Edit|
EditReeks Samenvatting:
De bandende braamstruik die niet verteerd. Mozes wordt nieuwsgierig – wat zit daar achter? Een beeld van wat de Heere Mozes in Zijn Naam bekend maakt.
Misschien heeft u het toch wel meegemaakt. Je was erg ziek. Slechte uitslag, en toch – achteraf viel het mee. Een wonder of het was anders dan aanvankelijk gedacht. Een braamstruik die niet verteerd. Denk aan de jonge vrienden van Daniël. De Heere Jezus was daarbij in de vurige oven. Als je gaat door het water, door het vuur, de vlam zal je niet aansteken. Dat mag Mozes al zien.
Dan spreekt de Heere, die ook vanavond door Zijn woord spreekt. Dat stukje land is niet van mij, dus je mag er met je schoenen niet op lopen – d.w.z. niet in bezit nemen. Ook hier in de kerk is Heilig land, God neemt het in bezit. Erken dat het de Heere is, die ons aanspreekt. Zalig zijn zij die het woord van God horen en dat bewaren.
Letterlijk staat er voor hier ben ik in vers 4: 'zie mij'. Een Israëliet zal 'ik ben' niet in de mond nemen. Bij Samuel is het 'ik sta tot uw beschikking'.
Wie kan God zien en leven? Dat Hij genadig zal zijn, is geen automatisme. Verdragen in barmhartigheid, om onze zonden zouden we verteerd moeten worden. Ik zeg niet: een mens moet éérst bevreesd zijn wil je de Heere willen kennen, dat kan wel. Maar Mozes kende de Heere allang.
Zo kunnen wij na ontvangen genade ook vrees kennen. Hij overbrugt de afstand maar neemt niet één twee drie de vrees weg.
Volg – maar wat stel ik eigenlijk voor? Sta ik in zijn dienst? Als ambtsdrager, of als je met je kinderen bezig bent – wat heb ik eigenlijk in huis?
De Heere zegt niet – je stelt wel degelijk wat voor - je hebt toch zo veel gedaan.. Heere antwoordt, Mozes en ons: Ik zal met je zijn. Dat zit al in Zijn naam. Daar heeft een mens genoeg aan.
Maar als ze aan mij vragen, hoe is dan de naam van die God? Ik zal zijn die ik ben geweest, zo vertaalde ik dat. God verbindt die naam met Abraham Izak en Jakob. De God die ik voor Abraham ben geweest ben Ik voor Izak geweest en dat ben ik ook voor u. Als je wil weten wie ben moet je kijken naar wie ik voor Abraham ben geweest. Aan allen heeft Hij de belofte gegeven. Ik ben met u, en met uw nageslacht.
De Heere verwacht van ons dat wij op Zijn woord ons verlaten.”Hij rekende het hem tot rechtvaardigheid”.
Zo 'eenvoudig' is het. Maar sinds de zondeval is er wantrouwen en ongeloof. Door vertrouwen op de Heere komt het goed. Ik hoop op Zijn onfeilbaar woord. Daardoor wordt de relatie tussen God en ons hersteld. Maar dat vertrouwen wordt beproefd, zoals Izak die geofferd moet worden. Ook met ons kan God andere wegen gaan dan wij denken.
Maar Abrahams geloof is ook versterkt door die beproevingen. Je mag ook staan naar meer, wees niet tevreden met een klein beetje geloof af en toe. De Heere wil dat wij alle dagen leven in het geloof. Wij zullen terug keren zei Abraham. Door de dood heen eventueel, zegt Hebreeën.
Ik zal zijn die ik ben geweest. Ook al word je niet direct uit je beproeving gered. Maar Ik zal met u zijn.
De Heere Jezus gebruikt die frase 'Ik Ben' verschillende malen op de lippen genomen, met name in het Johannes-evangelie. Ook in Marcus: in de zaal van Kajafas. Bent u de zoon van de levende God. Ego eimi. Ik Ben. {'Het' zou eigenlijk cursief moeten staan.} Door Ik Ben zegt Hij meer: ik ben God zelf. God uit God, van hetzelfde wezen met de Vader, zegt Nicea.
Recht is, dat de braamstruik Mozes en wij zouden verteren, de Vrede is, dat het niet gebeurt. Dat zit in de naam van God. Die Naam heeft zo'n grote betekenis. Ik zal zijn, Ik Ben.
Ze zullen in Uw naam zich al de dag verblijden.
Wat betekent het voor mij? Staat het ver van u af? Het zal zijn, dat een ieder die de Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden. Blijf er niet buiten! Roep Zijn Naam aan. Zo deelt u in de zaligheid die God in Christus heeft bereid.