Koning Belsazar richt een groot feestmaal aan voor zijn duizend machthebbers. Halverwege de maaltijd verschijnt er een hand op de muur die iets opschrijft. Iedereen is zeer verschrikt. Er zijn kunstenaars die deze gebeurtenis hebben uitgebeeld in schilderijen en in muziekstukken. Wanneer is dit gebeurd? Dat weten we heel exact. Het paleis is teruggevonden, zelfs stukken van die wand zijn gevonden. Op 12 oktober van het jaar 539 voor Chr. is dit gebeurd. Belsazar is een kleinzoon van Nebukadnezar. Zijn opa boog uiteindelijk wel voor de God van Israël, maar deze Belsazar niet… Syrus de Pers had bijna het hele rijk overwonnen, alleen de stad Babel nog niet. Syrus was bezig de Eufraat te verleggen om via het riool toch de stad binnen te komen. En desondanks, terwijl de stad in zo'n benauwde positie verkeerde, gaat deze 25-jarige koning een feest vieren! Eten, drinken, want morgen sterven wij. En in diezelfde nacht gebeurt dat letterlijk. Belsazar gaat feesten op de rand van de afgrond. Hij viert feest met wijn en vrouwen. Het is een orgie: een drink- en seksfestijn. Dat doet me denken aan wat er hier in Rotterdam gebeurt, maar ook in een tent als Gaga in Alblasserdam, en waar kerkelijke jongeren naar toegaan. Als je de deur opendoet, komt de drank je al tegemoet. En als je het niet ergens anders doet, dan doe je het wel thuis als pa en ma er niet zijn.
Dat Babylon kom je in de eindtijd ook weer tegen. Er zijn van die kantelpunten in de geschiedenis met Gadaffi. Jarenlang gaat het door met het dictatoriale regime en dan is het gebeurt. Dat zie je vaak met dictators. En zo ook nu in de eindtijd. Belsazar viert feest en laat zelfs de heilige vaten e.d. die uit de tempel in Jeruzalem zijn geroofd, halen, om daaruit te drinken met zijn onheilige handen. Dat is echt God tarten. De kandelaar komt op tafel, de wierookschaal komt er bij en dronkemanshanden pakken de aan God gewijde bokalen; dronkemansliederen lallen de lof aan hun afgoden. Ze braken de haat uit naar Israëls God. Hoe komt het dat sommige politici de laatste restjes van het christelijk geloof willen weghalen?
2. Belsazar viert en God verstoort zijn feest. God last een eigen onderdeel in in het feestprogramma van deze jonge koning. Dan verschijnt plotseling die hand op de muur. De koning wordt lijkwit en zijn gedachten verschrikten hem. Tja, je kunt gedachten aan God en aan de dood wegduwen, maar het komt een keer terug. Zijn heupgewrichten verslapten en zijn knieën knikten tegen elkaar. Hij schreeuwt om de tovenaars en de toekomstvoorspellers. Hij durfde verder te gaan dan ieder ander; hij ging over de grens en staat nu in paniek te trillen. Als de Heere Jezus terugkomt, zal dit ook gebeuren. Dan zal er ook een hand zijn die jou wegstuurt als je de Heere niet wilt dienen, ook al zit je 's zondags in de kerk. De toekomstvoorspellers van de paranormale beurzen kunnen je hand en je oog lezen, maar niet de lijnen van Gods hand. Dat kunnen alleen de profeten van God. Belsazar en de machthebbers raakten in verwarring. God schrijft op de wand. Ook op de wand van het wereldgebeuren. Nine-eleven was ook zo'n teken. De hele wereld raakt ontwricht. Dat conflict in Oekraïne, de wereldwijde crisis, IS......opeens voel je je niet zo zeker meer. Het kan immers overal gebeuren.....Zijn dit tekenen aan de wand? Kun je Gods geheimschrift daarin ontdekken?
De moeder van die koning wijst op Daniël: Hij zal het je kunnen vertellen. Dat is de taal van christenmoeders. Hun kinderen de wegwijzen naar knechten van God die vol zijn van de Heilige Geest. Als mensen over mij spreken, hoe zou ik dan herinnerd willen worden.....? Daniel werd positief herinnerd, als iemand in wie de Geest van “de goden”woonde. Dat wist deze moeder.
Daniel had wijsheid gekregen van zijn God. In de Schrift staan Gods beloften, met hoofdletters. Maar er zijn ook bedreigingen: met kleine letters. Die moet je ook lezen! Wie de zoon van God niet gelooft, gaat verloren! Die kleine lettertjes zijn we vanavond aan het spellen.
