Edit|
EditReeks Samenvatting:
Vandaag is het de zogenaamde Israëlzondag. Vandaar deze tekstkeuze. Ons oog richten op het Jeruzalem dat boven is en dan het vleselijke Israël meenemen. Paulus spreekt daar nadrukkelijk over. Het nieuwe Jeruzalem dreigde uit het zicht te raken en daarom stelt Paulus het aan de orde. Ze dreigden de vrijheid die ze in Chrustus hadden kwijt te raken. Het Jeruzalem dat boven is, dat is vrij, zegt Paulus. Dat hadden ze kunnen weten, want ze waren van Boven geboren, wedergeboren. Daarom noemt Paulus dat ook de moeder van ons allen. Evenals het aardse Jeruzalem heeft dit hemelse Jeruzalem kinderen. Die twee moeders hebben allebei kinderen, maar ze staan niet op1 lijn. Ze verschillen hemelsbreed van elkaar. Zoals Sarah en Hagar verschillen, zo verschillen hun kinderen ook. Als jouw moeder een slavin is, ben jij ook in slavernij geboren. Wie is onze moeder?
Komen wij toch vanuit dat aardse Jeruzalem, uit de slavernij? Of hebben wij in alle strijd en aanvechting leren rusten op de beloften van God? Daar gaat het om in ons leven. Zijn we vrij of gebonden? Gebonden in jezelf, je godsdienst, of je activiteiten? Of vrij in Christus? Niemand zal de relevantie van die vraag ontkennen. Slavenkinderen worden uitgesloten, vrije kinderen zijn vrij. De mens die alleen uit de belofte leeft, stamt geestelijk van Sarah af. De mens die met de wet in de hand op weg wil gaan naar de erfenis, die die weg als heilsweg bewandelt, die moet je rekenen tot het geslacht van Hagar. Je bent kind van Sara of Hagar. Ik hoop dat u me goed begrijpt, maar je bent geestelijk Jood of Arabier.
Wat is de achtergrond van deze brief aan de Galaten? Op de eerste zendingsreis van Paulus zijn de Galaten met het Evangelie in aanraking gekomen en het werd een boodschap van bevrijding voor hen toen zij vrede vonden in het bloed van Christus. Ze zijn door het geloof in Christus verlost van hun gebondenheid en hun leven zonder God en zonder hoop. Van slaven in de zonde werden ze aangenomen tot vrije kinderen van God. Daar hadden ze niet naar gevraagd en niet naar gezocht. Niets van hen kwam erbij aan te pas. Het was enkel Gods verkiezende genade, waardoor ze mochten staan en leven in de vrijheid en de blijdschap van het kindschap van God. Dat is echter altijd een aangevochten leven, dat blijkt. Ze kregen bezoek van Joodse christenen die zich strikt aan de Joodse wetten hieden. Daar had Paulus geen bezwaar tegen, want het waren Joden. Waar hij wel bezwaar tegen had, was dat deze Joodse christenen hun levenswijze ook aan de Galaten wilden opleggen en zo van hun vrijheid beroofd werden. Ze kwamen terecht in een situatie waar de belofte van het Evangelie werd ingeruild voor de eisen van de Wet.
Dat is het grootste gevaar dat ons als christenen bedreigd, de geest van wetticisme. Ook al leven wij onder het evangelie van vrije genade. Paulus herkent dit gevaar omdat hij zelf ook geprobeerd heeft het zelf met God in orde te maken. Hij heeft geleerd hoe dodelijk het is om het zelf op te willen knappen. Die christenen uit de Galatenbrief werden door de Joodse christenen in verwarring gebracht. Moesten zij de Joodse feestdagen gaan houden? Moesten ze zich laten besnijden? Ze hadden eigenlijk geen bezwaar, ze hadden er wel oren naar. Er ging zuigkracht vanuit. Zelfs Petrus staat op omdat er christenen uit de heidenen binnen kwamen, terwijl hij met joodse christenen aan tafel zat. Paulus bestraft hem daarop. Paulus komt in fel verzet.
