Edit|
EditReeks Samenvatting:
De Hebreeën waren de messiasbelijdende Joden die daarom vervolgd werden. In deze brief wil Paulus hen bemoedigen door te bewijzen dat de Heere Jezus de hoogste en belangrijkste Persoon is. Hij is de Gezegende van de Vader. Ook in de islam (ontstaan koran, Gabriël dicteerde) en het Jodendom spelen engelen een rol (wet gegeven via engelen aan Mozes). Maar Jezus is nog veel hoger en meer! Kohlbrugge: engelen zijn straatstenen vergeleken bij de edelsteen Jezus. Is tijdelijk minder geworden dan engelen, tijdens het verrichten van het verzoeningswerk. Maar nu is Hij opgestaan met verheerlijkt lichaam. Neem die ‘Naam’ in je leven mee!
Pauls noemt 6 Messiaanse psalmen als bewijs. Als je de schriften onderzoekt, dan getuigen die van Hem. Dat bewaart je tegen dwaalleer.
- Vers 5: Psalm 2
Psalm 2:7. ‘Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U verwerkt.” Ook bij Zijn geboorte waren engelen aanwezig. “Dat heilige dat uit u geboren zal worden, zal Zoon van God genaamd worden.”
- Vers 6: Psalm 97
Psalm 97: “Aanbid Hem.” Bij Zijn eerste komst werd Hij in deze wereld eruit gegooid. Nu wordt Hij opnieuw geïntroduceerd, maar dan in de glorie van de Vader. Dan zullen alle engelen van God Hem aanbidden. In de kerk hebben we het vaak over het kruis, maar dat is wel gedragen door Gods Zoon! ‘Wie is toch deze dat zelfs de engelen van God Hem aanbidden?’ Het lijkt wel een flashmob: als de Zoon van God terugkomt, gaan overal spontaan engelen Hem aanbidden en bezingen. Als de engelen Hem al aanbidden, die van geen verlossing weten. Hoeveel meer reden hebben wij dan om Hem te voet te vallen?
- Vers 7: Psalm 104
God maakt engelen tot Zijn dienaars. De Heere Jezus is geen dienaar, Hij is de Zoon zelf. Heeft ze geschapen! Vers 8: Dienaars staan voor de troon en gehoorzamen. Jezus zit op de troon en gebiedt.
- Vers 8 en 9: Psalm 45
“… Uw God, o God…” Alleen vanuit het NT te verklaren: God de Vader spreekt tot God de Zoon. De metgezellen zijn de gelovigen,die ook zijn gezalfd: met de Heilige Geest. Maar boven hen uit schittert en straalt de Heere Jezus.
- Vers 10, 11 en 12: Psalm 102
‘U’ in deze verzen is de Messias, de Zoon van God. Deze psalm gaat over het lijden van Christus, biddend tot God. Vanaf vers 25b (uw jaren…) lijkt het alsof Zijn gebed verder gaat, maar Hebreeën 1 zegt dat deze verzen het antwoord van God aan de Messias zijn. Christus blijft gisteren, vandaag en morgen dezelfde tot in eeuwigheid.
- Vers 13 en 14: Psalm 110
Diezelfde lijdende Messias zit nu op de troon en Zijn vijanden zijn als een voetbank voor zijn voeten. Hij zit (!) en wordt bediend en aanbeden. Hij wacht tot Hij opnieuw wordt ingebracht in deze wereld. Gezegend zij de grote Koning die Davids troon zal bekleden. Hij komt straks terug, en anders mag ik naar Hem toe. Diezelfde engelen worden uitgezonden als dienende geesten, om Hem en de gelovigen te dienen. Zij zullen je bewaren. Gods kinderen staan dichter bij de troon dan de engelen. Als we eenmaal de zaligheid zullen beërven, mogen we Hem zien zoals Hij is.