Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2014-11-02 10:00:00
cand. G.R. Mauritz (Cillaarshoek)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 20:1-16 Mat 20:1-16

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het Schriftgedeelte over de arbeiders in de wijngaard wordt voorafgegaan door de uitspraak van de Here Jezus in het vers ervoor: Maar veel eersten zullen de laatsten zijn en veel laatsten de eersten. Hieruit spreekt de genade van de Here. In dit licht staat ook ons tekstgedeelte, wat hierop inhaakt door: Want het Koninkrijk… De heer, die rijk is, wat te zien is aan de rentmeester in zijn dienst, gaat ‘s ochtends vroeg om zes uur onze tijd naar de markt, waar hij tegen een afgesproken prijs werkers inhuurt. De som van een penning bedraagt een dagloon, waar de werkers in principe alles van konden betalen om in hun levensonderhoud te voorzien, een fair loon. Om negen uur gaat hij nogmaals naar de markt waar wederom mensen staan die werk zoeken. Hebben zij drie uur langer op hun bed gelegen ? Niet echt nijvere lieden, zouden wij zeggen. Vanaf deze ploeg wordt er geen vast loon meer afgesproken maar: Wat recht is, zal ik u geven. Belangrijk dit te onthouden ! Deze geschiedenis betreft het Koninkrijk van God. Nog twee keer gaat de heer naar de markt en vindt er mensen, die hij aanneemt. Elke keer weer staan er mensen te wachten die, hoewel (veel) later toch willen werken en hiervoor de kans krijgen. Het is nooit te laat je aan de Here Jezus toe te vertrouwen, die dit, hoe oud je ook bent ! Uiteindelijk gaat de rentmeester in opdracht van de heer uitbetalen. De laatsten krijgen het volle pond, evenals de voorlaatsten. Juichend keren zij huiswaarts, nog snel even naar de winkel om eten te kopen, het wordt een feestmaal, een kompleet dagloon gekregen en dat voor zo weinig uren werken ! De anderen en uiteindelijk ook de eersten krijgen ook het met hun besproken tarief en reageren verontwaardigd. Dit druist ook helemaal tegen onze hollandse mentaliteit in, dit is toch niet rechtvaardig ? Ze roepen de heer rechtstreeks ter verantwoording met de ons bekende argumenten en passeren de rentmeester, best wel onbeleefd. De heer antwoordt hen vriendelijk (Vriend !) en wijst hen op de afspraak. Hij zegt: Ik ben goed en wil mijn (overstelpende) goedheid graag aan anderen uiten. Ik wil ook hen, net als jullie zeer blij maken ! Zie hoe ik het hen gun ! Het geld is toch ook van mij, ik doe ermee wat ik wil. Of hebben jullie soms een boos hart omdat je niet wilt dat ik anderen genadig ben?

Edit