Daniel wordt erbij gehaald. Hou uw geschenken maar voor uzelf , zegt hij. Daniel komt binnen en ziet dat hele tafereel met de vaten uit de tempel, de resten bier en wijn, de schaars geklede dames en hij ruikt de vervuilde lucht… Wat zal er een verontwaardiging door hem heen gegaan zijn! Daniel kijkt naar de wand en herkent het als Schrift van Zijn God. En dan gaat Daniel het uitleggen. Maar hij houdt eerst een preek. Iedereen is stil. Die wereldse feestzaal wordt een kerk. Eens in de zoveel tijd huren mensen de Laurenskerk af en gebeurt het andersom....helaas. Maar hier gaat Daniël preken in die zaal. Hij begint de koning te herinneren aan zijn opa, die aanvankelijk spotte met God, maar later erkende hij dat de Heere God is. Jouw opa erkende de God van Israël, maar jij! Jij hebt je hart niet vernederd, hoewel je dit alles wist. Die vinger van die oude man gaat naar hem toe. Je hebt de weg geweten, maar hebt hem niet wìllen bewandelen.
Dat is erg. Als jongelui uit de wereld uit hun dak gaan is het erg, maar als kerkelijke jongeren de fout ingaan, dan is dat dubbel erg. Je weet dat God ook bedreigingen heeft opgenomen in zijn Woord als je Hem niet dient. Je weet het, al wordt het misschien niet met zoveel woorden elke zondag gezegd. U hebt God niet verheerlijkt! zegt Daniël. Hij noemt de strafbare feiten: u hebt u niet vernederd, u hebt u verheven tegen God, u hebt God niet verheerlijkt, u heeft zich vergrepen aan de heilige vaten van Gods tempel. Heeft u God vandaag verheerlijkt? En gisteren? God heeft er een bedoeling mee dat u vanmiddag hier in de kerk zit. U bent gemaakt om God te verheerlijken. En u heeft dat niet gedaan. Alle dagen van jouw leven zijn door God geteld. Heb je vandaag God verheerlijkt? Wat schrijft God vandaag boven jouw dag? “God verheerlijkt” of niet?
Het criterium is: verheerlijk ik God of niet? Daar gaat alleen God over. Ik zelf niet en andere mensen ook niet.
Dan gaat die oude man Daniël spreken. “Mene” betekent: tellen. God heeft je dagen geteld. En nou heb je er nog één over, Belsazar. “Mene, mene”. God telt als het ware nog een keer over, voor Hij Zijn definitieve oordeel velt. Daar zit nog een stuk barmhartigheid in. “Tekel”, gewogen. God telt en Hij weegt. Hij weegt mijn leven. Wij praten vaak over licht en zwaar. Bij de lichten hebben ze het allemaal en bij de zwaren missen ze het allemaal en ze gaan beide rustig slapen. Maar God weegt ons leven. Ken ik iets van de boetpsalmen? Gena o God hoor hoe een boet’ling pleit? Ken ik ook iets van de lofpsalmen? Vertoon ik het beeld van de Heere Jezus? Lijk ik dan meer en meer op de Heere Jezus? Gewogen en te licht bevonden........Geef mij Jezus of ik sterf! Als de Heere Jezus niet aan de andere kant van de weegschaal ligt, dan ben ik altijd te licht bevonden! Als Zijn verdiensten er niet waren, dan zou ik omkomen. “Ufarsin”.....Daarin zit het woord “peres”, breuk. Farsin betekent in stukken gebroken,maar er zit ook het woord farsi in. Farsi is de taal van Perzië. Uw koninkrijk zal door Perzen in genomen worden.
Die 4 woorden....als God ze schrijft op de wanden van mijn levenshuis....dan kan ik niet anders doen dan vluchten naar de Heere Jezus. Hij riep ook vier vreemde woorden: Eloi, Eloi, lama sabachtani,.....Daar neem ik de toevlucht toe, want anders ga ik volledig verloren! Bij Belsazar was het zijn laatste dag, zijn laatste kans. Hij had niet gedacht dat hij de volgende morgen niet meer wakker zou worden. Wat gaat hij nu doen? Hij gaat Daniel tot 3e heerser maken in zijn rijk, in plaats van dat hij zijn eigen Koninklijke mantel verscheurde. Hij had op zijn knieën moetenvallen, hij had schuld moeten belijden. Hij doet dat niet, hij neemt het voor kennisgeving aan… Als een radiobericht, niet eens als een doktersbericht. Vanavond gaat het over jou. God zelf spreekt tegen jou. Belsazar blijft beleefd, wordt niet boos, niet verslagen, maar neemt het voor kennisgeving aan en dezelfde nacht sterft hij.
Het is alsof je luistert naar een oratorium, één donkere bastoon. Een onverzoende dood. Wat zal deze man in de hel spijt hebben gehad; had ik maar, had ik die ene kans maar gegrepen.......Als God Zijn hand terugtrekt, is het gebeurd. Belsazar wist het, maar hij wilde er niet aan.
Een ernstig woord van vanavond. Oude dominees vergeleken de hel en hemel met een klok. Voor een kind van God stopt de levensklok in de middag met tikken, Het blijft altijd licht. Maar wie God veracht, daarvoor stopt de klok met tikken midden in de donkere nacht en blijft het altijd donker. De buitenste duisternis. Wanneer stopt uw levensklok met stoppen? Zo gij Zijn stem dan heden hoort, gelooft Zijn heil en troostrijk woord en laat Belsazar u ten afschrik wezen.