Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2014-10-26 10:00:00 kand. A. van der Stoep (Nieuw-Lekkerland) Veilig bij de Heere

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Spr 18:10 Ric 9:50-53 Spr 18:1-12

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Voelt u zich weleens onveilig? Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau voelt eenvijfde van de mensen zich weleens onveilig in zijn of haar eigen leefomgeving. Wij proberen onveilige situaties te vermijden en als we erin zitten proberen we een veilig heenkomen te zoeken. Er zijn echter situaties waarbij het gevaar zo aanwezig is dat het niet te ontlopen is. Je zou kunnen zeggen: gevaar is overal. Dat is nu zo en dat was in de tijd van de Bijbel ook zo.

De tijd van de Richteren was ook een gevaarlijke tijd: een ieder deed was recht was in zijn eigen ogen. Richteren is een boek van drama, goddeloosheid en geweld. Dwars daar doorheen doet God Zijn werk. Een van de jongste zonen van Gideon was Abimelech. Abimelech had zeventig van zijn broers vermoord. Daarna wordt hij koning van Sichem. Vervolgens gaat hij naar Tebez om die stad te verwoesten en de inwoners te doden. De bewoners zijn bang, maar kunnen nog vluchten naar een sterke toren om daar te schuilen. De deur op slot en men zat tussen dikke muren en hoger dan de vijand.

In Spreuken 18 maakt Salamo de vergelijking met deze toren.

In Nederland kunnen wij ons redelijk veilig voelen door politie, leger e.d. Deze veiligheid is echter kwetsbaar. Denk aan het verkeer, ziektes, christenvervolging, enz. In onze eigen omgeving kunnen we van alles tegenkomen dat ons kan bedreigen, ziek maken, verwonden of zelfs doden. Waar zijn we veilig, waar kunnen we vrede vinden? Gevaar zit overal, het zit zelfs in ons eigen hart. Wij staan immers bij God in de schuld. God schiep ons, zodat wij van Hem zouden houden en met Hem zouden wandelen. Wij wilden dat niet. Hopelijk is dat bij u al anders geworden bij u. Als u echter geen genade kent leeft u nog in vijandschap met God. Daarom doen wij vaak het verkeerde. Wij staan bij God in de schuld en hebben straf verdiend, want God is rechtvaardig. Hij gaat deze wereld oordelen, ook u en mij. Waar zijn we nog veilig als God als gaat aanklagen en beoordelen? Dan kunnen we alleen schuilen in de toren, bij de Naam van de Heere.

De toren stond in het midden van de stad Tebez, dicht bij het gevaar, zodat men er snel naar toe kon. De naam van de Heere is ook dichtbij. Zo dichtbij dat Abram en Mozes de stem van God hoorden, zo dichtbij dat de Israƫlieten de naam van de Heere konden zien. Ook David en Job konden ondanks alles getuigen van deze Naam van de Heere. Zo dichtbij kwam die naam. Het voelt niet altijd zo, bijvoorbeeld als de omstandigheden ernstig zijn. In de tijd van het Oude Testament hebben de gelovigen vaak geworsteld met deze Naam. Toen kwam dat ene moment dat Hij zo dichtbij kwam, zodat je Hem als een baby in je armen kon nemen. Zo dichtbij dat je Hem in de straat kon tegenkomen, Hem wonderen zien doen, Hem veroordeeld zien worden door Pilates, Hem zien hangen aan het kruis en Hem kunnen aanschouwen na de opstanding.

In de doop komt Hij zeer dichtbij, als Hij zijn naam aan onze naam verbindt. In zijn Woord horen we zijn Naam, ook al zijn we (nog) niet gedoopt. De God die oordeelt over onze schuld, is ook de sterke toren die ons beschermt en redt.

Die toren is er wel. Maar we moeten er wel naar toegaan. Er staat "de rechtvaardige gaat er naar toe". Wie is die rechtvaardige? We zijn niet rechtvaardig. Deze woorden willen ons echter niet buiten deze toren houden. U bent rechtvaardig als u op de Heere vertrouwt en tot Hem de toevlucht neemt. Je onderkent dan het gevaar en je schuld en weet dat je bescherming nodig hebt. Als je weet dat Hij alleen je heil kan zijn en bij Hem wilt zijn om te schuilen, dan ren je toch naar hem toe (de rechtvaardige snelt naar Hem toe). Als je naar Hem toe gaat, gaat de deur open en mag je bij Hem wonen in Zijn naam. Als je dat doet is alles goed en ben je voor altijd veilig. Het tegendeel is ook waar: in vers 11 staat dat je eigen rijkdom je niet kan redden, maar je eeuwig om doet komen.

Hoe geeft de Heere dan bescherming? De Heere Jezus hing zonder bescherming aan het kruis, in angst, pijn, lijden, verschrikking, verlaten, donkerte en toorn: dat was echt de hel. Maar toen werd het volbracht en waren de beschermende muren opgericht. De pijlen van toorn en schuld komen niet meer door deze muren heen. De satan en de wereld kan u er ook niet uit krijgen, omdat Christus u veel meer waard is geworden. De rechtvaardige wordt verhoogd en lacht heilig om zijn vijanden, want Jezus laat nooit meer los. Jezus voert ons door het sterven heen, veilig naar Zijn heerlijkheid.

Haast is dus naar de sterke toren van Zijn behoud. Dat wil niet zeggen dat het verdriet en het geweld niet verdwijnt. De toren staat er midden in. Soms ben je nog bang, als de (geestelijke) vijand je op de hielen zit. In die toren ben je toch veilig. Denk aan Romeinen 8, waarin Paulus zegt dat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus.

Ook Luther werd besteden en hij was in groot gevaar. Hij moest zich her en der verantwoorden. In het midden van deze omstandigheden mocht hij "een vaste Burcht" dichten, dat eindigt met de woorden: "Vraagt gij Zijn Naam: Hij is de Christus"

Edit