De meesten van u hebben wel eens gehoord van John Newton, de bekeerde slavenkapitein. Een godvrezende moeder, maar hij ging helemaal de verkeerde kant op. Na een schipbreuk en een wonderlijke uitredding komt hij tot bekering en wordt hij predikant. Hij zei eens: Jezus Christus is mij dierbaar! Hij herhaalde dat, want hij kon dat nooit genoeg zeggen. Toen hij ouder werd, werd hij vergeetachtig, maar onthield dat hij een grote zondaar was, en dat Jezus Christus een grote Zaligmaker was. Genade Gods oneindig groot, zo schreef hij een lied. Amazing Grace. Dat ik een grote zondaar ben en dat Jezus Christus een grote Zaligmaker is. Over die onverdiende redding gaat het vanmiddag.
Wat is de zaligheid? Is dat de hemel, bekeerd, heerlijk? Een betere vertaling is: saved. Behoudenis. Redding. S.o.s. Er bungelt een jongen aan de buitenkant van een zinkend schip. Er komt een reddingsboot aan, die vaart langs de zijkant van het zinkende schip. Laat los, zegt een man aan boord van het schip. Maar de jongen durft niet los te laten omdat hij bang is dat hij ernaast valt. Uiteindelijk laat hij toch los, en valt in de armen van de reddingswerker. En dan gaat hij naar de reddingsboot en is hij veilig. Zo redt de Heere Jezus ook. Hij roept naar jou en Hij is bekwaam en bereid om te redden. In de prediking komt er een reddingsboot langszij. Als je je laat vallen in het geloof, dan ga je over van het zinkende schip in het reddingsschip. Dan ga je van de schaduw van de duisternis over naar het licht van God. Ik breng vanavond de Heere Jezus heel dicht bij u, opdat u in Zijn reddingsboot behouden wordt. We moeten de goede blikrichting hebben: blijf naar Hem kijken en naar Hem luisteren. Heb.1 zegt: U bent waarlijk de Zoon van God. Daarom moeten we naar Hem blijven luisteren. In Hem spreekt God zelf. In hoofdstuk 2 gaat het over Jezus als mens. En voor Paulus op dat andere onderwerp overgaat, gaat hij in de eerste vier verzen van hoofdstuk 2 praktisch toepassen. Hoofdstuk 2:1-4. Het zijn als het ware tussenzinnen. Maar tussenzinnen in de Bijbel hebben een heel belangrijke waarde. Eerbiedige aandacht voor wat Hij te zeggen heeft. Als je het woord van de engelen verwerpt en dat leverde straf op, hoeveel te meer straf levert het op als je de woorden van de Heere Jezus veronachtzaamt.
Door de Heere Jezus kon hen eeuwige redding ten deel vallen, heeft Paulus verteld aan de Hebreeën. Dat Woord droeg vrucht en ze kwamen tot bekering en dankten God de Vader. In hun eerste tijd hebben ze gejubeld en God geloofd. Maar op een gegeven moment duurde de tegenslag wel erg lang. Ze verlieten hun eerste liefde. Dat frisse was weg. Er was gevaar dat ze terug zouden vallen, terug zouden gaan naar de Joodse ceremoniën en wetten en regels. Paulus signaleert dat gevaar. Blijf naar de Heere Jezus luisteren, zegt Paulus. Want Hij is God bekleed met macht! Stel je dat opnieuw voor ogen. Bekering is koers houden, en dagelijks bijsturen. Er is 1 bekering, de waarachtige bekering tot God. Maar er is een dagelijks bijsturen, opdat u niet afdrijve. Als een schip geen koers houdt, drijf je af. Dan zou je nog in het zicht van de haven verongelukken. Hoe is dat mogelijk? Als je zo kennelijk gered bent, dat er dan een moment kan komen dat je terug kan vallen in het oude, het wereldse of het wettische. M. Henry zegt: ons hart is als een lek