan het hof. Gevorderd op de maatschappelijke ladder. Welvaartkan tot zelfgenoegzaamheid leiden. De psalmist zegt al: "In mijn voerspoed zei ik, Ik zal niet wankelen".
De man heeft gehoord van de Here Jezus. Al die verhalen gingen vooralsnog langs hem heen. Ik heb alles wat mijn hart begeert. Maar er is een barst in dat leven gekomen: zijn zoon is ernstig ziek. Ouders zijn het kwetsbaarst in hun kinderen. De grootste vreugde en het grootste verdriet.
Zijn kind is ernstig ziek. Het riante leven aan het hof is betrekkelijk geworden. Hij is naar Kana toegekomen. Een en al vraag. Eigenlijk een voor de hand liggende optie: Misschien kan Jezus wat doen.
De reactie van de Here Jezus is in eerste instantie wat scherp. Hij richt zich tot de schare over zijn hoofd, die sensatie (of emotie) zocht. Zulk geloof is gevaarlijk. Geloof heeft wel de eraving als 'toegift', er kunnen ook bijzondere dingen gebeuren, en soms zie je God ingrijpen; maar als het geloof alleen op de ervaring berust is dat gevaarlijk.
De Here gaat niet met hem mee. Een spannend moment. De man houdt vast. Maar het gaat Jezus om meer dan de genezing van de zoon. De man moet nl. leren dat hij het moet doen met het 'woord' alleen. En hij gaat, op Jezus' woord 'uw zoon leeft'. Hij kan dat niet zien, niet voelen. Hij krijgt geen recept mee, geen teken, alleen het woord van Jezus. En de mens geloofde het woord.
Hij moet de lange weg gaan in het vertrouwen dat het woord van Christus niet hol is. Op deze manier staat hij in de lijn van Noach, hij timmerde op het woord van God, of zijn leven er van af hing. Abram zag ook niets - hij gaat op het woord, terwijl Saraï onvruchtbaar was. De netten worden aan de andere zijde van de boot uitgeworpenop het woord van Jezus.
Reken maar dat de satan mee op het zadel zat op de reis terug. Pas maar op, dadelijk is hij toch overleden, straks krijg je het vreselijke bericht. Maar de Heere God bevestigt het geloof van de man - de bedienden komen hem al tegemoet met het *goede* nieuws.
Hij geloofde. Een voortdurende zaak, niet 'hij werd gelovig' als in de nieuwe vertaling. Johannes gebruikt nergens geloof als zelfstandignaamwoord, alleen als werkwoord. Hij geloofde en zijn hele huis - zijn geloof heeft nog een uitwerking ook.
Vanmiddag komt Christus naar ons toe en zegt: de werkelijkheid staat in regelrecht kontrast met wat ik zeg. Maar we gaan niet de vernieling, maar de vernieuwing tegemoet. Hoe lang zal de gemeente er nog wezen. De ontwikkelingen lijken angstig, maar Christus zegt: de poorten van de hel zullen de gemeente niet overwinnen.
Er zijn vast mensen die op grond van wat ze zien en ervaren zeggen, er kan geen vergeving zijn voor mij. Christus zegt: wis en waarachtig wel. Botsende werkelijkheden.
Is de gemeente een gemeenschap van mensen die het geweldig met elkaar getroffen hebben? Welnee - maar met hun God. Steek elkaar eens een hart onder de riem, 'leg je hand er maar op, houdt het er maar op. Op God kun je aan, dat weet je toch?' Op je eentje kun je niet geloven. Geloof is niet individualistisch.
Sommigen denkenL waarom voor de een wel een wonder en voor de ander niet? Als er een kras in uw leven zit gaat u er toch mee tot Christus? Hij helpt u er misschien niet onmiddellijk van af, maar Hij leert ons wel om aan Zijn hand voort te gaan.
In het concentratiekamp schreef iemand: ik geloof in God ook als ik niet veel van hem merk. Corrie ten Boom schreef: God was goed in voorspoed, maar ook toen ik mijn zus Betsie zag sterven voor mij in Ravensbruck.
Jezus zei: ga heen. Gehoorzaam daaraan, bleek thuis de werkelijkheid zoals Christus die gezegd had.
Niet zien en toch geloven.

Edit