Edit|
EditReeks Samenvatting:
Inleiding
Wat een machtig perspectief in de droom die Nebukadnezar kreeg in hoofdstuk 2. De vraag in hfd. 3 is hoe Gods volk het nu heeft. Dag geldt voor de Joden, Israël, christenen. Zolang de Messias nog niet gekomen is, moeten ze lijden. We zien ook geestelijke strijd en machten: de goden van Babel en de God van Israël. Daniel wordt wel genoemd de profeet van het rijk van God.
We kijken naar de letterlijke uitleg, naar de profetische betekenis en een persoonlijke toepassing voor onszelf.
Voor het vuur
Bij opgravingen is er in het dal een kolossaal beeld gevonden. Een beeld helemaal van goud met het gezicht van Nebukadnezar. Dat moet een imposant gezicht zijn geweest. Blijkbaar heeft de droom van hfd. 2 toch niet veel nagelaten. Ben je ook wel eens onder de indruk van iets, een preek, een gebeurtenis in je leven, maar het is maar voor even?
Het beeld was 60 el. Hoe lang was Goliath? 6 el, het beest in Openbaring 666. Zes is et niet perfect, net niet zeven, net niet God. Dat gaat nog een keer komen, als je 666 niet op je voorhoofd hebt. Het zal zich straks in het groot herhalen: Daniel is een profetisch boek.
Er komt muziek, een sfeer erbij. Een keer buigen is toch niet zo erg? Maar je moet. Bij God is er geen moeten, het is liefdedienst. Stel je voor, eerst in hfd. 1 de voedselproef en nu de vuurproef. Het waren heel jonge mannen, ze zoeken geen compromis, leiden geen dubbelleven omdat ze God vrezen en trouw willen zijn. Een glimlach van God is meer waard dan een slecht geweten.
Dood aan de Joden, daarna dood aan de Christenen. Wie is de god die jullie uit mijn hand kan verlossen? Hier zie je de geestelijke strijd. Jullie zijn in mijn hand. Ik heb jullie laten deporteren, wat kan jullie god beginnen. Hier gaat het om Gods eer, Hijzelf gaat het opnemen. Wie kan ons verlossen? Onze God is machtig om ons te bewaren. En als Hij dat niet doet, zullen we toch niet buigen. Als Hij het niet doet, wat dan? Da heb ik een probleem, dan hebben we verloren. Nee, dan zelfs blijven we op Hem vertrouwen. Er blijven vraagtekens, ziektes maar HIJ BLIJFT TE VERTROUWEN. Dat schittert hier!
Dat gouden beeld schittert in de zon maar het goud van Gods genade schittert nog meer. Wij hebben een omdat geloof. Waarom geloof je in God? Omdat Hij een baan geeft, mijn ouders me dat hebben geleerd enz. Deze jongeren hebben een ondanks geloof. Om wie God is, een Habakuk geloof, een Luther geloof en dat van orthodoxe joden in de gaskamers.
In het vuur
Dan wordt de oven nog wat heter gemaakt, het was een soort trechter. Je zou het toch op YouTube kunnen zien. Dat mensen toekijken hoe iemand aan zijn einde komt, is ziekelijk. Wat een bang ogenblik. Een oudvader zei eens: Voor de oven is het heter dan erin. Maar ze hadden het ervoor over, want ze hadden de liefde tot God.
Nu een raadsel: waarom verhindert God het niet dat ze in de oven worden geworpen? Hij kan het toch laten regenen? Sommigen worden bewaard, anderen komen erdoor maar er is ook een groep die wel verbrandt. Psalm 22, waarom? En toch, het volk Israël leeft nog steeds. God waakt, dat geldt ook voor Christenen. Polycarpus zei: dat vuur brandt maar even. Vrees Hem die je ziel en lichaam in de hel kan werpen.
Wat ziet Nebukadnezar? Ik zie ze leven, lopen, wandelen, ik zie er vier! God is machtig, maar als je er toch doorheen moet in het heetst van de strijd, dan laat Hij je niet in de steek. Dat is puur evangelie. Hij is erbij! Door het water, vuur, storm of een dal, HIJ IS ERBIJ, IMMANUEL! Belofte van Jesaja 43:2, Psalm 23.
Op de zondagsbrief staat een plaatje van een brandende braambos, het beeld van het lijden van Israël, maar God was erin. Zo dichtbij dat het het paradijs lijkt: wandelen met God. Waar Jezus erbij is, daar is het feest. Feest in de oven? Jawel. Zijn tegenwoordigheid aan de tafel, in de hemel, in de woestijn, in jouw moeilijke omstandigheden.
Ik heb wat meegenomen: Het gebed van Azarja, een apocrief boekje. Wat hebben ze daar gedaan in die oven? God geloofd, gebeden en gezongen. U alleen u loven wij. De engel van de Heer schiep een klimaat als van een koel briesje.
Wat is het verschil tussen Jezus en een martelaar? Jezus was verlaten, Hij was alleen. Het was de vuuroven van loutering, niet de vuuroven van Gods toorn. Nebukadnezar wilde ze door het vuur straffen maar God gebruikt het als loutering. Het vormt je en je komt er beter uit. Je verliest er dingen die je toch maar hinderen. Juist daar openbaart de Heere zich in Zijn wonderbare genade. Je wordt meer vreemdeling, meer verlangend naar zijn komst. En je weet dat niets je zal scheiden van Zijn liefde.
Na het vuur
Hoe loopt het af? Kom er alledrie maar uit. (En die vierde dan?) Ze worden geïnspecteerd. Nee, niks te zien of te ruiken. Niemand heeft meer erg in het beeld, iedereen kijkt naar het werk van God. Niet te geloven, Nebukadnezar gaat zelfs zingen over de God van Israël, de allerhoogste God. Ook komt er een wet: die tegen de smalende godslastering. Maar er zit een valse toon in het lied, want het afgodsbeeld blijft staan. Nebukadnezar zegt niet: die God is mijn God. Hij is wel hardleers. Maar het lijden van Gods kinderen laat wel de heidenen verbaasd staan. Het eindigt met vers 29: Er is geen God die zo verlossen kan. Getuig er maar van! Er is niemand zoals U. Gij zijt God, ja Gij alleen!