vat. Ik kan vol zijn van de Heere en vol van de Geest. Maar een paar weken later is alles weg. Misschien heb je belijdenis gedaan en was je laaiend enthousiast. En nu is het 3 jaar later, en wat is er van overgebleven? De duivel komt altijd af op een schip dat vol is. Hij schiet een klein lek en alles lekt weg. Je kunt de stroom tegen hebben en dan moet je een beetje harder trekken. Maar daar heb je eigenlijk geen zin meer in... Herken je dat? Allereerst moet je het roer uit handen geven en 's Vaders Zoon aan boord laten van je levensschip. Dan ben je tot bekering gekomen. Lot was een kind van God. Als kleine jongen met Abraham meegekomen en opgegroeid met zijn oom. Hij wordt herder en zo rijk dat het hem voor de wind gaat. Dat kan gebeuren. Als kleine jongen onder de indruk en dicht bij God. En ruimte gevonden bij Christus. Maar gaandeweg gaat het je zo voor de wind dat je geestelijk gaat afdrijven. Afdrijven kan zowel door voorspoed als door tegenspoed. Herkent u dat? Dat het tegenzit en je vrienden je verlaten... Hoe kom je nou zover? Hoe heb jij de Heere Jezus leren kennen? Misschien door het Woord. Dan moet je daarbij blijven. Anders drijf je af. Verkeer dan vaak op de plek waar je Hem ontmoet hebt. Anderen hebben Hem leren kennen in hun gebedsleven. Dan moet je die verborgen plek koesteren en daarop blijven focussen. Als je gebedsleven verslapt zul je Hem minder vaak ontmoeten. Of je hebt Hem ontmoet in de kerk. Maar nu sla je gerust een dienst over. Je drijft af! Paulus had de zorg om die mensen op zijn hart. Ik zou in onze gemeente ook wel wat mensen weten.
Paulus haalt hier aan: de engelenwoorden. Het gaat daarbij om het woord van de Thora. De woorden van God, via de engelen. Als je per ongeluk de Wet overtrad, was het te vergeven, maar als je het expres deed kreeg je straf. Paulus zegt nu hier: als je het bloed van Golgotha verwerpt, is er geen hoop meer voor je. Je weet wat het is, maar opzettelijk veracht je het. De wet overtreden is erg, maar het Evangelie verwerpen is nog veel erger. God gaf ons een kans in het paradijs, en nu een tweede kans nu de Heere Jezus gekomen is. Maar er komt geen 3e kans. Waar wil je dan naar toe gaan als je zo'n grote zaligheid naast je neerlegt? Hoe zal je dan ontkomen? Of je het nu vriendelijk doet of kwaad een schop er tegen geeft... Een ongelovige onder de evangelieprediking is het meest ondankbare schepsel dat er is. Gevallen engelen krijgen geen kans meer op redding. Mensen wel. Als u die kans laat liggen, zondigt u tegen de liefde van God. Je kunt ziek zijn, dat is erg, maar als je de medicijnen laat liggen... Er is een geneesmiddel in het bloed van het Lam. Maar als je dan sterft, is het je eigen schuld. Omdat wij het veronachtzamen, kunnen wij straks Gods toorn niet ontvluchten. De Heere Jezus biedt zich aan, hoofd voor hoofd. Hij komt als het ware van de kansel af en komt voor je staan met de vraag: zou je mij te voet willen vallen? Hij biedt zich aan... Als je nou weigert je armen om Hem heen te slaan en je laat Hem staan... Later komt het wel.... ja ja, dat dacht Belsazar ook met zijn 25 jaar. Als je Hem verwaarloost en de slof komt erin, je komt er net zo uit als dat je erin gegaan bent. Ik ben het Licht, maar jij wilde in het donker blijven. Ik ben de Leidsman, maar u volgde Mij niet. Goddelijke bedreiging. Een goddelijke bedreiging.