Wie heeft u betoverd, dat je zo snel dat spoor van Christus kwijtraakt? Begrijp je niet dat je daarmee het werk van Christus onderuit haalt? Als mijn werken gewicht in de schaal leggen, dan is het werk van Christus niet meer nodig.
Dan wordt het geen zaak meer van genade maar van verdienen. Dan is het niet meer het voorrecht van een kind, maar de prestatie van een knecht. Dan is het verbond krachteloos geworden. Al zou er een engel uit de hemel een ander evangelie verkondigen dan dat ik u verkondigd hebt, dan is die vervloekt! Ik zou het hem niet durven nazeggen... Maar liefde staat op wacht, camoufleert niet, verdoezelt niet. Liefde staat op wacht, bij de zaligheid van de mensen. Het evangelie wordt van zijn kracht beroofd voor een evangelie dat geen evangelie is! Want dat is een voorwaardelijk evangelie. Wettisch, dan komt de mens centraal te staan. Maar de mens staat onder de vloek. Zo hij niet de vrijheid in Christus heeft gevonden. Paulus spreekt de mensen niet naar de mond, maar wel naar het hart. Wie weet heeft van genade, weet dat het evangelie van Christus tegen alles van de mens indruist?
Goddelozen die zalig worden zonder de werken van de wet.....
Het gaat niet over wie uw vader is, maar wie uw moeder is... Verbaasd roept Paulus het uit: u wilt de Joodse wet gaan houden, maar dan moet je alles lezen wat in die wet staat... Ook het verschil tussen Sarah en Hagar. Dat geldt nog. In Israël geldt dat wie uit een Joodse moeder geboren is, een Jood is. Als uw moeder niet Joods is, maar je vader wel, dan ben je geen Jood. Als je moeder Jood is, ben je Jood.
Door eigen schuld kwam erin het gezin van Abraham strijd. God veroorzaakte dat niet, dat had Abraham zelf veroorzaakt. Hij had God een handje willen helpen. Hij wilde niet wachten op de vervulling van God. Hij dacht met hulp van Hagar de belofte van God te kunnen vervullen. De geboorte van Ismaël was vrucht van menselijke berekening. Geen kind van Gods beloften, zoals Izak dat was. Hij was het kind dat op bovennatuurlijke wijzen geboren was, uit de geest geboren, uit een verstorven moederschoot nota bene. Zo werd Izak geboren, in de weg van het wonder. Niet door menselijke berekenin, maar door Gods weg. Zo laat God van te voren zien dat God al ons eigen werk uitsluit. Haal ze uit elkaar, zegt God. Ze zijn allebei kinderen, maar de erfenis komt alleen Israël toe. Ismaël wordt weliswaar uiterlijk gezegend, maar toch met lege handen weggestuurd. Als kind van Abraham kun je dus buiten het verbond vallen. God laat daarin zien de heilsgeschiedenis van Israël en met hen de weg van de gemeente. Gods belofte en ons eigen werk staan elkaar in de weg en moeten uit elkaar gehaald worden zoals Izak en Ismael. Dat is de beproeving van het geloof, om het alleen van God te verwachten.
Izak wordt geboren door Gods gratie, hij heeft alleen daaraan zijn bestaan te dannken. Paulus zegt uit de Geest en uit de belofte. Dat is de betekenis van die diepe scheiding tussen Izak en Ismaël. Paulus beziet het met de ogen van Christus. Ogenschijnlijk gaat het alleen om sociale verschillen, maar Paulus ziet dieper. Die beide moeders zijn verschillend. Het betekent niet dat alle Joden achter Sarah staan en alle Arabieren achter Hagar, geestelijk bezien. Een rasechte vleselijke Jood kan gebonden zijn een zijn eigen gerechtigheid, terwijl een moslim tot geloof kan komen en in de vrijheid kan staan. Die wet is tot zwijgen gebracht met de bloedstorting van Chrustus. In het oude verbond voerde de wet de boventoon. Het verbond van de Sinaï, de berg van de wetgeing. Er is daar een bergtop in de buurt van Sinaï die vernoemd is naar Hagar. Daar zegt Paulus dat het leven onder de wet vergelijkbaar is met Hagar. De mensen van toen begrepen dat heel goed.
