Edit|
EditReeks Samenvatting:
Soms lijkt het of je droomt, je kunt je ogen niet geloven: het kan toch niet waar zijn wat er nu gebeurt? In de Bijbel zijn dromen geen bedrog, maar zijn dromen zelfs vruchten van de Heilige Geest.
De bevrijding van Petrus staat in het kader van de Handelingen van de apostelen, of beter gezegd, de Handelingen van de Heilige Geest (na Handelingen 2, Pinksteren). Pinksteren, toen op Gods tijd de vervulling plaats vond, zoals Joël voorspeld had. Jesaja spreekt al van de belofte "om gevangen vrijheid te schenken".
Er zijn veel gevangenen, binnen en buiten de gevangenissen. Gevangen in verslaving, in je huwelijk, in de macht van de zonde, enzovoort. Mooi toch dat God deze gevangenen bevrijdt? Als God je ontdekt aan de macht van de boze gaat Hij je bevrijden.
Gevangenen om Christus wil gaat God zeker bevrijden. Daar gaat het in deze geschiedenis over. In het huis van Maria wordt er voor Petrus gebeden: een gebedskring uit de nood geboren. De situatie van Petrus is uitzichtloos: geboeid tussen twee bewakers en de deuren op slot. Als God komt om te verlossen schijnen we alles tegen te hebben (denk aan de slapende Jezus tijdens de storm).
Petrus slaapt: dat is bijzonder in deze omstandigheden. Christus heeft zich aan Jacob geopenbaard in een visioen tijdens zijn slaap. "Hij geeft het Zijn beminden als in de slaap", zegt de psalmdichter: daar vindt de genade plaats. Onverwachts gaat het licht aan: een engel komt binnen met een hemels licht. God komt precies op tijd, als de tijd vervuld is: Pinksteren. De ketenen vallen af en Petrus krijgt de opdracht om op te staan, zijn gordel om te doen en mee te gaan. Petrus denkt dat hij een visioen ziet totdat hij tot zichzelf komt: "nu weet ik werkelijk dat de Heere Zijn engel uitgezonden heeft" (vers 11). Lukas heeft de Handelingen opgeschreven. Zoals in Lukas 2 het licht de herders omscheen, omscheen de engel met zijn licht Petrus. Het kan zijn dat op het moment zelf dat Licht door de omgeving niet opgemerkt wordt. "Niet door kracht, niet door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden."
Het wonder is dat Petrus het eerst niet ziet; hij dacht dat het een visioen was. Zonder dit wonder gebeurt er niets in de kerk. Het is God die de gevangenen vrijheid geeft; Hij belooft dat. Het leven op de beloften van God is een echt leven. We zien het nog niet gebeuren, maar weten al wel dat het waar is. Dat is een oprecht geloof. Klamp u vast aan de beloften van God: "wie in Hem gelooft wordt niet geoordeeld, maar wie niet in Hem gelooft, is al geoordeeld." Weten we nog van deze vervulling? Als je niet uitziet naar de vervulling vergis je je voor de eeuwigheid. Het is dan als een verloving, zonder daadwerkelijk te (willen) gaan trouwen.
Petrus is vrij en hij ervaart dat tot zijn verbazing, bevinding. Er is steeds meer weerstand tegen (deze) bevinding omdat men niet echt bevrijd is. Denk aan psalm 116: banden des doods en van de hel ketenen de psalmdichter, maar "toen hoorde God ...." Je kan dan zo vol zijn van God, dat je er verbaasd over bent. God zegt "Ik zie in jou geen zonden": ongelofelijk, maar toch waar. De Geest van Pinksteren getuigt van de Vader "Ik heb je van eeuwigheid lief gehad". Dat is genade, de rest mag je vergeten. Dan sta je in de vrijheid waarin Christus je bevrijd heeft. Dat is een wonder: in de heiliging gebeurt wat eigenlijk niet kan: "Zonder vlek en zonder rimpel".
U mag door Christus bevrijd worden, maar als u droomt van een hemel zonder bevrijding van de zonde, bedriegt u zich voor de eeuwigheid. Om zalig te worden, moet er gebeuren wat eigenlijk niet kan. Door de handelingen van de Heilige Geest mag u gaan dromen van de vervulling van de beloften. Dan worden Kerst, Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren onuitsprekelijke wonderen. Die dromen zijn geen bedrog. God doet wonderen en het leven met God is wonderlijk. Harde harten breken. Als u in Christus ontslaapt en u wordt daarna wakker, dan zult u denken dat u een visioen ziet. Dan mag u als Petrus gaan zeggen, werkelijk ik ben vrij. Dat (deze bevinding) begint nu al.