Ik eindig positief. Wat is nou die grote behoudenis. Behoudenis is net iets anders dan verlossing. Verlossing is: uit het zinkende schip gezet, je wordt ergens van verlost.. Dat is geweldig, maar nog steeds negatief. Behoudenis is positief. Je wordt gezet op nieuw terrein, waar boze machten geen vat meer op je hebben. Als je nog in de boot zit, kun je nog verdrinken, maar als je eenmaal op het vasteland bent, dan ben je behouden. In de Hebreeënbrief wordt heel vaak de link gelegd met het volk in de woestijn. Toen het volk Israël door de Rode Zee gegaan waren en de overkant bereikten waren ze gered. En de volle behoudenis kwam 40 jaar later, toen ze in het land ingingen. Het gaat mij nu om dat moment van behoudenis, toen ze op het vasteland stonden. Zingt de Heer want Hij is hoog verheven. Hoe komt het nou dat er zo weinig mensen zijn, die dat durven zeggen in de Maranathakerk? Ik geloof dat de Bijbel verschil maakt tussen bekering en geloofszekerheid. Soms zit daar maar een tel tussen. Maar vaak is het een proces. Bij Saulus van Tarsen zaten er 3 dagen tussen. Bij de ontmoeting op de weg vond er bekering plaats: wie bent U, Heere? Wat wilt u dat ik doen zal? Hij zat 3 dagen in het duister... Hij geloofde eerder in zijn eigen zondigheid dan in de genade van Jezus. Hij kreeg pas de volle geloofszekerheid toen Ananias de handen op hem legde en zei: Saulus broeder, je zonden zijn je vergeven. Toen was de duisternis opgeklaard: volle verzekering, Jezus is mijn! Efeze 1: 13 het evangelie van de behoudenis. Soms duurt het een tel, soms 3 dagen, en in onze kringen duurt het soms wel 30 jaar. Hoe komt dat? Het kan te maken hebben met ons ongeloof, of met eenzijdige prediking. Hoe kom je daar dan aan? Het heeft ook te maken met de opstanding. Hij is overgeleverd om onze zonden... en wij dan gerechtvaardigd door het geloof hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus. Waar vind je die volle vrede? In de hof van Jozef van Arimathea. God heeft het volbrachte werk van de Heere Jezus aanvaard. Dat is ook het eerste wat de Heere Jezus zegt tegen Zijn discipelen: vrede zij u lieden! Het lam geslacht, het bloed aan de deurposten: het oordeel voorbij.
Maar zal ik straks alsnog ingehaald worden door die ruiters van Egypte? Aan de overkant van de Rode Zee zijn ze voor het eerst verlost. Ze hebben gejuicht om wie Jezus was, maar nu dreigen ze toch weer af te drijven. Heere hou me vast anders ga ik nog verloren in het zicht van de haven. Weet u het zeker? Dat u de Zijne bent en dat u geschuild heeft achter Zijn bloed? Hij keek me aan en zei: vrede zij ulieden... De Heere Jezus zegt zelf dat Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is... De discipelen hebben dat aan ons bevestigd en God zelf heeft tekenen en wonderen gegeven om die boodschap te onderstrepen en om die boodschap ook aan te brengen. De apostelen hebben dat uitgedragen vanaf de eerste Pinksterdag. De Hebreeën zagen dat en kwamen tot geloof.
Waarom is die behoudenis zo groot? Omdat daar zijn grote liefde achter zit. Omdat Hij Zijn Zoon zond om mensen te redden van dat zinkende schip. Omdat de prijs zo groot is die Jezus moest betalen. Hij moest ervoor door de dood heen en heeft daar gehangen op die heuvel van Golgotha. Een ik zag een grote schare die niemand tellen kan.... omdat die bevrijding zo groot is....van een vijand tot een vriend, van ver af dichtbij gebracht. Waarom is die waarde zo groot? Omdat die behouden is altijd eeuwig durend en duurzaam is. Geen zondaar is zo diep weggezakt of hij kan gered worden. Die behoudenis is zo groot, nog veel groter dan ik kan zeggen of bedenken. Als je op zo’n grote zaligheid geen acht slaat, dan kun je het God niet verwijten, maar heb je het aan jezelf te danken als je verloren gaat. De grote Verlosser. ‘k Heb van U gehouden, maar nooit zoveel als nu.