Paulus doelt daarmee op het jodendom in zijn dagen; de ongeloofelijke tragiek van Israël, dat de deur van Christus dicht houdt, terwijl in Hem de belofte van Abraham vervuld is, heeft Israël hem geweigerd. Dat is de ongelofelijke tragiek.
Sara is de moeder van eenieder die door het bloed van Christus gewassen zijn en leven naar de belofte van Christus. Die alleen wandelen naar de voetstappen van Abraham, die in geloof op weg ging. Paulus haalt Abraham aan als voorbeeld van gelovige.
Betekent dat nou ook dat Paulus het huidige Israel afschrijft? In de verste verte niet. Antisemieten maken daar misbruik van. Maar Paulus neemt hier geen afscheid van het aardse Jeruzalem, maar hij trekt de grenzen veel wijder. Het is juist zijn liefde voor Israël èn de volken, voor Joden en Galaten. Dat heil ligt niet beneden maar boven. Het ligt niet bij de wet, maar bij God. Het heil ligt niet bij de klaagmuur, maar bij God bij de troon.
Het zal een keer gaan gebreuren, ook voor Israël, dat zij hun handen zullen uitstrekken naar het Kind van de belofte. Dan zal het volk Israël niet langer vervallen zijn van de genade. Bij Jezus' wederkomst zal Israël ook als volk de weg van de wet verlaten en de weg gaan volgen van het geloof. Hoe dat zal zijn, daar gaat deze preek niet over. Maar Israël zal dan verlost zijn van de slavernij, met alle Joden uit de hele wereld, en ze zullen vervuld zijn van de naam van dat Ene Kind. Wees vrolijk gij onvruchtbare die niet baart, barst los in gejuch, u die geen barendsnood kent. De heilstijd voor het volk in Babel breekt aan. Het is uitgekomen, God heeft Zijn volk thuisgebracht. Maar God gaat het nog veel heerlijker vervullen. Paulus ziet dan het hemelse Jeruzalem, als de moeder van allen die door het geloof leven. Paulus zegt: ze naderen tot Sion, de stad van God. De gemeente van de eerstgeborenen, uit de heidenen èn uit Israël. Het wonder van de geboorte van Izak herhaalt zich in het leven van allen die uit de belofte van God herboren worden. Sara wint het van Hagar, Izak wint het van Ismaël. Abraham heeft het ondervonden: God stuurt een kind weg... dat is wat voor Hem geweest. Dat kost je wat.. Maar vlees en geest kunnen niet samen blijven. Ze kunnen niet door één deur. Hij die naar het vlees geboren is blijft degene vervolgen die naar de geest geboren is.
Wat is dan de opdracht? Zent de slavin weg. Dat is radicaal! Ja. Maar of u blijft een slaaf, een slavin, in de tent van Hagar, rondtrekkend en dolende op aarde. Of u zent de slavin weg en bent vrij, levend op de belofte van God. Met alle kinderen van God die aan elkaar verbonden zijn in de liefde tot hun moeder, het Jeruzalem dat boven is. Hun aller moeder. Mijn hart gaat naar mijn moeder uit... ik kan er naar verlangen. De moeder van allen die door de vreemdelingschap van deze wereld wandelen en de Stad van God verwachten. Dat is een verwachting die nooit beschaamt. Laat ieder zijn aandacht op die Godsstad richten, want daar ligt Jerzualem.