Edit|
EditReeks Samenvatting:
Paulus gaat voor het eerst op zendingsreis in Hand 13. Het evangelie wordt gehoord. `Van nu aan zult gij Hem zien komen`, zegt de Heere Jezus over zichzelf vóór Pilatus. We zien het nog niet, maar het is wel hoorbaar. De Heere Jezus is bezig te komen in [jo]uw hart. Hij wil ons tot Zijn bruid maken. De verkondiging maar ook de reactie erop, zien we.
De discipelen vastten en baden, de Heilige Geest laat weten dat Saulus en Barnabas moeten worden uitgezonden, vanuit de gemeente. Naar Cyprus. Ze verkondigen de Heere Jezus in de synagoge. De Johannes in vers 5 is Johannes Marcus, ons ook bekend onder de naam Marcus alleen, de evangelist.
Pafos is een belangrijke plaats. Er stond een tempel voor Venus, waar tempelprostitutie was. En ook was er een occulte kracht, Elymas de tovenaar. Duidelijk parallellen met onze tijd. We moeten ons wapenen tegen deze zaken. Elymas (Bar-Jezus) is raadgever van de stadhouder Sergius Paulus. Deze wil het woord van God te horen. Dat is op zich een zegen, ook als wij zó in het huis van God gekomen zijn. Om God zelf te ontmoeten in de prediking. Hij wil komen met Zijn Zoon en verdrijven alle verslavingen. Zo bezet(en) als Elymas ook was met een occulte kracht. Ook vandaag speelt dat, het is geen spelletje, occulte house parties, horoscopen; de macht van de duivel komt naar ons toe, je wordt er slaaf van op den duur. Onze toekomst halen we uit de Schrift. De weg is dat Hij een God is die ons wil bevrijden. Elymas geeft zich uit als profeet; Jood, dus hij kent de Schriften. Sergius zal verkondigd zijn, dat hij goed zijn best moest doen.
Bar-Jezus is 'zoon van Jezus'. Wij heten ook christen te zijn, dus deelgenoot aan Christus. Hoe zijn wij dat? Hoe is ons gedrag - belijden wij zijn Naam daarmee? Elymas is 'ingewijde' (in het occulte).
Paulus komt bij de stadhouder en hij verkondigt Jezus Christus en die gekruisigd. De stadhouder is vol aandacht. Elymas probeert hem daarvan af te houden. De satan zal altijd onze aandacht van het evangelie trachten af te leiden. Niet Jezus Christus te laten ontmoeten. Als we niet opletten laten we de zaligheid aan ons voorbij gaan. We kiezen opnieuw voor de dood, en dus de tweede dood. Geef me je hart, zegt Jezus. Elymas hoort het woord van God ook verkondigen. Maar hij is onwillig, misschien ook wel om zijn inkomstenbron te beschermen. Paulus richt zich naar hem, en wordt scherp. Maar het is nog steeds het evangelie. Als God niet meer met ons van doen wil hebben, dan horen we niets meer. De Heere wil ook deze man behouden. De Heilige Geest confronteert hem met de waarheid in vers 10. Ook ons kan de Heilige Geest hard aanpakken; maar ons behoud staat Hem voor ogen.
Elymas wil de stadhouder voor zijn waarheid winnen. Een richtingenstrijd is rampzalig. Het gaat om maar één richting, naar Jezus toe. Het is het aller eenvoudigste en moeilijkste wat er is. Je hoeft er niets voor mee te nemen, maar je moet er ook niets bij meenemen. Voor God zijn we allemaal gezakt, zonder `her`. Niemand zoekt God uit zichzelf. Maar God heeft Zijn Zoon gegeven, Die zei: laat Mij dat examen maken. En Hij is `geslaagd`. Hij deelt je een diploma uit met *jouw* naam erop. En daar heb je wat aan ook na dit leven.
Paulus zegt dat hij een tijdlang blind zal zijn: de weg die jij kiest is de weg van de duisternis. Een `zichtbaar` teken. Wat een genade als we ons bekeren zullen. Mogen we zelf gaan zoals de stadhouder?
Waarom is hij tot geloof komen? Niet om tekenen, want die deed Elymas regelmatig. Maar hij is verslagen vanwege de leer des Heeren! Het ging hem om het woord van God. Jezus Christus komt naar u toe, heel concreet. En Hij biedt u en jou dat diploma aan, al heb je fraude gepleegd, gediskwalificeerd. Niemand is sterker dan wie verslagen ligt aan de voeten van Christus. De genade wordt u voorgehouden. Geef Mij je hart, vraagt Hij. Niemand die Hem vertrouwt is bedrogen uitgekomen. Het is God die komt door de Heere Jezus, het is God die het u bewees.