Als een kind een waarschuwing krijgt, heeft dit vaak het karakter van "als je dit of dat niet doet, dan ...". Je kunt gehoorzamen, maar als je dat niet doet dan zijn er de consequenties. Dat was bij Farao ook het geval. In Daniël 4 geldt dit ook: de hoogmoedige koning Nebukadnezar en de barmhartige God. God heeft een hekel aan hoogmoedige mensen, maar de nederigen geeft Hij genade. Het bijzondere van deze geschiedenis is dat Nebukadnezar uiteindelijk zich vernedert en God de eer geeft.
Nebukadnezar heeft dit hoofdstuk zelf geschreven: hij beschrijft wat hem is overkomen.
1. Nebukadnezar als boom
Hij leefde zorgeloos en was de machtigste man van de toenmalige wereld. Dit wordt verbeeld door de grote boom: iedereen kon zijn grote macht zien. Op een gegeven moment ziet Nebukadnezar iets engs. Een wachter (engel) zegt: hak die boom om, maar laat de wortels zitten. Voor een periode van zeven jaar wordt hij geketend met een ijzeren en bronzen band.
Niemand kan de droom uitleggen, behalve (de God van) Daniël. Als Daniël de droom hoort is hij verbijsterd, waardoor hij een uur stil is. Dan geeft hij de uitleg: u wordt van een machtige boom een beest. De boodschap wordt niet afgezwakt. Het is echter geen definitief oordeel, want het zal duren totdat Nebukadnezar God de eer gaat geven. Daniël doet een persoonlijke oproep tot bekering: breek met uw zonden en betracht gerechtigheid aan de ellendigen (vers 27).
Opvoeding en catechese is erop gericht om God te dienen en vrucht te dragen. Als dat niet het geval is kan er de bijl ingezet worden: er komt een moment dat het echt is afgelopen.
Daniël doet een beroep op de koning om zijn naaste lief te hebben en gerechtigheid te doen (de tweede tafel van de wet). Aan ons gedrag richting onze medemensen moet blijken of we God wel echt dienen.
2. Nebukadnezar als een beest
God is lankmoedig, want pas na twaalf maanden wordt de straf uitgevoerd (vers 29). Wellicht is in die periode koning Nebukadnezar onder de indruk geweest en beter met zijn onderdanen omgegaan. Naar van loop van tijd kan dit, die indruk, ook weer wegebben. Op het moment dat Nebukadnezar zich zo hoogmoedig gedraagt (vers 30: Is dit niet het grote Babel dat ik gebouwd heb"), gaat hij over de rode lijn heen. Hij geeft God niet de eer, maar zichzelf. Hij komt niet verder dan "Ik". Eigenlijk is dit het omgedraaide "Onze Vader".
Hoogmoed zit in ons aller hart. Denk aan Adam en Eva: als God willen wezen. De satan was de mooiste engel, maar wilde toch als God zijn. Petrus dacht dat hij beter was dan de andere discipelen. Ambtsdragers lopen ook het gevaar om na een lange zittingsduur aan macht te willen vasthouden. In de kerkgeschiedenis zijn veel conflicten veroorzaakt door kopstukken in plaats van door leerstukken.
Nebukadnezar gaat als een beest leven. Luther zegt dat veel mensen kuddedieren zijn die overal achteraan lopen. Door hoogmoed verlaag je je tot het niveau van een beest. De Heere Jezus was zo anders: Hij heeft Zich vernederd om te dienen. "Leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart."
3. Nebukadnezar als belijder
Zeven jaar kijkt Nebukadnezar naar beneden, maar daarna gaat hij omhoog kijken. Dan gaat hij God groot maken. Als christin (in de Christinnereis van Bunyan) komt in de kamer van uitlegger ziet ze een man die bezig is om met een hark stofjes en stro bij elkaar te vegen. Een engel staat boven hem met een gouden kroon klaar, maar deze wordt niet opgemerkt. We bedenken dan niet de dingen die boven zijn, maar op de aarde zijn. Wij moeten dus naar boven kijken, in plaats van alleen naar beneden.
Het eerste dat koning Nebukadnezar doet is God belijden en loven. Het gaat dan niet meer over "ik", maar over "Zijn". God geeft Nebukadnezar het koningsschap weer terug, zelf tot uitzonderlijke grootheid (vers 36). Nebukadnezar krijg een herkansing van God. De bedoeling van het kerkelijk werk is dat we een God lover worden. We moeten daarvoor bewaard worden voor hoogmoed. We kunnen onze hoogmoed kwijtraken bij het kruis.
Wat een mooi getuigenis van een heidens koning die zich tot God bekeert. De nederige geeft Hij genade.