Edit|
EditReeks Samenvatting:
"Onder protestanten is er geen eenduidige visie over de mens" stond er in een artikel over de vraag "wat is de mens?" Je zou eerder verwachten dat er in Nederland geen eenduidige visie bestaat op de mens. Hoe kan het dat we met dezelfde Bijbel een verschillende visie op de mens hebben? Deze visie kan ook beïnvloed worden door opvoeding en scholing. In onze tekst staat "wat iemand ook is, zijn naam is al genoemd". Prediker kijkt naar de mensen en ziet rijken en armen, wijzen en dwazen, enzovoorts: er zijn totaal verschillende mensen. De prediker maakt het persoonlijk in plaats van beschouwend: zijn naam is genoemd. Je naam is iets heel persoonlijks, iets van jezelf waar je zuinig mee omgaat: je wilt geen slechte naam hebben.
God noemt ons "Adam" (mens), gemaakt uit "Adama" (de aarde). De mens is vergulde klei. Adam is door de hand van God geschapen, maar heeft zich ook uit de hand van God los gemaakt. In Genesis 3 lezen we dat de mens gevallen is. Op de mens ligt daarmee het Goddelijk oordeel. Het gaat over onszelf, want we worden vanmiddag ook één voor één bij onze naam geroepen. We zijn allemaal schuldige, kwetsbare en nietige mensen tegenover God. Wij kunnen niet in het geding treden met een God die sterker is dan ons. Jacob streed bij de Jabbok met God. Jacob wilde God niet laten gaan, tenzij "Gij mij zegent". God vraagt dan naar zijn naam, waarna God hem Israël (strijder met God) noemt. De aanraking van de heup van deze sterke man maakt Israël echter al mank. Hebben wij al eens van God verloren, "Ik boog me en geloofde"? God zal altijd sterker zijn, dus kunnen we ons beter maar gewonnen geven.
Heeft u uw naam al horen noemen door God, bijvoorbeeld in de prediking?God noemt ons ook vanmiddag bij onze naam.
Prediker geeft een nuchtere beschrijving van de mens: wat is hij nou eigenlijk? Kwetsbaar en schuldig, zijn naam is al genoemd en hij verliest het van God. Hier kunnen we niet bij blijven staan, maar dit moet ons uitdrijven tot Christus. Als dat niet gebeurt is het inderdaad "ijdelheid der ijdelheden". Het gaat dus om de tweede Adam: Christus. We zitten aan de eerste Adam vast; als we dat niet erkennen, kan Jezus ook niets voor ons doen. God heeft Zijn eigen Zoon ook zo genoemd: de Zoon des Mensen. Hij komt op aarde om de ellende van net hele geslacht op zijn nek te nemen, de schuld van de wereld te dragen. De Zoon van God is één van ons geworden om onze redder te zijn, om de naam Adam van de vloek te verlossen. In Romeinen 5 kunnen we dat lezen. Door de overtreding van één mens is de zonde in de wereld gekomen, maar door de genade van die Ene is er genade en verlossing gekomen. Bekering is dat je met al je schuld buigt voor het kruis van Christus. Wat een wonder dat Jezus gekomen is als een mens, de tweede Adam. Voor de kinderen van Adam is in het bloed van Jezus vergeving van al je zonden: "Moede kom ik arm en naakt tot God die zalig maakt."
Gerrit Achterberg schreef, na een onstuimig leven waarin hij zijn hospita dood geschoten heeft, een gedicht over bekering:
"Gij hebt het hoog geheim doorbroken, Heere Jezus
Tussen ons en den Vader, naar Uw Woord
mogen wij zonder zonde zijn en nieuwe wezens
wat er ook in ons leven is gebeurd.
Ik deed van alles wat gedaan kan worden,
het meest misdadige - en was verdoemd.
Maar Gij hebt God een witte naam genoemd
met die van mij. Nu is het stil geworden,
zoals een zomer om de dorpen bloeit.
En moeten ook de bloemen weer verdorren:
mijn lendenen zijn omgord, mijn voeten staan geschoeid.
Uit Uwe Hand ten tweede maal geboren,
schrijd ik U uit het donker tegemoet."